Theologenblog: Traditie is geen argument

<p>Gert Kwakkel</p> Theologenblog

Gert Kwakkel

| beeld nd

In Frankrijk kijkt Gert Kwakkel weer uit naar de jaarlijkse nationale feestdag op 14 juli. Een mooie traditie - maar dát is op zichzelf geen argument om iets in stand te houden.

Binnenkort staan vele vakantievierende Nederlanders er weer van te genieten: het vuurwerk op 14 juli, de Franse nationale feestdag. Bij mijn weten is dat vuurwerk in Frankrijk niet omstreden. Dat ligt heel anders bij de Nederlandse gewoonte van vuurwerk afsteken door particulieren bij de jaarwisseling.

In de discussie daarover – zoals onlangs in de Tweede Kamer – speelt het begrip ‘traditie’ een belangrijke rol. Hetzelfde is het geval bij de telkens weer oplaaiende onenigheid rond Zwarte Piet. Voorstanders van handhaving van deze gewoonten voeren als argument aan dat het om nationale tradities gaat. Hoe sterk is dat argument eigenlijk?
 
Gereformeerde christenen hebben vanouds een wat dubbele verhouding tot traditie. Aan de ene kant zijn velen van hen behoorlijk traditioneel. Aan de andere kant hebben zij meegekregen dat een grote rol voor de traditie niet gereformeerd is, maar typisch rooms-katholiek.
Volgens de rooms-katholieke leer moet de kerkelijke traditie met gelijke eerbied behandeld worden als de Heilige Schrift. Dat strijdt met de overtuiging dat de Bijbel de hoogste norm is.

Bovendien heeft Jezus zelf zich verzet tegen het beroep van Farizeeën en Schriftgeleerden op hun tradities. Hij verweet hun dat zij hun tradities boven het woord van God stelden en die gebruikten om dat Woord te ontkrachten (Matteüs 15, Marcus 7). Deze woorden van Jezus laten duidelijk zien dat traditie niet zonder meer een goede zaak is.

Tegelijk vervult traditie een positieve rol in de Bijbel. Ouders moeten het verhaal van Gods grote daden en zijn geboden doorgeven aan hun kinderen (Deuteronomium 6). Paulus geeft wat hij zelf van anderen gehoord heeft over Jezus’ woorden bij het laatste avondmaal, weer door aan zijn leerlingen (1 Korintiërs 11). Traditie in de zin van het doorgeven en overleveren van de inhoud van het geloof is goed en noodzakelijk.
Maar dat is niet per se hetzelfde als het in stand houden van lang bestaande gewoonten.
 
Het gaat er maar om wat er doorgegeven (‘getradeerd’) en in stand gehouden wordt. Hier in Frankrijk bestaat ook de traditie dat het openbaar vervoer aan het begin van de zomer in staking gaat, tijdens de eindexamens en als velen op vakantie willen gaan. Niemand zal zeggen dat dat daarom zo moet blijven.

Dit is natuurlijk een extreem voorbeeld, maar het laat wel zien hoe beperkt de waarde van het begrip traditie is in een moreel debat. Doorslaggevend is niet of iets traditie is, maar of het goed is. Als iets schadelijk is, maakt het feit dat het een traditie is, het alleen maar beroerder. Een verkeerde gewoonte is erger dan een incidentele verkeerde daad.
 
De positieve waarde van tradities is dat zij een gemeenschap samenbinden. Ook dat is echter allerminst een absoluut gegeven. Je wilt toch niet dat de gemeenschap waarin je leeft, bijeengehouden of versterkt wordt door iets wat helemaal niet goed is?

Het beroep op traditie is een heel zwak argument in maatschappelijke discussies over zaken met morele implicaties. Beter is het erop te wijzen dat tradities kunnen veranderen en zich ontwikkelen. Dat biedt de kans de samenbindende kracht te bewaren en tegelijk de schadelijke elementen te verwijderen. Als Zwarte Piet echt pijnlijk is voor zwarte mensen, laten wij hem dan nog kleurrijker maken dan hij al is. En als wij per se vuurwerk willen zien bij de jaarwisseling, laten wij het dan net zo doen als de Fransen op 14 juli: allemaal samen op een terrein waar de burgerlijke gemeente de show organiseert.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?

Nieuws