Theologenblog: Pas op met bewijzen voor bijbelse waarheden

<p>Koert van Bekkum</p> Theologenblog

Koert van Bekkum

| beeld nd

Het blijft link dat verhalen over bijbel en archeologie big business zijn. Lezers en kijkers gaan zomaar denken dat ‘archeologie de Bijbel bewijst' of dat een sceptische houding tegenover de bijbel de enige echte wetenschappelijke is, schrijft Koert van Bekkum

Na meer dan veertig jaar nam hij vorige maand afscheid: Hershel Shanks (1930), hoofdredacteur van Biblical Archaeology Review, het blad dat als geen ander archeologische vondsten uit de wereld van de Bijbel bekendmaakt bij het grote publiek. 

’s Werelds beroemdste amateurarcheoloog had een fijne neus voor opwindende verhalen. Vaak wist hij een wetenschappelijke vondst zo op te blazen dat het net leek of de bijbel dramatisch tot leven kwam. En natuurlijk moest ook zijn afscheid worden opgeluisterd met een spectaculaire vondst.

Na een wekenlange campagne waarmee iedereen werd lekkergemaakt was het eind februari zo ver. De klaroenstoot waarmee Shanks afscheid nam, was een afdruk van het zegel van niemand minder dan Jesaja. ‘Is dit de handtekening van de profeet Jesaja?’, luidde de kop boven een artikel van Eilat Mazar. De archeoloog van Hebrew University was op het zegel gestuit bij het zeven van grond tijdens haar opgraving in Jeruzalem.

Natuurlijk kreeg Shanks de weken erna de reuring waarop hij opnieuw had gehoopt. Talloze kranten en websites brachten het bericht dat het zegel van de profeet Jesaja was gevonden. ‘Fascinerend! Hier hebben we misschien fysiek bewijs dat de man inderdaad verkeerde in kringen rond het hof en zelf las en schreef!’ Tegelijk was er kritiek van Eilat Mazars vakgenoten, met de epigraaf Christopher Rollston van George Washington University voorop, via zijn website en in een podcastinterview: ‘Deze Jesaja is niet de profeet; sterker nog, laten we het beeld relativeren dat het grote publiek graag heeft van de historiciteit van de bijbel.’

Toegegeven: ook ik lees en beluister de artikelen en het commentaar met grote interesse. Tegelijk vervult het debat me met hartzeer. Enerzijds heeft de bestudering van de bijbel, de geschiedenis van Israël en de archeologie van het oude Nabije Oosten mensen als Shanks nodig. Ze brengen het grote publiek in contact met de archeologie en wekken de interesse van geldschieters. Dat is nodig, want mensen opleiden, opgravingen doen, vondsten onderzoeken in een laboratorium en publiceren kost veel geld.

Anderzijds bevinden populaire verhalen over bijbel en archeologie zich vaak op of over de grens van de pseudowetenschap. De chronologie van het oude Egypte van David Rohl is sinds de introductie ervan in 1995 al talloze keren onderuit gehaald. Toch is het uitgangspunt van een populaire National Geographic-documentaire over de Bijbelse Exodus, ook te zien op Netflix. Bij het Jesaja-zegel ligt het subtieler. Eilat Mazar zelf aarzelt de conclusie te trekken dat het zegel van de profeet was. En terecht. De naam Jesaja kwam vaker voor. Eén letter, de yod, moet in de lezing ‘profeet’ als zogenoemde leesmoeder worden gelezen, terwijl je dat in deze periode niet zou verwachten. En tot slot ontbreekt een lidwoord. Oftewel: ‘Jesaja uit (de stad) Navi’ is een veel logischer vertaling van de handtekening dan ‘Jesaja, de profeet’. Maar ja, dat verkoopt niet.

Nu is deze inhoudelijke discussie op zich prima. Wie echt geïnteresseerd is, komt er vroeg of laat wel achter dat archeologie meer zegt over het dagelijks leven dan over bijbelse gebeurtenissen of personen. Maar het blijft link dat verhalen over bijbel en archeologie big business zijn. Lezers en kijkers gaan zomaar denken dat ‘archeologie de Bijbel bewijst’, of juist dat de terechte kritiek van mensen als Rollston betekent dat hun sceptische houding tegenover de bijbel de enige echte wetenschappelijke is.

Niemand hoeft zijn of haar fascinatie met verhalen over Bijbel en archeologie te onderdrukken. Maar wee de bijbelwetenschapper, correspondent in Israël of bureauredacteur voor een krant of website die oude of nieuwe vondsten te gemakkelijk presenteert als mogelijk ‘bewijs’ voor Bijbelse waarheden. Dat doet de vondsten zelf én de bijbel veelal onrecht. Maar wat erger is: het duwt lezers met terechte kritische vragen in de richting van scepsis en ongeloof.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?

Nieuws