*

Feuilleton: Over bergen heen (171)

171. Ik moest op verkenning, kijken waar we waren. Ik trok mijn lange onderkleding aan, daarna mijn broek en liet mijn voeten weer in mijn laarzen glijden. Ze zaten onder de blaren. In de laarzen stappen deed pijn, maar niet zoveel als de eerste paar stappen. Mijn jack sloot over mijn blote huid. Als ik van binnen warm kon blijven zonder te zweten, zou het goed gaan. We hadden in de openlucht geslapen en gelukkig had het niet gesneeuwd. Ik draaide om mijn as en inspecteerde de bovenrand van de komvormige vallei waar we in liepen. Ik moest een vogelperspectief zien te krijgen. Vanuit het noorden kwamen donkere, zware wolken over de bergen opzetten. Het viel niet te voorspellen hoe lang de sneeuw nog zou uitblijven.

Varia

meer ‘Varia’

advertentie