*

aangepast op 8 februari 2021 om 19:38

Je kinderindrukken sneeuwen onder. Ze maken plaats voor herinneringen ván herinneringen
Column

Je kinderindrukken sneeuwen onder. Ze maken plaats voor herinneringen ván herinneringen

Groningers denken nu terug aan de winter van februari 1979. Op oudejaarsdag 1978 en 2 januari ‘79 ging het erom weg. Op 14 februari volgde de zwaarste sneeuwstorm van de twintigste eeuw. Mijn broer en ik, 7 en 8, logeerden op de boerderij van onze oom en tante in Overschild en sneeuwden in. De wind had een ongehinderde aanloop over Eems en Dollard. Alle sloten waaiden dicht, het was één steppe. Eerst was er ijzel, bomen kregen een laag ‘glas’, takken en kabels knapten af, sommige boerderijen stoven helemaal onder. Dorpen waren afgesloten, defensie stuurde tanks, men at pannenkoeken en eieren, boeren gooiden de melk in de gierput.

Prachtig zijn de vage filmpjes op internet en de foto’s in het ‘Sneeuwboek’ (Scholma, Bedum) van de ouderwetse auto’s en metershoge sneeuwmuren. Dienstplichtigen van het Pantserinfanteriebataljon in Assen groeven zelf, als in een Lucky Luke-album, het spoor voor hun trein tevoorschijn. Tot Hilversum drong de ontwrichting maar traag door. 


Op de sneeuwduinen in Groningen, winter 1979. - beeld nd

De NOS sprak nog bekakt en uitgestreken (‘auto’s’ werden ‘oooto’s’) en toonde doodleuk winterbeelden van de Flevopolder bij nieuws over Groningen. Dit falen was de doorbraak van het nieuwskanaal ter plaatse: Radio Noord. Premier Van Agt arriveerde in een helikopter en stapte uit op de Kielsterachterweg tussen Hoogezand en Wildervank, ‘in hele mooie, lage, gepoetste lakschoentjes, hij stond meteen tot de enkels in de sneeuw’ (Roel Dijkhuis, Radio Noord). De premier, duidelijk verrast door de realiteit, beloofde pardoes 150 miljoen gulden schadegeld. Maar of daar ooit iets van terechtkwam?

Nu is het 42 jaar later en de provincie waarschuwt voor de gladheid op diezelfde Kielsterachterweg, de auto’s (niet oooto’s) schuiven er de berm in, er zijn ‘sneeuwduinen tot 40 centimeter’. Wij, Groningen 1979-veteranen, kijken daarbij even peinzend in de verte.

‘Van Agt droeg hele mooie, lage lakschoentjes.’

Het probleem is, je kinderindrukken sneeuwen onder. Ze maken plaats voor herinneringen ván herinneringen. Geuren brengen die vervaging tot staan. Zie ik nu foto’s van de boerderij van mijn oom Henk Kruizenga (en zijn ouders voor hem), dan ruik ik weer het kuilvoer, zurig, en voel de dikke, lijvige koeienwarmte. Er staan geen koeien meer op stal, alleen caravans. Je hoort er de ganzen, en ‘s zomers vreten de reeën de dahlia’s van mijn tante op. 

Zo zijn nu de geneugten van het Groningse platteland. Bij de fameuze quiz ‘Oude landbouwgereedschappen raden’, op een familiedag, presteerde het derde en vierde geslacht wat pover. Geen wonder, de nazaten van onze voorouderboerderij in Overschild zijn uitgezworven over heel Nederland en de halve wereld, er is een neef in Canada, er is een nicht in de buurt van Parijs.

Maar die avond zongen we wel samen het lievelingsgezang van mijn grootmoeder (1908-1998), ‘k Wil U, o God, mijn dank betalen, / U prijzen in mijn avondlied’.

Je geheugen mag op den duur gaan lijken op Groningen in de winter van februari 1979, als laatste stuiven de familiegezangen onder en ze komen, buiten tijd en rede om, weer bij je terug. In de lente. Wat een dag zal dat zijn. <

Columns

meer ‘Columns’