*

aangepast op 10 juni 2021 om 20:58

Je bent een rund als je met bitcoins stunt. Telkens is hetzelfde patroon zichtbaar
Ruurd Ubels is redacteur van het Nederlands Dagblad. Hij schrijft iedere maand een column over economische of Europese zaken.
Column

Je bent een rund als je met bitcoins stunt. Telkens is hetzelfde patroon zichtbaar

Moet ik onrustig worden? Ik lees dat de bitcoin onlangs een hoogtepunt bereikte, toen één zo’n ding 54.000 euro waard was. Hoewel de cryptomunt inmiddels diep is weggezakt, houden cryptogelovigen vol dat nieuwe records lonken; zelfs in de minst optimistische profetieën tikt de bitcoin later dit jaar de grens van 100.000 euro aan.

Er is sprake van een bullrun, wordt verteld. Deze term uit de aandelenhandel geeft aan dat koersen in korte tijd zo snel stijgen, dat er sprake lijkt van aanstormende stieren (bulls). Kortom, ik ben een dief van mijn eigen portemonnee, wanneer ik nu niet instap. Daarvan kan een mens onrustig worden, zeker als je bent behept met FOMO (fear of missing out, angst om iets te missen).

Cryptomunten (zoals de bitcoin, de ethereum en de tezos) zijn fascinerend, omdat deze elektronische betaalmiddelen worden ‘gedolven’ via gecomputeriseerde wiskundige processen. Vervolgens worden ze via digitale platforms verhandeld.

Maar wat moeten we ervan denken dat de koers ervan door belanghebbende handelaren dusdanig gemanipuleerd kan worden, dat juist deze elitegroep het meeste verdient aan de cryptohandel? Op een reguliere (aandelen)beurs is dit gesjoemel strafbaar, maar de cryptomarkt mist autoriteiten die kunnen ingrijpen.

Voor wie lijdt aan FOMO, is dit teken aan de wand uiteraard van ondergeschikt belang.

millennials

Het gerucht gaat dat cryptovaluta vooral populair zijn bij millennials. Zij zijn niet hebzuchtiger dan andere mensen, vertelde een kenner onlangs op tv. Millennials zien dat sparen een koopwoning niet dichterbij brengt en verwachten ook nog eens dat de pensioenpotten over dertig, veertig jaar leeg zijn. Dan lonkt plan B: handelen in cryptogeld.

Dat zal allemaal waar zijn, maar wat nu gebeurt, is regelrecht bezopen. Er is zorgvuldig een overspannen markt gecreëerd, vol investeerders die elkaar opjutten ‘omdat je er nú bij moet zijn’. Verhalen over deelnemers die in korte tijd schatrijk zijn geworden, wakkeren de angst verder aan om iets te missen.

Op een bullrun-markt wordt echter niet belegd, maar eerder blind gespeculeerd. Ik moet denken aan die financiële adviseur van Aegon, medio jaren negentig. Hij rekende aan de keukentafel voor hoe ook ik grote bedragen op de toen zo doldwaze aandelenbeurs bijeen kon harken. Met geleend geld. ‘U investeert dus zelf helemaal niets!’

Een populaire constructie, maar ik deed niet mee, want mijn argwaan was groter dan mijn geloof. Stommerd, fluisterden anderen, want via die zogenoemde leaseconstructie kon je slapend rijk worden. Totdat een paar jaar later dalende aandelenkoersen talloze deelnemers in de financiële problemen duwde. Uiteindelijk moest zelfs de Hoge Raad eraan te pas komen om erger te voorkomen.

olifant

In die jaren was er ook de hype rond het softwarebedrijf van Jan en Paul Baan. Nú aandelen kopen, was het adagium. Maar drie jaar na de beursgang liep het Baan-schip al op de klippen en staarden beleggers naar waardeloze aandelen.

Zoals dat ook het geval was bij de internetbubbel, een bullrun aan het einde van de jaren negentig. Beleggers staken enorme bedragen in internetbedrijven die nog nooit één cent winst hadden gemaakt. Dom? Nee joh, ‘marktaandeel’ was het toverwoord. Maar in 2000 kwam er een olifant met een lange snuit en die blies het verhaaltje uit.

Bij al deze ellende was telkens hetzelfde patroon zichtbaar: beleggers jutten elkaar op en hollen als lemmingen achter elkaar aan. In aanloop naar de beurscrash van 2008 was het niet anders.

Inderdaad, flinterdun is de scheidslijn tussen een bullrun en bullshit.

Columns

meer ‘Columns’