5 oktober 2019 om 03:00

Nieuws -

Kruimeldief Adrian Verbree: Een schaap met zwarte voetjes

‘Als ze [Labans donkere geiten] bij de takken bronstig werden, wierp de kudde gestreepte, gespikkelde en gevlekte jongen.’ (vertaling auteur)

Genesis 30 vers 39

In Genesis 30 goochelt Jakob met stokken en kleinvee. Zijn bezit explodeert, dat van Laban implodeert. Een wonder? Maar waarom dán Jakobs handelen met takken en kudde zo in detail beschreven? De tekst zit vol problemen en vormt een exegetische crux. Recent las ik een artikel dat licht op deze raadselachtige passage werpt. Nu is hier meer te ontraadselen dan in één Kruimeldief past. Ik belicht hier slechts één aspect.

Zorgen geschilde takken van populieren, amandelbomen en platanen in de drinkbakken van bronstig kleinvee voor jongvee ‘waar een streepje door loopt’? Nee. Of …? Wat deed Jakob nu eigenlijk? Ik beperk me tot twee hoofpunten en daarvoor moeten we naar Genesis 30 vers 39: ‘Als ze bij de takken besprongen werden, wierpen ze gestreepte, gespikkelde en gevlekte jongen’ (NBV). In de eerste plaats vermoed ik, het Hebreeuws wegend en er andere vertalingen naast leggend, dat de vertaling ‘besprongen werden’ onjuist is. Beter past: bronstig werden (NBG, HSV), verhit werden (SV). Het punt is dat dit bronstig kleinvee juist níét werd besprongen. Herders weten dat bronstige dieren vaak hun vulva’s tegen boomstammen of takken wrijven. Van die kennis maakt Jakob handig gebruik. Hij forceert met zijn takken de paardrang van de dieren die hij niet drachtig wil zien. (Het schillen kan daarbij zowel een functie hebben in het ’s nachts – wanneer het grootste deel van het paren plaatsvindt – oplichten als in het erotiserende aroma van het takkenbouquet. Drie soorten takken!)

Het tweede vertaalpunt: de NBV, NBG ’51 en de HSV lezen: ‘Als ze bij de takken besprongen werden, wierpen ze gestreepte, gespikkelde en gevlekte jongen.’ ‘Bij’ is de vertaling van het Hebreeuwse woordje el. Dit duidt vaak een richting aan, maar kan naast ‘bij’ of ‘naar’ ook worden weergegeven met onder andere ‘tegen’, of ‘op’. Voorbeelden: het geschiedde, toen zij in het veld waren, dat Kaïn tegen (el) zijn broeder Habel opstond’ (Genesis 4 vers 8 Statenvertaling). ‘zijn (Dagons) hoofd en zijn beide handen lagen afgehakt op (el) de drempel’ (1 Samuël 5 vers 4).

Wat is er aan de hand? Aangezien de kudde na het takkenspel de door Jakob gewenste gestreepte en anderszins afwijkende jongen werpt, verreist de logica binnen het hoofdstuk dat de dieren die hun paardrang op/tegen de takken bevredigden, Labans donker gekleurde geiten zijn geweest (de schapen zijn – vers 40 – een verhaal, wie weet, een Kruimeldief, apart). Deze geiten wierpen dus die ronde geen jongen. De dieren die Jakob bij de stokken vandaan hield en die werden bevrucht, waren de afwijkend gekleurde geiten. Veranderde Laban Jakobs loon, dan speelde hij het spel andersom. Zo belicht is in Genesis 30 sprake van raadsel noch wonder, maar van door God gezegende boerenslimheid.

Columns

meer ‘Columns’