26 juli 2019 om 14:37

Nieuws -

Column Hilbrand Rozema: Brrr, vliegen!

‘Ik heb geen vliegangst’, zei Siebrand Niessen, de Vakantieman van Omroep Max eens. ‘Maar ik vind zo’n krappe ijzeren buis niet prettig.’ Herkenbaar, Siebrand. Zeker als je bijna 2 meter lang bent. Ik hou ook altijd mijn hart vast bij die kleine vakantiehuisjes in verre landen, je stoot nog een keer je hoofd.

Noem het vliegkrapte. Geef mij maar de trein! Plus, er staan beklemmende vliegherinneringen in mijn persoonlijke black box met vluchtgegevens.

Hier komen ze.

Op drie staat: Seedorf, militaire dienst, 1995. Op 1000 meter hoogte ging de motor van het lesvliegtuigje uit. Eén voor één stapten de leerling-para’s onder de vleugel, sommigen krijtwit.

Ze hadden geoefend vanaf een keukentrapje. Ik had als soldaat-schrijver een noodparachute om, voor het geval dat. Het hoefde gelukkig niet. Maar korte tijd later ging er bij een volgende trainingsvlucht waar ik niet bij was iets mis. Een springer bleef met zijn parachute aan de staart haken en raakte buiten bewustzijn. De instructeur klom tijdens de vlucht op het vliegtuig en hees de bewusteloze jongen omhoog.

Wanneer die bijkwam, weet ik niet; te hopen is dat dat pas in het vliegtuig was en niet erbovenop.

Op twee: het jaar 1992. Als eenzame student rookte ik sigaartjes bij Ab, de barman van café ‘t Zadeltje in Amersfoort. Country & western, pinda’s, zand op de vloeren. Het was zijn droom. Hij werkte er hard voor. Op aandringen van vrienden ging hij op vakantie, voor het eerst in jaren. Enkele dagen later stond er, op de dichte cafédeur: ‘Gesloten wegens droeve omstandigheden’. Ab, zijn vrouw en twee kinderen waren omgekomen bij de vliegramp in Faro.

Op één staat een vlucht in 2002, van Madagascar naar Kenia. Was de piloot dronken? Bij een tussenlanding op de Seychellen schrok hij van de korte airstrip en koos voor een doorstart.

In een lugubere, steile hoek gingen we weer omhoog. Iedereen gilde het uit.

Ik ervoer geen angst of paniek, wel een zwaarte in de buik. Dit is het, misschien wel, dacht ik. Eén seconde hingen we roerloos. Als een strandbal voor de val. Dan, met een zieke duikbocht, omlaag. Het lukte. Maar het landingsgestel gilde nu ook. Mlitairen renden de verkeerstoren uit, wóédend. De verdere vlucht was iedereen stil.

En het kan nog erger. Mijn oud-collega Marjan Molenaar, de ravissante voormalige EO-ankervrouw, vloog ooit als passagier in een roestige Antonov de Aziatische steppes over, toen de Russische bemanning het vrachtruim in banjerde en ging zitten kaarten en zuipen. Het toestel vloog door. Met een lege cockpit. Kortom: de trein, zo gek nog niet. Probeer eens een Interrail-kaart. Over treinen later meer.

Columns

meer ‘Columns’