19 oktober 2016 om 03:00

Nieuws Neel Frens

Een smartphone voor Neel Frens

Eindelijk heb ik een telefoon gekocht, ik bedoel een smartphone. Daarmee heb ik minstens vijftig eerdere mobiele modellen overgeslagen en zit ik midden in de laatste technologie. De Frensjes zijn reuze behulpzaam met haarfijn uitleggen hoe alles werkt. Na een tijdje word ik horendol. ‘Als ik hiermee een paar dingen kan, ben ik dik tevreden!’, zeg ik geïrriteerd. Aan die paar dingen had ik ineens, na al die jaren koppig en conservatief elke vorm van mobiele telefonie afwijzend, ontzettende behoefte. Vooral gewoon bellen en berichten sturen, zodat ik bereikbaar ben en anderen dat voor mij zijn. Met nog een piepkleine kanttekening erbij: het mini-Frensje is geboren en het eerste lachje of het eerste gilletje van mijn kleinkind mobiel toegestuurd krijgen van de trotse jonge ouders is onbetaalbaar leuk.

‘Van een smartphone word je trouwens wel oud’, deelt een van de Frensjes doodleuk mee. Wat? Ben ik juist niet jonger geworden met zo’n ding op zak? ‘Nou, je krijgt rimpels in je nek en in je wangen omdat je voortdurend naar beneden op je telefoon kijkt’, legt het kind uit. Dat rimpelnekje noemen ze een tech-nek. ‘Hoe weet je dat nou weer?’, vraag ik hem. ‘Nou, dat heeft Amerikaans onderzoek uitgewezen.’ Heerlijk, Amerikaans onderzoek! Wie wat nu op welke manier getest heeft weet je niet, maar het klinkt altijd heel betrouwbaar. ‘En wat zei de test verder?’, informeer ik. ‘Het schijnt dat vrouwen meer dan 150 keer per dag op hun telefoon kijken, en daardoor rimpels kweken. Bovendien krijg je een krik in je nek van al dat naar beneden kijken.’ Een krik in mijn nek? Is dat niet zo’n ding waarmee je banden verwisselt?’ ‘Het is geen krik mam, maar een crick’, spreekt het kind heel overdreven Engels uit. En dat is? ‘Een soort knik, waar je dus een appje voor kunt downloaden die gaat knipperen als je je telefoon te weinig op ooghoogte houdt.’ Ja ja, laat dat maar zitten. Ik hoef helemaal niet te weten of ik krik, krikte of heb gekrikt.

Nu je 24 uur lang kunt doorleuteren met zo’n ding moet je wel maat kunnen houden. Met een telefoon zal ik altijd wel iets spaarzaams blijven houden, hoeveel belbundel ik ook heb. Bellen deed je vroeger zo kort mogelijk en na acht uur ’s avonds, want goedkoper, of voor acht uur ’s morgens. Daar maakte mijn oma graag gebruik van, die belde rustig om half acht 's morgens met een heel verhaal. Rimpels heb ik allang en de gevreesde krik of crick zal ik niet gauw krijgen. Ik gebruik het apparaat namelijk zoals alleen moeders dat kunnen: telefoon op ooghoogte en op grote afstand van het gezicht, typend met één vinger.