Theologenblog: 'Plagiaat' in de Bijbel en in de krant

Theologenblog

Plagiaat komt ook in de Bijbel voor. Maar trek daaruit niet de conclusie dat het Bijbels is, dus niet zo erg, schrijft Henk de Waard. 

Afgelopen week moest de hoofdredactie van de Volkskrant diep door het stof. Een stagiair heeft in de krant artikelen gepubliceerd die deels zijn overgeschreven uit andere media. Aan het begin van de stage was de man daarop al eens betrapt, maar toen werd nog gedacht aan een beginnersfout. Nu is gebleken dat het veel vaker plaatsvond, in ongeveer een derde van de door de stagiair geschreven stukken. En dat zijn er heel wat, want de stagiair was opvallend productief; hij schreef tientallen artikelen, over allerlei onderwerpen. Tot en met een interview met een Bosnische oorlogsmisdadiger – naar nu blijkt bijna compleet aan elkaar geplakt.

Het is inmiddels genoegzaam bekend dat dergelijke zaken ook in de wetenschap voorkomen. In 2011 trad in Duitsland de minister van Defensie Zu Gutenberg zelfs af omdat hij plagiaat had gepleegd in zijn proefschrift. In ons eigen land zijn er ook verschillende zaken geweest, waarbij onder meer de vraag werd gesteld hoe erg ‘zelfplagiaat’ is: het onvermeld hergebruiken van materiaal uit eigen publicaties. Een commissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen adviseerde na onderzoek dat een bronvermelding in dergelijke gevallen weliswaar wenselijk, maar niet altijd noodzakelijk is. Bij het citeren uit andermans werk hoort uiteraard een verwijzing naar de desbetreffende publicatie. 

Dat zo’n verwijzing wel eens ‘vergeten’ wordt, ook in theologische literatuur, bleek mij nog niet zo lang geleden. In een Engelstalig artikel las ik een zin waarvan ik me afvroeg of het wel correct Engels was, en ik besloot dat te checken via Google Scholar. Tot mijn verrassing leverde de zoekactie maar enkele resultaten op, waarbij direct duidelijk werd dat de zin, of eigenlijk de halve alinea, min of meer letterlijk uit een ander boek was overgeschreven. Het was dus inderdaad merkwaardig Engels, maar veel erger, het was plagiaat.

In dit licht kan het vreemd lijken dat we ook in de Bijbel in aanraking komen met het verschijnsel dat in onze wereld plagiaat heet. Er zijn diverse gevallen van hergebruik van eerder materiaal te vinden – zonder bronvermelding.

Mijn eigen onderzoek focust op Jeremia 52, een hoofdstuk dat min of meer volledig gekopieerd is uit het einde van 2 Koningen. Enkele hoofdstukken eerder, in Jeremia 49, vinden we een aantal verzen die nauw overeenkomen met passages in het Bijbelboek Obadja. Een ander, wellicht bekender voorbeeld is de parallellie tussen 2 Koningen 18-20 en Jesaja 36-39, de geschiedenis van koning Hizkia. Iets wat voor ons volstrek onacceptabel is, het hergebruik van teksten van iemand anders, was in het oude Nabije Oosten klaarblijkelijk heel gewoon. Men keek anders aan tegen zoiets als intellectueel eigendom.

De les daaruit is niet dat plagiaat Bijbels en dus niet (zo) erg is. De conclusie is veeleer dat we de Bijbelse teksten niet moeten meten aan onze opvattingen over schrijverschap en literaire conventies.

Deze teksten zijn Gods Woord tot ons, maar het zijn ook teksten uit een heel andere tijd en cultuur. Dat moeten we verdisconteren als we nadenken over hun betekenis voor ons, maar ook in ons onderzoek naar het ontstaan van de Bijbelboeken. Dat was veelal een lang en ingewikkeld proces, waarin het op allerlei punten heel anders toeging dan bij ons gebruikelijk is.

 

Henk de Waard is wetenschappelijk medewerker Oude Testament aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief

Nieuws