*

aangepast op 27 september 2021 om 19:40

De Namenmuur is het monument, maar in het Wertheimpark ligt het graf
Lody van de Kamp is rabbijn en auteur. Hij schrijft iedere maand een column.
Column

De Namenmuur is het monument, maar in het Wertheimpark ligt het graf

De schrik van historici is dat hun vakgebied met het voortschrijden van de tijd per uur groter wordt. Die schrik van steeds meer wordt weer teniet gedaan door de troost dat de Eeuwige de mensheid ‘de kracht van het vergeten’ heeft gegeven. Het wordt dus steeds weer wat minder. Dit laatste geldt voor onze menselijke herinneringen over het ontdekken van Amerika, het Stadhouderloze Tijdperk en natuurlijk ook voor de eigentijdse historie waaraan de oudsten onder ons nog enige herinnering hebben.

Om niet voldoende parate kennis te hebben hoef je geen jongere uit Urk of coronademonstrant te zijn. We hebben er allemaal ‘last van’. Op het moment dat het brandijzer haar werk deed op het slavenlichaam gruwelde iedere tegenstander van die misdaad tegen de menselijkheid. Nu kijken we met verwondering naar dat martelwerktuig of schudden we ons hoofd. Veel verder gaat het niet. In 2001 knielde paus Johannes Paulus II tijdens zijn bezoek aan de Oekraïne ootmoedig in gebed bij het grote monument in Kiev ter herinnering aan de moord in 1941 op meer dan honderdduizend Joden in het ravijn Babi Jar. Er werd kritiek geuit. In plaats van dat de paus knielde bij het ravijn zelf waar deze oorlogsmisdaden hadden plaatsgevonden, verrichtte hij zijn gebed bij het toch wel op afstand gelegen monument. Dat had anders gemoeten. 

menselijke resten

Een bijna vergeten detail van onze eigen geschiedenis. Zeventig jaar geleden begon hier in Nederland het verhaal van wat nu de ‘Namenmuur’ heet. In 1952 brachten enkele overlevenden na een bezoek aan het vernietigingskamp Auschwitz een urn mee naar Nederland met menselijke as die daar verzameld was. Er was meteen heel wat om te doen. Bij veel andere overlevenden wekte deze actie wrevel en boosheid op. Wat moesten we hiermee? De as hoort in Auschwitz. Natuurlijk zouden deze menselijke resten nu ze eenmaal hier waren op een Joodse begraafplaats ter aarde moeten worden gesteld. Met menselijke resten, zeker als ze zo’n diep tragische geschiedenis met zich meedragen, wordt niet gezeuld. Diegenen die zich toen ontfermden over de urn, verzetten zich tegen het bijzetten op een Joodse begraafplaats. Met een lang omweg via een uitvaartcentrum en de Oosterbegraafplaats in Amsterdam wordt de urn uiteindelijk begraven onder het spiegelmonument ‘Nooit meer Auschwitz’ in het Wertheimpark. Tijdens de jaarlijkse Auschwitz-herdenking kreeg deze plaats de gewenste aandacht. Hier ligt het graf van een of van enkelen die wij herdenken. 

eeuwige grafrust

Inmiddels heeft het Nederlands Auschwitz Comité de Namenmuur gerealiseerd. Nu al blijkt hoeveel van de nabestaanden hun troost zoeken in de stenen waarin de namen zijn aangebracht van hen die zijn omgebracht. De honderdduizend namen die hier zichtbaar zijn geworden spreken de samenleving aan. Maar terwijl wij op zoek zijn naar die ene naam in dit stenen herdenkingslabyrint ligt de mens die wij in werkelijkheid gedenken zeshonderd meter verder. In een eenvoudige urn, zonder naam. We weten niet wie het is, maar wel dat dit het werkelijk stoffelijke slachtoffer van de vernietiging is.

In het Wertheimpark ligt het graf.

Het is zoiets als in Babi Jar. De werkelijke plaats van de tragedie verwijderd van het geplaatste stenen monument. De plek waar de misdaden plaats vonden en de plek waar door de kerkvader de slachtoffers herdacht werden. Er ligt een nobele taak voor het comité om juist die urn met de as toch vooral niet te laten vergeten. Uiteindelijk is de muur het monument. Maar in het Wertheimpark ligt het graf. Om de details van de geschiedenis niet paraat te hebben hoef je geen in een nazi-pak geklede jongere uit Urk te zijn of een onwetende coronademonstrant met een gele ster op de borst. De geschiedenis zorgt er zelf voor dat heel belangrijke elementen in de vergetelheid raken. Laten we wat dat betreft diegene(n) van wie wij géén naam hebben maar met wiens komst naar ons land, inderdaad 70 jaar geleden, het fundament van de Namenmuur werd gelegd nooit vergeten. Honderdduizend namen hebben een steen gekregen. Een of misschien enkelen zonder naam vinden hier in het nabijgelegen park hun werkelijke eeuwige grafrust.

Columns

meer ‘Columns’

advertentie