2 november 2019 om 03:00

Heel de wereld ziet dat de zeventiende eeuw een gouden eeuw was
George Harinck is hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit en de Theologische Universiteit Kampen.
Nieuws George Harinck

Heel de wereld ziet dat de zeventiende eeuw een gouden eeuw was

De afgelopen maanden liepen er in ons land tentoonstellingen over etsen van Rembrandt (Rijksmuseum), over schilderijen van Nicolaas Maes (Mauritshuis) en van Pieter de Hooch (Prinsenhof). Het zijn Hollandse schilders uit de gouden eeuw. Gouden Eeuw. Het Amsterdam Museum maakte vorige maand bekend deze naam niet meer te gebruiken. Een reden die daarvoor werd gegeven, was dat de term ‘gouden eeuw’ ‘sterk gekoppeld is aan nationale trots, maar positieve associaties met de term zoals voorspoed, vrede, weelde en onschuld dekken de lading van de historische werkelijkheid in deze periode niet’.

Deze kritische kanttekening bij de term ‘gouden eeuw’ is vaker gemaakt. Elke historicus weet bovendien dat een typering van een tijdperk de lading nooit dekken kan. Om te beginnen kan geschiedschrijving niet het hele verleden omvatten, het onderwerp zal altijd een selectie daaruit betreffen, of het nu de armen zijn of de elite, een biografie of een groepsportret, een economische of een religieuze geschiedenis. Geschiedschrijven is altijd onderwerpen kiezen, en bronnen selecteren. Soms gaat de geschiedenis over goud, soms over vuilnis, soms over overvloed, soms over onbehagen.

er scheurde zelfs een kerk

Ten tweede is de naam voor een tijdperk altijd betrekkelijk. Neem de naam ‘Tweede Wereldoorlog’. We weten allemaal dat hiermee de periode 1939-1945 wordt aangeduid. Maar wie tien seconden nadenkt, weet ook dat in die periode niet alleen oorlog werd gevoerd. Er werd ook gebouwd, geliefd, geschreven, geschilderd en – al vraagt het begrip daarvoor meer dan tien seconden – er scheurde in Nederland zelfs een kerk in deze periode. Historicus Johan Huizinga publiceerde in die oorlog zijn bekende essay over de Nederlandse beschaving van de zeventiende eeuw.

Met de gouden eeuw is het net zo: die was niet alleen goud. Er was ook armoede, er was ook oorlog, de De Witts zijn gelyncht, er was ook een breuk in de Gereformeerde Kerk enzovoort.

Het bezwaar van het museum dat ‘gouden eeuw’ de historische werkelijkheid niet dekt, is daarom een beetje bedriegelijk. Elke historicus weet dat een naam die deze wel dekt niet te vinden is en weet ook dat we ‘de historische werkelijkheid’ van een tijdperk niet in handen hebben; we komen nooit verder dan een voorstelling daarvan. En het museum ging nog een stapje verder in zijn bedrog, door bijval te zoeken bij de autoriteit Huizinga die in het genoemde essay ook de term ‘gouden eeuw’ afwees. Hij wilde die eeuw inderdaad liever vernoemen ‘naar hout en staal, pek en teer, verf en inkt, durf en vroomheid, geest en fantazie’. Het museum gaat echter voorbij aan het feit dat Huizinga deze aanduidingen niet als negatieve associaties wil gebruiken, maar juist als de positieve waar het museum van af wil. Hij spreekt met trots over de gouden eeuw als ‘ons bloeitijdperk’, en blijkens de slotzinnen van zijn essay is het zelfs ‘nationale trots’, als hij schrijft (anno 1941!) dat van ‘het beste wat ons volk in de zeventiende eeuw groot heeft gemaakt ook nu en voor de komende tijden nog niets verloren is’. Het museum meldt dit niet en laat door selectief te citeren Huizinga iets negatiefs beweren, terwijl hij iets positiefs bedoelde.

zonder namen van tijdperken kunnen we niet

De argumentatie van het Amsterdam Museum deugt niet en daardoor ga je je afvragen: waarom wil het museum eigenlijk van de term ‘gouden eeuw’ af? Alles wijst erop dat het de term te positief vindt. Een alternatief biedt het niet. Dat is lastig, want zonder namen van tijdperken is geschiedschrijving niet mogelijk en ook onze alledaagse conversatie over de geschiedenis kan niet zonder. Nationaal en internationaal is ‘gouden eeuw’ ingeburgerd en je moet van beteren huize komen dan het Amsterdam Museum om die naam te vervangen. De tentoonstellingen van andere musea over Rembrandt, Maes en De Hooch bewijzen ondertussen de modieuze onzinnigheid van het museum: ze zijn drukbezocht, want heel de wereld ziet aan deze schilderkunst dat de zeventiende eeuw een gouden eeuw was.

Columns

meer ‘Columns’