Theologenblog: Theologen en hun angsten

<p>Hans Burger</p> Theologenblog

Hans Burger

| beeld nd

Hans Burger stelt zich een vraag: in hoeverre ga ik als theoloog voorbij aan het echte leven?  

Soms komen dingen bij elkaar: je leest iets en tegelijk gebeuren er dingen waardoor wat je leest veel meer impact krijgt. Zo las ik in de week van alle commotie rond de Nashvilleverklaring een boek van de Britse theologe Sarah Coakley, God, Sexuality and the Self (2013). In het tweede hoofdstuk van dit boek, het eerste deel van een serie, beschrijft ze verschillende vormen van theologie die volgens haar niet voldoen. Deze theologen doen alsof ze zich begeven in het geweld van de branding aan het strand, terwijl ze in werkelijkheid in een kanaal werken, ver weg van het bruisende water van de zee. Ze vertellen hun eigen verhaal en willen niet zien dat ze ver weg zijn van het echte leven. Door dit boek werd de commotie rond Nashville voor mij als een spiegel: in hoeverre ga ik als theoloog voorbij aan het echte leven? 

De eerste vorm van theologie die Coakley beschrijft, trekt zich terug op het eigen gelijk van de traditionele orthodoxie. We weten de antwoorden en blijven die herhalen. Voor iemand aan de Theologische Universiteit van Kampen is geen ver-van-je-bed show. In de jaren negentig typeerde Jan Huijgen de theologie van Kampen als ‘normatief idealisme’; de praktisch theoloog Gerben Heitink had het over een ‘normatief-deductieve benadering’. De norm is helder, het echte leven met alle rommeligheid die daarbij hoort, komt niet in beeld. In theorie hebben we in Kampen van zo’n benadering afstand genomen; maar het verleden trekt, dus zo’n vorm van theologie blijft een valkuil.

kritisch terugkijken

De tweede vorm van theologie die Coakley noemt, is de theologie van bijvoorbeeld John Milbanks ‘radical orthodoxy’. Een theologie die kritisch is op onze seculiere moderne samenleving, en opnieuw probeert om het echte christelijke verhaal zoals middeleeuwse theologen dat vertelden nieuw leven in te blazen. Dat is een vorm van theologie die in Kampen wel weerklank vindt, ook bij mijzelf. Kritisch terugkijken op je eigen traditie, om daardoor het echte christelijke verhaal opnieuw en beter te vertellen. Prima, zegt Coakley, maar het probleem is dat ook hier de werkelijkheid met alle zompige modder die daarbij hoort, niet echt onder ogen gezien wordt. 

De derde vorm staat voor mij verder weg: de theologie van bozige feministen en hun mannelijke medestanders; liberaal, liturgisch, actief voor mensenrechten, maar in een God die gebeden verhoort en mensen of kerken verandert, geloven ze niet meer. Het echte leven met God komt ook hier niet in beeld. Waar het Coakley om gaat: theologie moet de aandacht richten op het echte leven, waar God aan het werk is, hoe rommelig en gebroken het ook mag zijn. 

Vragen rond homoseksualiteit en gender zijn maar een voorbeeld; het geldt bij zoveel theologische vragen: kennelijk is het ingewikkeld om echt onder ogen te zien wat er allemaal om je heen gebeurt. Maar goed, bij deze genoemde vragen kan ik – als ik eerlijk ben – genoeg dingen bedenken waar ik bang voor ben of zou kunnen zijn. Angst voor een kerk in ontbinding waarin gedeelde zekerheden losgelaten worden; angst voor de ongemakkelijke confrontatie met homo’s en hun pijnlijke verhalen; angst voor controverse; angst om te erkennen dat je het niet weet; angst voor de reacties van anderen, die strijden voor een zo breed mogelijke acceptatie van relatievormen of juist voor behoud van het traditionele huwelijk tussen man en vrouw. Daaronder liggen fundamentelere angsten: angst om het houvast van een kloppend theologisch systeem op te geven; angst voor het onbekende, ook in jezelf; angst niet erkend te worden; en angst je over te geven aan een God die je nooit in de vingers krijgt. Vasthouden aan je eigen vertrouwde gelijk is dan wel zo veilig (wat je standpunt ook is!).

Wat voor predikanten en pastores geldt, geldt het ook voor theologen: de persoon van de theoloog speelt een belangrijke rol in je theologie. Dus ook je boosheid, je frustratie, je angst. Zo kun je jezelf in de weg staan om te zien wat er om je heen gebeurt, zodat je net als de priester en de Leviet de beroofde man langs de kant van de weg niet ziet. Of je ziet degene over wie je het hebt over het hoofd. Of  je beschadigt hem. Of je ziet niet wat God buiten jouw kerkelijke horizon aan het doen is. 

Prachtig vind ik de weg die Coakley vervolgens wijst: de weg van contemplatie en gebed. Dat wil zeggen: de weg van het door de Geest delen in de positie van de Zoon en zo de Vader aanbidden. Dit is de weg van met Christus sterven en opstaan, een levenslange weg van afbraak van valse zekerheden en van transformatie van je angsten, frustraties en (seksuele) verlangens, zodat je (als homo, transgender, theoloog) op Christus gaat lijken. Deze ruimte van gebed en contemplatie van God maakt dat veel open, onbekend en ongemakkelijk kan zijn. Dit echter niet: dat God er is en dat in Christus Gods  toekomst veilig is.  

 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?

Nieuws