25 mei 2016 om 03:00

Nieuws Neel Frens

Stoel

‘Ga zitten, ga zitten!’ Dat klinkt royaal, maar het is geen eenvoudige uitnodiging. Het is wel simpel als je bij senioren op bezoek gaat. Daar is altijd een stoel voor hem, en een stoel voor haar. Duidelijk herkenbare comfortabele zetels, met stapels kranten, boeken, haakwerkjes en de afstandsbediening ernaast.

Maar nu ben ik bij een stel met een enorme hoekbank. Alleen een hoekbank. Iedereen heeft tegenwoordig een hoekbank, zo’n fijn democratisch meubel. Ik zou er zelf één gekocht hebben, ware het niet dat de woonkamer in huize Frens te veel deuren en gekke hoekjes kent. Snel probeer ik de situatie bij dit gezin in te schatten. Wat is de beste plek met het mooiste uitzicht? Daar zit hij altijd. Van welke plek spring je het makkelijkste op? Daar zit zij. Hoewel je je kunt vergissen en de situatie omgekeerd kan zijn. Die twee plaatsen moet je vermijden. Het veiligste is om ergens in het midden te gaan zitten, dan sta je op niemands tenen.

Ooit verliep een bezoek uiterst moeizaam, omdat de heer des huizes ietwat gepikeerd was. ‘Hé, jij zit op papa’s plek’, zei hun zoontje – die nog eventjes beneden kwam voor een knuffel – tegen mij. ‘Nee nee, blijf zitten!’ riep de man met een breed armgebaar. Maar de toon was gezet.

Het is wonderlijk hoe iemand aan zijn stoel gehecht kan zijn, zelfs in het huis van een ander. Wanneer de Bijbelstudie in huize Frens gehouden wordt, weet ik van tevoren wie waar gaat zitten. Sommigen komen zelfs vroeg om niet op een keukenstoel te hoeven zitten, maar om in die lekkere stoel met fijne lamp erboven te kunnen ploffen. Het is inderdaad de plek waar ik meestal zit. Toch zal ik er nooit een Frensje uit jagen, omdat de pikorde van zetels in een gezin mij enorm benauwt. Altijd naar hetzelfde schilderijtje moeten kijken, altijd naast dezelfde zitten; mag het iets losser, iets democratischer, al heb ik dan geen hoekbank?

Zelfs aan tafel kan ik eindelijk wat relaxter zijn. Jarenlang waren er twee kortaangebonden Frensjes die niet naast elkaar moesten zitten en zelfs niet tegenover elkaar, anders schopten ze elkaar nog. Bovendien was er het links-rechts- probleem. Links- en rechtshandigen, verkeerd om geplaatst, kunnen elkaar flink dwarszitten. Tijdens vakanties was het eerste wat ik deed de plaatsen aan tafel bepalen. Gelukkig brengt de volwassenheid een aantal voordelen mee. De twee kortaangebonden knapen, de een linkshandig, de ander rechtshandig, zitten nu schaterlachend naast elkaar en roepen zelfs sorry als ze elkaar per ongeluk aanstoten. Het is hier echt een losjes ‘ga zitten!’ geworden.

Columns

meer ‘Columns’