Theologenblog: Samenwerken met God?

Theologenblog
beeld ap / Carolyn Kaster

Arco den Heijer luisterde naar een toespraak van president Obama. Waarin hij een echo van Paulus beluisterde.

Een week geleden hielden twee staatshoofden een belangrijke rede. Niet alleen sprak onze koning de Staten-Generaal toe; de president van de Verenigde Staten hield diezelfde dag een toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York.

President Obama heeft al vaker laten blijken dat hij een goed spreker is. Wat mij trof in deze rede, was de bevlogenheid waarmee hij onder woorden bracht waarvoor hij gestreden heeft in de jaren van zijn presidentschap: bescherming van zwakken, internationale samenwerking, het geloof in de kracht van de internationale en nationale rechtsorde.

Obama sloot zijn rede af met een verwijzing naar de diversiteit aan tradities en culturen in zowel zijn eigen familieachtergrond als de Verenigde Staten als geheel. Die heeft hem geleerd om identiteit niet te definiëren in contrast met anderen, maar door een geloof in vrijheid, gelijkheid, recht en eerlijkheid.

Dat geloof maakt hem niet minder toegewijd aan zijn eigen ras, geloof en natie. ‘Maar mijn geloof in die principes dwingt me mijn morele inlevingsvermogen ruimer te maken en te erkennen dat ik mijn eigen volk het beste dien, voor mijn eigen dochters het beste zorg, door ervoor te zorgen dat mijn handelingen op het oog hebben wat rechtvaardig is voor alle volken en alle kinderen, voor jullie dochters en jullie zonen.’

 

Dat is een heel ander geluid dan Donald Trump, die ‘Amerika weer groot wil maken’ - het verlangen naar de glorie van de eigen natie in competitie met andere machten: China, India, Rusland. Met zijn woorden brengt Obama een kerngedachte van het christelijk geloof tot uitdrukking: dat deze wereld Gods wereld is, waarin de zegen niet gevonden wordt in het opkomen voor de belangen van de eigen groep, maar in het streven naar wat voor allen rechtvaardig is.

Niet conflict, maar vrede ligt ten grondslag aan onze werkelijkheid. In Christus’ dood heeft God de schuld van de wereld op zich genomen. In Christus’ opstanding heeft God voor deze wereld een nieuw fundament gelegd. Rechtvaardige daden bouwen op dat fundament en dragen de belofte van leven. Het recht van de sterkste loopt dood.

 

Het vraagt wel geloof om vanuit die hoop te leven. Obama gaf in zijn rede ook aan dat de geschiedenis ons een veel cynischer perspectief op de werkelijkheid aanreikt. Een naïef vooruitgangsgeloof wijst Obama af. Iedere Verlichting wordt gevolgd door nieuwe oorlogen - de voltooiing van Gods koninkrijk brengen wij niet zelf.

Maar te midden van die realiteit klinkt het appel om niet te berusten in conflictdenken, maar te blijven denken vanuit verzoening. Obama citeerde in verband daarmee een uitspraak van Martin Luther King Jr.: ‘Menselijke vooruitgang is niet iets onvermijdelijks, maar komt door de onvermoeibare inspanningen van mensen om medewerkers met God te zijn.’

Dat klinkt in gereformeerde oren ambitieus en aanmatigend: te denken dat wij met God kunnen samenwerken. Toch is de uitdrukking ‘Gods medewerker’ aan de brieven van Paulus ontleend (1 Korintiërs 3:9, 1 Tessalonicenzen 3:2). En waar ‘Gods medewerker’ nog verschillend kan worden uitgelegd, spreekt Handelingen 14:27 expliciet over de dingen die God gedaan had samen met Paulus en Barnabas.

Het gaat dan duidelijk niet om een verhouding waarbij God en de apostelen beiden een gelijkwaardige bijdrage leveren. Het Griekse woord voor ‘medewerker’, sunergos, heeft een betekenisspectrum dat reikt van ‘dienaar’ tot ‘collega’. In relatie tot God zijn de apostelen slechts dienaars, die mogen werken in het spoor dat God zelf al getrokken heeft. Onderling zijn zij collega’s: Timoteüs en Titus, Euodia en Syntyche zijn allemaal ‘medewerkers’, samen met Paulus, in dienst van God. Mensen die ‘medewerkers met God’ zijn, werken ook samen met elkaar.

 

Zo kan de exegese een verdiepingsslag geven aan de oproep van Obama. En die oproep is actueel juist ook voor christenen in Nederland. Onze plaats in de samenleving is niet meer zo centraal als vroeger. Dat kan maar zo leiden tot een nostalgisch verlangen om ‘de kerk weer groot te maken’, of tot een angstige strijd om te behouden wat we nog hebben en de maatschappelijke ruimte voor anderen - moslims bijvoorbeeld - zo beperkt mogelijk te houden. Onze roeping is echter om te streven naar wat rechtvaardig is. In het spoor van God en in samenwerking met elkaar.


Arco den Heijer is promovendus Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief

Gerelateerde artikelen:

Nieuws