Theologenblog: Vijfhonderd jaar kiezen voor de armen

<p>Maarten Luther</p> Theologenblog

Maarten Luther

| beeld wikipedia

De verbinding van het evangelie van de vrijspraak en het omzien naar de armen, in navolging van Christus, maakt Luthers ‘’theologie van het kruis’ het waard herdacht te worden, betoogt Arco den Heijer.

Je redding verdien je niet door goede werken. Alles wat wij voor goede werken houden, is in werkelijkheid vol van zonde. We zijn daarom volstrekt aangewezen op Gods genade in Christus, die ons vrijspreekt en opricht.

Wie naar een samenvatting van Maarten Luthers boodschap vraagt, krijgt waarschijnlijk iets dergelijks als antwoord. Of misschien een samenvatting aan de hand van de bekende sola’s.

Toch valt het hoogtepunt van de herdenking van vijfhonderd jaar Reformatie niet op 26 april 2018, vijfhonderd jaar nadat onder leiding van Luther onder andere deze stelling werd bediscussieerd: ‘Het is zeker dat een mens volstrekt aan zichzelf moet vertwijfelen om geschikt te worden voor het verkrijgen van Christus’ genade.’ (achttiende these van de Heidelberger Disputatie). De Reformatie wordt al sinds de zeventiende eeuw herdacht op 31 oktober. In Duitsland is het dan zelfs een nationale feestdag.

 

Die keuze geeft een centrale plaats aan de 95 stellingen die Luther op 31 oktober 1517 aan de slotkapel van Wittenberg sloeg (althans volgens Melanchton; kerkhistorici zijn erover verdeeld). In die stellingen staat niet de paulinische rechtvaardigingsleer centraal, maar Jezus’ oproep tot bekering (Matteüs 4:17), tot boetedoening. Die bekering valt niet af te kopen met een aflaat, maar moet zowel innerlijk (in oprecht berouw) als uiterlijk (in gehoorzaamheid aan God) tot uiting komen.

Bekering bestaat in een leven in navolging van Christus, een leven onder het kruis, terwijl je afziet van jezelf en omziet naar je naaste. In Luthers woorden: ‘Wie aan een arme geeft of aan een behoeftige leent, doet beter dan wanneer hij aflaten had gekocht’ (stelling 43). Hij besluit zijn stellingen met de woorden: ‘De christenen moeten opgeroepen worden om hun hoofd, Christus, door lijden, dood en hel te leren volgen. Zo mogen ze erop vertrouwen de hemel binnen te gaan: eerder door veel verdrukkingen dan door een verzekering van vrede’ (stellingen 94 en 95).

 

Luther kiest in zijn 95 stellingen als theologiedocent positie voor de armen die gebukt gaan onder lasten van de aflaat. Daarmee trof hij de Rooms-Katholieke Kerk in de portemonnee en dat kon vanuit Rome niet onbeantwoord blijven. Vandaar dat 31 oktober ook vanuit kerkhistorisch oogpunt terecht als scharnierpunt geldt.

Maar Luthers stellingen waren meer dan alleen kritiek op sociale misstanden. Ze vormen een positiekeuze voor de armen die theologische diepgang krijgt door de verbinding met het evangelie van de vergeving.

Wie Gods vergeving kan afkopen, blijft verstrikt in een ik-gericht leven. Maar wie, zonder aflaten, op grond van het evangelie de zekerheid van Gods vrijspraak heeft, wordt nederig gemaakt en vanuit die houding in staat gesteld om werkelijk naast de ander te staan. Hij of zij kan zonder bijbedoelingen aan de armen geven.

De rijkdom van de kerk ligt dus niet in mooie kerkgebouwen, gebouwd met aflaatgeld. De rijkdom van de kerk ligt ook niet in het budget dat voor diaconale hulp wordt begroot. De ware schat van de kerk, aldus Luther, ‘is het heilig evangelie van de glorie en genade van God’ (stelling 62), die de eersten tot laatsten maakt – en daarmee weerstand oproept.

 

Luthers boodschap laat zich niet reduceren tot de ‘rechtvaardiging van de goddeloze’ of tot een theologische discussie over het belang van goede werken en verdiensten. Die boodschap gaat ook niet op in een kritische blik op sociale misstanden. Juist de verbinding van die twee - het evangelie van de vrijspraak en de oproep om in navolging van Christus naar de armen om te zien - maakt zijn ‘theologie van het kruis’ tot een gave aan de kerk die het waard is herdacht en doorgegeven te worden.

 

De auteur is promovendus Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?

Nieuws