26 januari 2019 om 03:00

Nieuws Wim Dekker

Column: En zo kom je als gelovige van je futloosheid af

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest de kunstschilder Jawlensky als ongewenste vreemdeling Duitsland verlaten. Hij ging naar Zwitserland. Geheel tegen zijn zin. In Zwitserland schildert hij, bijna manisch, voortdurend het uitzicht uit zijn raam. Variaties noemt hij ze. Kleine landschapjes waarin niet zozeer wordt weergegeven wat hij ziet, maar hoe hij het landschap ervaart. Het zijn innerlijke landschappen. En als je er zo naar kijkt, is het alsof je in de ziel van een mens blikt.

Van 1934 tot 1937 doet Jawlensky iets soortgelijks. Hij schildert ongeveer duizend kleine ‘Meditaties’. Het zijn allemaal portretten. Weer zijn het vooral innerlijke gezichten. Mond, neus, ogen, het zijn niet meer dan streepjes. Een kind kan het nadoen. Maar in het kleurgebruik komt de betekenis aan het licht.

kunst is verlangen naar God

Jawlensky was niet te beroerd om in de naamgeving een hint aan de kijker te geven: Goede Vrijdag, Het grote lijden, Verlangen naar de weide. Jawlensky verbond kunst nadrukkelijk met God. Kunst is verlangen naar God, schrijft hij ergens. De ruim duizend portretten worden in het Gemeentemuseum van Den Haag in verband gebracht met iconen. Jawlensky had een oosters-orthodoxe achtergrond en trok over de wereld met een reisicoon in zijn bagage. De hele expositie was doortrokken van het verlangen naar God, een god of de goddelijke vonk. Jawlensky was niet benauwd in zijn verlangen naar God en liet zich door diverse religies inspireren.

Die periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog was niet alleen in de kunst een tijd waarin de aandacht voor religie groot was. Ik lees nu een boek, Het tijdperk van de tovenaars, waarin de ontwikkeling van het denken van vier Duitse filosofen (Heidegger, Benjamin, Cassirer en Wittgenstein) gevolgd wordt tussen 1919 en 1929. Wat opvalt is hoe zij alle vier in hun denken ook een spirituele honger hebben. De Eerste Wereldoorlog, de doorwerking van de Verlichting, de meedogenloze bloei van techniek en kapitalisme hebben een leegte in de ziel blootgelegd. De mens is zijn huis kwijt. Wij missen geborgenheid. God.

Het bezoek van de expositie van Jawlensky en het lezen van Het tijdperk van de tovenaars doen mij goed. Want vreemdelingschap is niet altijd eenvoudig vol te houden. Wanneer je wekelijks een steeds verder vergrijzende kerk bezoekt, hoort dat de kerkgang sneller daalt en je om je heen mensen af ziet haken, dan krijg je steeds vaker het gevoel dat je gekke Henkie bent door wel vol te houden. Geloof is soms een tijdje futloos, meer vormendienst dan ervaring.

terloops van je geloof vallen

Dat futloze, dat is misschien wel wat mij het meest irriteert in kerkverlating of ongeloof. Telkens wanneer ik verhalen van ongeloof en kerkverlating hoor, valt mij op hoe velen bijna terloops uit hun geloof zijn gevallen. ‘Het stelde al een tijdje niet zo veel meer voor en op enig moment realiseerde ik mij dat ik het eigenlijk niet eens zo miste.’ Geloof bloedt langzaam dood. Zoals relaties langzaam uitdoven. Zoals je opeens bemerkt dat je een Bossche Bol eigenlijk niet eens zo lekker meer vindt. Het irriteert me omdat ik het zo voorstelbaar vindt. Maar ook te makkelijk. Omdat het leven zo alleen maar van een willekeurige oppervlakkigheid aan elkaar lijkt te hangen. Omdat elke verbintenis zo een voorlopig karakter krijgt.

Wat mij zo beviel in die expositie van Jawlensky en het lezen over die vier filosofen is dat zij de moeite nemen om naar binnen af te dalen, de leegte te voelen en toe te geven dat daar plaats is voor God. En zo kijkend en lezend verheugde ik mij weer in mijn verlangen naar God. Was ik niet langer verlegen met mijn God. Verheugd ging ik op zoek naar een uitspraak over geloven die mij eerder al op was gevallen en die te mooi is om hier niet te citeren. Uit hetzelfde tijdperk als Jawlensky. Maar nu een Spanjaard. ‘Geloof in God komt voort uit liefde tot God. Wij geloven dat Hij bestaat omdat wij willen dat Hij bestaat, en wellicht ook omdat wij willen dat Hij van ons houdt’ (Miguel de Unamuno).

Zo ben je snel van je futloosheid af.

Columns

meer ‘Columns’