Schoolshooter valt vaak niet op

Birgit Pfeifer maakte studie van de achtergronden van zeven schoolshooters uit Amerika, Duitsland en Finland. Op de foto zoeken studenten van de Columbine High School troost bij elkaar nadat op 20 april 1999 Eric Harris en Dylan Klebold twaalf medeleerlingen en een leraar hebben doodgeschoten. Wetenschap
Birgit Pfeifer maakte studie van de achtergronden van zeven schoolshooters uit Amerika, Duitsland en Finland. Op de foto zoeken studenten van de Columbine High School troost bij elkaar nadat op 20 april 1999 Eric Harris en Dylan Klebold twaalf medeleerlingen en een leraar hebben doodgeschoten. | beeld ap / Bebeto Matthews
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Wat bezielde de 26-jarige Devin Kelley toen hij zondag in Texas 26 kerkgangers vermoordde? Wat drijft jongeren die in Amerika op scholen dood en verderf zaaien? Birgit Pfeifer, die vrijdag op deze thematiek promoveert aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam, probeerde er een vinger achter te krijgen.

Amsterdam

Je zou zeggen: iemand die in een kerk of op een school om zich heen gaat schieten, heeft een steekje los. Pfeifer: ‘Dat hoeft helemaal niet. Uit Amerikaans onderzoek in opdracht van de FBI blijkt dat bij slechts 17 procent van de schoolshooters – jongeren die op scholen mensen vermoorden – al vóór hun daad een psychiatrische stoornis is vastgesteld. Denk aan schizofrenie of een depressie. Schoolshooters die ná hun misdaad gedragskundig zijn onderzocht, bleken in de helft van de gevallen te kampen met psychiatrische problemen. Zoals een vorm van depressie of een narcistisch zelfbeeld …
Dit is 8% van het artikel.

Wil je verder lezen?

24 uur nd.nl voor maar € 2,-

Of lees via
Paywall
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?