*

aangepast op 12 februari 2021 om 10:28

Sallands langlaufen. De stilte groeit, van buiten en van binnen
Column

Sallands langlaufen. De stilte groeit, van buiten en van binnen

Het station van Holten is ideaal gelegen voor wandelaars. En voor langlaufers! Het ligt pal aan Nationaal Park Sallandse Heuvelrug. Je stapt uit en je loopt zo omhoog, via een oude beukenlaan. Het wemelt hier van de borden vol informatie: er is een ‘Wereldtijdpad’ dat je kennis van het nieuws opfrist, een ‘Zangfietspad’ waarop je hardop mag zingen en een informatiebord over ... vrouwenemancipatie. Logisch, toch? Grappig, want ik kom voor goudhaantjes.

Dit lijkt me vooral een plek om het nieuws los te laten, te verdwijnen in de witte bladzijden van een winters boek, met als alfabet de bomen, de jeneverbessen, de diersporen. Bovenaan sla ik rechtsaf naar Camping De Holterberg, van Robbert en Bianca Veneklaas. De zondagen zijn er rustig, zo voelen ook reformatorische bezoekers zich thuis. Daar komt bij, er lopen twee alpaca’s en een struisvogel. En verderop heb je dan nog de laatste korhoenders. Ja, dat maakt de Holterberg toch een beetje de Ararat van Salland.

Bianca staat net buiten te roken. Ze zucht. ‘Ik had even een baalmomentje. We zijn de hele dag druk met reserveringen op vaste tijden. En tegelijk missen we de drukte!’


Robbert Veneklaas van Camping De Holterberg, nu in de langlaufverhuur. - beeld nd

‘De Veneklazen zijn mensenmensen.’

Mooie naam, Veneklaas. Voornamelijk in Holten en Rijssen, zegt het Oost-Nederlandse Familienamenboek: Klaas, die bij een veen woonde. Past bij Poelarends en Broekroelofs.

De Veneklazen zijn mensenmensen: hoe meer volk op de deel, hoe liever. Dit gedoe, mondkapjes, afstand houden en enkele bezoekers tegelijk, is ze niet gezellig genoeg. ‘Maar we krijgen toch nog zo’n honderdvijftig langlaufers op een dag!’ Bianca overlegt met een ander verhuurpunt van lange latten, ‘we willen niet te veel mensen tegelijk op de berg.’ Voor de inwoners van Holten is dit hun berg, ze zijn betrokken. ‘Ouderen in het dorp belden ons: komen jullie onze langlauflatten ook maar halen, wij wagen ons er toch niet meer aan.’

Eerst naar de Canadese begraafplaats. Veel gevallenen (1355 Canadezen, 39 anderen) hebben vast als kind ook gelanglauft. Het bos eromheen lijkt levenloos, op wat naalddunne geluidjes na. Goudhaantjes! Olijfgroen, met kopvlammetjes van bladgoud. Vliegende waxinelichtjes, 6 gram per stuk.

‘s Zomers zijn er 45.000 tot 75.000 broedparen, ‘s winters

komen er uit Scandinavië wel 100.000 tot 400.000. Het schijnt dat ze op je arm gaan zitten als je stil bent. Ze negeren de langs laufende mens. Bij strenge vorst gaan goudhaantjes in een soort lockdown, meldt de Vogelatlas. Ze sparen dan energie ‘door dicht opeen te slapen en te bezuinigen op onderlinge agressie, verplaatsingen en roepen’.

Herkenbaar, dit doen wij thuis ook.

Verderop voeren smalle paden dieper het wit in. Ik leun op de stokken. Adem in, adem uit. De stilte groeit, van buiten en van binnen. Nan Shepherd (1893-1981) schreef ‘De levende berg‘, dat boek gaat over de Schotse Cairngorms, maar haar aardse natuurmystiek past net zo goed bij de Sallandse Heuvelrug. ‘Vaak geeft de berg zichzelf pas volledig als ik geen bestemming heb, als ik nergens in het bijzonder aankom, maar slechts op weg ben gegaan om bij de berg te zijn, zoals je een vriend bezoekt met geen ander doel dan zijn gezelschap.’ <

Columns

meer ‘Columns’