Column

We zouden moeten stralen, zoals kinderen dat doen

Na de unburdening (dat is Engels voor ‘bekentenis’, what’s in a word) over mijn innerlijke onzekerheid in mijn vorige column, waren er veel mensen die ook uit de kast kwamen met hun onzekere geaardheid. We werden er met z’n allen spontaan een stuk minder onzeker van. Wat is het toch fijn om allemaal gewoon jezelf te mogen zijn, dacht ik euforisch en zelfverzekerd.

Tot iemand mij vertelde dat ze soms juist onzeker werd door mijn zelfverzekerdheid. Wel, dacht ik, dat kan de bedoeling natuurlijk niet zijn. Moest ik minder te koop gaan lopen met mijn nieuw verworven zekerheid (over mijn onzekerheid)? Moest ik minder in het licht gaan staan, opdat ik anderen de glans niet zou ontnemen?

Ik herinnerde mezelf plots aan een zinsnede van auteur Marianne Williamson: ‘Als we ons eigen licht laten schijnen, geven we anderen onbewust toestemming om dat ook te doen.’

Het was precies wat er gebeurde bij mijn onzekerheids-coming-out: we gaven elkaar onbewust toestemming om met onze onzekerheid – hatseflats – in het licht te gaan staan.

Ik heb snel de neiging om mezelf kleiner te maken, als mijn persoonlijkheid anderen stoort. Want hoe arrogant of opschepperig moeten anderen mij wel niet vinden als ik dat niet doe. Maar getuigt het juist niet van veel meer moed en kracht als je wél in het licht durft te gaan staan, zelfs als je gewoon je normale, onzekere dan wel zelfverzekerde zelf bent?

Marianne Williamson schrijft namelijk in datzelfde stuk: ‘Onze grootste angst is niet dat we ontoereikend zijn. Het is onze grootste angst dat we onmetelijk krachtig zijn. Het is ons licht – en niet ons duister – waarvoor we het allerbangst zijn. We denken: ‘Wie ben ik, dat ik briljant, prachtig, getalenteerd en geweldig zou zijn?’ Maar waarom zou je dat eigenlijk niet zijn? Je bent toch een kind van God? Je bewijst de mensheid geen dienst door je kleiner voor te doen dan je bent. Er is niets verlichtends aan in je schulp kruipen om te voorkomen dat mensen zich in jouw aanwezigheid onzeker zullen voelen. We zouden moeten stralen, zoals kinderen dat doen. We zijn geboren om de glorie van God, die in ons schuilt, openlijk te laten zien. Dat licht bevindt zich niet in slechts enkelen onder ons, het is in iedereen aanwezig.’

Soms ben ik banger dat ik iets wél kan, bang om te fel te stralen. Maar dan vergeet ik dat ik niet straal omdat ik ergens in uitblink, maar dat ik straal omdat dat Gods glorie is.

Wie durft er nu niet meer in het licht te gaan staan.


Columns

meer ‘Columns’

advertentie