3 augustus 2019 om 03:00

Column George Harinck: Pleidooi voor vrijheid van onderwijs is niets bijzonders
George Harinck is hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit en de Theologische Universiteit Kampen.
Nieuws George Harinck

Column George Harinck: Pleidooi voor vrijheid van onderwijs is niets bijzonders

Het is jammer dat het begrip ‘bijzonder onderwijs’ ingeburgerd is geraakt. Naast het ‘openbaar onderwijs’ lijkt het nu of de tegenstelling tussen beide vormen is, dat de laatste algemeen is, vrij van religie en voor iedereen, en de eerste een uitzondering, voor aparte groepen gelovigen. Maar dat was niet de gedachte achter het streven naar bijzonder onderwijs vanaf de negentiende eeuw. Terwijl de liberalen beweerden dat de staatsschool algemeen onderwijs bood, was ze volgens christenen de school van één richting en niet de hunne. De liberale overtuiging claimde echter de algemene te zijn. In reactie daarop stelden de christenen dat zo’n ‘algemene’ overtuiging niet bestaat.

Dat lijkt mij juist gezien. Er leven onder de Nederlandse bevolking allerlei overtuigingen: een liberale, een christelijke, een atheïstische, een islamitische et cetera. En in plaats van ten aanzien van de inrichting van het onderwijs een van die overtuigingen te presenteren als de algemene, is het democratischer, moderner ook, om als overheid burgers te ondersteunen om een school van eigen richting te stichten.

eigen waarden als norm

Hoe terecht christenen juist om de school streden, blijkt uit het feit dat wie vandaag over de normen en waarden van onze samenleving spreekt, vrijwel direct over het onderwijs begint. Daar wordt de samenlevingsvisie overgedragen en geoefend. Welke samenlevingsvisie dat is, hangt van de richting af.

Deze verdeeldheid baart sommige Nederlanders zorgen. In Trouw wordt een discussie hierover opgejut. Een en andermaal is er voorgesteld het bijzonder onderwijs af te schaffen, omdat het de integratie belemmert. Dat is juist gezien voor wie, net als de liberalen destijds, de school wil gebruiken om de eigen visie algemeen geldend te maken. Er mag geen ‘parallelle samenleving’ komen, zegt men dan, maar men bedoelt te streven naar een samenleving waarin de eigen waarden de norm zijn. Die waarden noemt men ‘universeel’; ze garanderen ‘vrijheid’. Maar bedenk: elke totalitaire – en ook de vroegere christelijke – staat waar ook ter wereld redeneerde op deze wijze over het onderwijs.

Het bijzonder onderwijs is geboren uit de moderne vrijheidszin, die opstond tegen dergelijke dwang. In 1917 werd niet het ‘bijzonder’ onderwijs als extraatje geduld, maar de vrijheid van onderwijs voor iedereen grondwettelijk vastgelegd. De basis voor ons onderwijsbestel is niet een ideologische visie – christelijk dan wel liberaal –, maar het recht. Wat Nederlanders bindt, is dus niet een ideologie, maar de rechtsstaat.

Het probleem zit mijns inziens niet bij het onderwijs – ik ken geen bewijs voor de stelling dat het Nederlandse onderwijsbestel tot parallelle samenlevingen leidt; wel dat het integrerend werkte. De school wordt door de Trouw-opjutters – met hun angst voor de rol van religie in de samenleving als raadgever – gebruikt om de rechtsstaat te spannen voor het karretje van de eigen overtuiging.

balans tussen ieders vrijheid

In dit licht is het onderwijsbestel van 1917 lovenswaardig. Het faciliteert in optimale zin de vrijheid van de burger om een school van eigen gading te stichten (onderwijs is een taak van ouders) én het verschaft de overheid het recht om aan elke onderwijsrichting wettelijke randvoorwaarden te stellen en de toepassing ervan te inspecteren (onderwijs is een zorg van de overheid).

Dat biedt balans tussen ieders vrijheid om de levensovertuiging in het publieke domein vorm te geven, en het gezag van de staat om het algemeen belang te bewaken. Dat algemeen belang is daarbij zo weinig ideologisch mogelijk geformuleerd; dat moeten burgers zelf doen – een democratie vergt mondige burgers.

Als een meerderheid aan burgers geen christelijk, maar liberaal onderwijs wenst, dat zal het bestel van samenstelling veranderen. Maar wat mij betreft niet van structuur. We moeten niet het christelijke of het islamitische onderwijs verdedigen of aanvallen, maar de vrijheid van onderwijs koesteren. Daar is niks ‘bijzonders’ aan.

Columns

meer ‘Columns’