*

aangepast op 9 januari 2021 om 07:00

Column

In het licht van de Bijbel: Amen, wat is waar en zeker?

Het was het negende uur. Vanaf ‘s morgens vroeg tot achter in de middag zaten we in de schoolbanken. Helemaal klaar waren we ermee, Latijn, Grieks, wiskunde, Frans, natuurkunde, godsdienst ... pfff ... Eindelijk ging de bel. De leraar ging voor in het eindgebed, maar hield zijn ‘amen’ in. Wij stonden echter al naast de bank, tassen in de hand. En toen zei hij minzaam: ‘Amen’. De boodschap was duidelijk.

Amen, wat kun je erop wachten! ‘Als wachters op de morgen; het amen, ach wanneer … ‘ Denk aan de voorganger die het eind van zijn preek niet kan vinden, een piloot die niet weet te landen. De gemeente smacht naar het verlossende amen, maar nee, weer een doorstart. Ik hoop oprecht dat ik dit gemeenten niet al te vaak heb aangedaan. Tik me op de vingers als ik het wel doe.

verhoring

Amen dat is: klaar, afgelopen, uit, wegwezen. Natuurlijk weten we beter. Amen is een betekenisvol woord. Amen dat is: het is waar en zeker.

Maar wát is er dan zo waar en zo zeker?

De Heidelbergse Catechismus houdt het erop dat God mijn gebed veel stelliger heeft verhoord dan dat ik zelfs maar verlang. Dat is boud gesproken; of is in het Nederlands de betekenis van het begrip ‘verhoord’ in de loop der tijden verschoven? Ik zou anno 2021 liever zeggen: gehoord, dan verhoord. Bad ze niet of haar vader de corona mocht overleven? Ze hebben net een steen voor hem uitgezocht. We bidden al vijftien jaar om een kindje. Hoezo vérhoord? Slaat het specifieke amen dat de catechismus bespreekt alleen op het Onze Vader? Maar in dat gebed ontbreekt het amen in elk geval in Lukas 11.

Amen, zei ik, als ik God iets beloofde wat ik niet waar kon maken. Amen, zei ik, nadat mijn gebed weer eens op een uiteengevallen legpuzzel leek. Amen, had ik willen zeggen, maar ik viel in slaap.

slotwoord

En toch. Een korte bijbelstudie. In het Oude Testament klinkt Israëls amen steevast ná een gebeurtenis, psalm of voorschrift.

Vervloekt wie een blinde laat verdwalen, en het volk moest amen zeggen. Opgetogen dankt David als de ark veilig Jeruzalem heeft bereikt, en het volk stemt in: amen. In het psalmboek eindigen de subdelen steeds op amen: 41, 72, 89, 106 en lees psalm 150 maar als één groot amen.

Het Nieuwe Testament toont hetzelfde patroon. Bijvoorbeeld: ‘De God van de vrede zij met u allen. Amen.’ Romeinen 15, 33. ‘… zodat u zuiver en heilig voor onze God en Vader zult staan wanneer onze Heer Jezus komt met al de zijnen. Amen.’ 1 Tessalonicenzen 3, 13. ‘… dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen.’, Openbaring 7, 12. Amen als slotwoord.

vooraf

Maar dan zijn er de evangeliën. Die doorbreken het patroon. Daar spreekt Jezus. Bij Hem is het precies andersom. Viel het u op? In de NBV is Jezus’ amen wegvertaald in ‘Ik verzeker u’, of ‘luister’. In het Grieks zegt Hij steeds: ‘Amen, Ik zeg u’ (zie ook Matteüs 21, 31; Marcus 3, 28; Lukas 4, 24; Johannes 3, 3.)

Amen, vooraf. Treffend, want Hij zegt nooit iets wat niet klopt, niet uitkomt, niet betrouwbaar is, niet waargemaakt wordt. Hij kan dan ook zeggen: Ik bén de weg, de waarheid en het leven. Prachtig komt dit uit in Openbaring 3, 14: ‘Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige.’ In het Grieks staat er, letterlijk vertaald, zelfs: dit zegt DE Amen.

Ik trek met hieraan op. Mijn wankel ‘achter-amen’ ankert in zijn vaste ‘voor-amen’. Daarom is ook dat andere ‘stoplapje’ zinvol en mooi: om Jezus’ wil, amen. Precies: enkel om Jezus’ wil wordt mijn amen zinvol.

Openbaring 7, 14

Dit zegt Amen ...

Columns

meer ‘Columns’

advertentie