*

Column

Advent: de komst van een nieuwe regering

Nog even geduld en dan staat er een nieuw kabinet op het bordes. Met veel minder tamtam dient die andere regering zich aan - niet op een bordes, maar geheel in stijl in een voerbak, schrijft theoloog Myriam Klinker.

Mark Rutte heeft meer aan zijn hoofd dan laveren tussen de golven van de coronacrisis. Hij moet dezer dagen ook een kabinet samenstellen. Want eindelijk is het zover. Het regeerakkoord ligt op tafel, nu is het alleen nog wachten op de verdeling van de ministerposten. Nog even geduld en met een beetje geluk staat er half januari een nieuw kabinet op het bordes.

Ondertussen, met veel minder tamtam, ja haast ongemerkt, dient die andere regering zich aan – niet op een bordes, integendeel, geheel in stijl in een voerbak. Christenen vieren momenteel advent. Het woord advent is afgeleid van het Latijn adventus, wat ‘komst’, ‘aankomst’, of ‘aantocht’ betekent. In Jezus’ tijd werd het woord vaak gebruikt om het bezoek van een keizer in een stad of provincie aan te duiden. De keizer werd geëerd met een feestelijke ceremonie inclusief ronkende toespraken.

Om de eer van zijn bezoek blijvend te onderstrepen werden vaak munten geslagen met zijn afbeelding erop en de datum en naam van de stad. Verschillende van deze ‘adventsmuntjes’ zijn teruggevonden, soms naar aanleiding van een bezoek aan keizerlijke provincies, soms ook naar aanleiding van de terugkeer in Rome na een veldtocht. Maar Gods adventus op aarde – hoewel een gebeurtenis van wereldformaat – begon dus heel bescheiden, haast schaamtevol in een kribbe. Toch bleef ook de geboorte van Gods Zoon in Bethlehem niet verstoken van aandacht in de hemelse en aardse sferen. We lezen in de evangeliën over engelen en over wijzen die elk op hun manier God eer betonen, waarmee de feitelijke grootsheid en de impact van het gebeuren gelijk bij aanvang worden benadrukt.

geen schittering of bordesfoto

Maar dan nog was er een lange, pijnlijke, weg te gaan. Jezus verkondigde vrijmoedig Gods heerschappij, maar kreeg te maken met afwijzing en toenemende vijandigheid. Het kostte hem ten slotte zijn leven. Deze koning deed bewust afstand van zijn gelijkheid aan God, vernederde zich en werd gehoorzaam tot in de schaamte van de kruisdood. Niks schittering, niks bordesfoto, geen ronkende toespraken toen God op aarde kwam…. eerst niet, in ieder geval. Maar dat soort menselijk eerbetoon past eigenlijk ook veel minder bij het dienende karakter van Gods heerschappij. Gods koninkrijk verwezenlijkt zich nederig maar daadwerkelijk van onderop. Oprechte zorg om de ander en dienstbaarheid staan voorop. 

Dienst aan elkaar vormt ook een belangrijke insteek bij de doelstellingen in het nieuwe Nederlandse regeerakkoord met de veelbelovende titel: ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst.’ Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, uitte kritiek op dit missiestatement: ‘vooruitkijken’ klinkt wat afwachtend, zo vond hij. ‘Aan de slag met de toekomst’ zou daadkrachtiger klinken. De regering wil in ieder geval wel aan de slag. Ze pakt flink uit, al is er natuurlijk discussie over het hoeveel en het waartoe van het uitgetrokken budget. Maar het kabinet heeft geen gemakkelijke startpositie, want het vertrouwen van de burger is de laatste jaren sterk achteruit gegaan. Bovendien maakt de wereldschaal van problemen als een pandemie en een ecologische crisis mensen sceptisch, soms zelfs hopeloos. Leiden al die mooie plannen wel ergens toe?!

vooruitkijken en verwachten

Juist op zo’n moment is het van belang die andere regering niet uit het oog te verliezen en meer dan ooit bewust advent en Kerst te vieren. De wetenschap dat God ons opzoekt en dat zijn heerschappij zich hoe dan ook doorzet, geeft hoop en vertrouwen, al is het niet altijd opvallend en heeft het de schijn tegen. Hoe Gods Rijk er uiteindelijk uit zal zien, kan ook nog heel anders uitpakken dan onze 

beperkte, vaak wereldse, voorstellingen ervan. Op zich ben ik het wel eens met Vonhof: een nieuw kabinet moet aan de slag met de toekomst. Tegelijk blijft het vooruitkijken minstens zo belangrijk. Daar spreekt niet noodzakelijk een afwachtende, maar voor christenen eerder een verwachtende houding uit, actief én hoopvol tegelijk. Dat is de echte adventshouding die zich eerst en vooral kenmerkt door vertrouwen op Gods ultieme heerschappij. 

Myriam Klinker-De Klerck is universitair docent Nieuwe Testament. Zij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

Columns

meer ‘Columns’

advertentie