Feuilleton: Over Bergen Heen (205)

205. Het duurde niet lang of er verscheen een vos die door het ravijn rende en alweer verdween voordat ik mijn boog kon spannen. Kort daarna verscheen er een ree, die echter lucht van mij kreeg, haar staart in de lucht stak, luid snoof, op de grond stampte en bliksemsnel weer verdween. Toen begreep ik dat mijn schuilplaats onder de esp niet zo geweldig was vanwege de overwegende windrichting. Of de dieren roken natuurlijk de zeep. Jagen was toch niet zo eenvoudig als het op televisie leek.

Varia

meer ‘Varia’