1. ‘Hé Wolf, kom eens uit dat dak! Je lijkt wel een aap! Straks kukel je naar beneden.’ Roos was een beetje ongeduldig. Ze zat met Emma en Kris in de theekoepel op de heuvel, midden in de bossen van het landgoed. Om hen heen stonden bomen in de mooiste herfstkleuren. Voor hen in de diepte lag het meer, als een spiegel zo glad, glanzend in de zon.

Varia

meer ‘Varia’