aangepast op 3 februari 2021 om 08:03

Column

We moeten vechten, net als een huisvrouw moet blijven opruimen. Op een dag komt de verlossing

‘Je bent nooit klaar’. Dat is de verzuchting van generaties huisvrouwen. Gisteren dacht ik dat de keuken aan de kant was. Maar toen ik binnenkwam na een kort verblijf in de schuur, bleek er een hoop natte handdoeken op het aanrecht te liggen, rook het naar verbrande appeltaart en lag er een omgekeerde schaal met daaronder een rookmelder. Ik zag niet direct het verband tussen deze verdachte zaken.

‘Wat hebben jullie nu weer gedaan?’, vroeg ik mijn tieners. Een van hen biechtte op dat hij zijn bananenboom water wilde geven. Hij had hem even in zijn pot naar de keuken getild en er een litertje of twee in gegooid. Helaas was de grond kurkdroog en zaten er gaatjes onder in de pot. Er waren heel wat (schone) handdoeken voor nodig om dat weer op te dweilen.

‘Maar waarom stinkt het zo?’, ging ik verder. Dat was papa’s schuld. Die had een mislukte poging tot popcorn-met-kaneel maken gedaan. In plaats van te poppen, verkoolde de zaak, waarna de rookmelder in allerijl moest worden veiliggesteld. Die is namelijk draadloos aangesloten op de andere rookmelders in huis, en als ze allemaal tegelijk afgaan, is het een herrie dat horen en zien je vergaat.

Maar ook zonder dit soort regelmatige minirampjes is je huis nooit opgeruimd. Nu ik dankzij de lockdown altijd thuis ben, besef ik dat nog meer dan anders. Zolang er mensen in je huis eten, slapen, knutselen en douchen en er katten in de kattenbak graven, is je huis nooit helemaal netjes. En dat is een goede illustratie voor iets anders.

Vandaag las ik een bericht van iemand die schreef dat het werken voor gerechtigheid net zoiets is. En dat bleef bij mij hangen. In sommige theologische kringen heerst het idee dat we hier op aarde het koninkrijk van God moeten brengen. Dat doen we dan door zo veel mogelijk christenen op topposities in de maatschappij te krijgen, zodat ze daar de wetten kunnen maken en de trends kunnen zetten die in overeenstemming zijn met Gods geboden. Op die manier moet de aarde steeds rechtvaardiger worden.

In de praktijk lijkt het zo niet te werken. Vorige week herdachten we de Holocaust, alweer 76 jaar geleden. Het grote kwaad van antisemitisme is echter nooit overwonnen. Het steekt zijn kop op in – onder christenen populaire – bewegingen als QAnon, in het islamitische extremisme en in allerlei populistische politieke bewegingen in Europa. We zijn er nooit klaar mee. En dat is maar een voorbeeld. Zolang er mensen op deze wereld leven, mensen die geneigd zijn tot onrecht, ontstaan er steeds weer nieuwe vormen van onrecht die bestreden moeten worden.

Je verbiedt slavernij en je krijgt er mensenhandel voor terug. Kinderarbeid wordt verplaatst naar andere landen. Vrouwen zijn vrij, maar door de pornografisering van de samenleving worden ze nog steeds als objecten gezien. Hebzucht van miljardairs noemen we marktwerking.

Toch moeten we vechten, net als een huisvrouw moet blijven opruimen. Zo houden we het leefbaar, ook als we nooit echt klaar zijn. Op een dag komt de verlossing.

Columns

meer ‘Columns’

advertentie