Theologenblog: #MeToo en #dochtervanJefta

Koert van Bekkum. |beeld nd Theologenblog
Koert van Bekkum. |beeld nd

Dat Israëls meisjes jaarlijks Jefta’s dochter beklaagden, was een stil protest van jonge vrouwen tegen verkeerd mannelijk leiderschap en geweld, betoogt Koert van Bekkum.

Mannen denken nog veel te vaak dat het geen probleem is vrouwen in hun omgeving respectloos te benaderen. Dat is wel duidelijk nu actrice Alyssa Milano na berichten over seksueel misbruik door Hollywood-tycoon Harvey Weinstein de hashtag #metoo (ik ook) nieuw leven heeft ingeblazen. In de eerste 24 uur deelden 4,7 miljoen vrouwen alleen al op Facebook hun negatieve ervaringen.

De #metoo-campagne maakt veel indruk. Terecht. Het gaat om een diepgeworteld probleem. Tegelijk zijn er ook vragen. Is een campagne als deze wel het juiste middel om slachtoffers op te roepen met hun verhaal naar buiten te komen? Zien we hierbij in het Westen ook niet de gruwelijke achterkant van een vrijere seksuele moraal?

Ook in de Bijbel is de omgang met vrouwen vaak een belangrijke indicator voor hoe een samenleving ervoor staat. Dat is met name zo in het Bijbelboek Rechters. Enerzijds demonstreren krachtige vrouwen als Debora, Jaël en de moeder van Simson de zwakheid en aarzeling bij mannen in hun omgeving. Anderzijds toont gruwelijk geweld tegen vrouwen, vooral aan het slot van het boek, hoe diep de stammen van Israël gezonken zijn. Geen wonder dat Rechters de laatste decennia vanuit feministisch perspectief intensief is bestudeerd.

Hierbij valt vooral de dochter van Jefta op. Jefta is een sterke, gelovige strijder. Hij is uitgestoten uit zijn clan en hunkert naar erkenning. Als krachtige dealmaker slaagt hij erin stamleider en rechter van heel Israël te worden. Maar alles ontspoort, als hij ook God denkt te kunnen manipuleren. Hij belooft de HEER te offeren ‘wat’ of ‘wie’ hem na de overwinning ook maar als eerste tegemoetkomt.

Dat blijkt zijn dochter te zijn. Desondanks zet hij zijn gelofte door. Zo verliest de man zonder familie zijn enig kind.

 Vanouds gaat in het gesprek over dit verhaal veel aandacht naar de vraag of het om een echt mensenoffer gaat. In de twaalfde eeuw - de tijd van heftige Jodenvervolging op grond van de beschuldiging dat de Joden Christus hadden gekruisigd - bedacht rabbi Jozef Kimchi een andere uitleg, namelijk dat Jefta’s dochter een soort non is geworden.

De kapstok hiervoor is dat Rechters 11 ook meldt dat de meisjes in Israël elk jaar vier dagen lang het feit beklagen dat Jefta’s dochter niet aan Gods volk heeft kunnen bijdragen door te trouwen en kinderen te krijgen. Via de rabbijnenbijbel kwam deze uitleg in de kanttekeningen van de Statenvertaling terecht en zo in de Nederlandse uitlegtraditie.

Maar de tekst zegt wat anders: Jefta ‘voltrok aan haar zijn gelofte’. De verteller houdt het kort. Het is immers te erg voor woorden.

Intussen gaat de aandacht naar iets anders: naar Jefta’s dochter zelf en de meisjes die haar beklagen. De dochter onderwerpt zich aan haar vader. Maar haar antwoord op zijn beschuldiging dat zij hem in het ongeluk stort, benoemt precies de kern van zijn falen: ‘U hebt uw mond opengedaan tegen de HEER!’ De naam Jefta betekent ‘hij opent’. Te makkelijk heeft hij inderdaad zijn mond opengedaan, tégen God. Vanuit de gedachte dat hij over alle lijf en leven in zijn huis kon beschikken.

Vervolgens wordt de aandacht gericht op de jaarlijkse retraite van Israëls meisjes. Dat heeft een soortgelijk bijeffect. Ze beklagen Jefta’s dochter. Maar omdat iedereen zich daarmee tevens Jefta’s verkeerde omgang met zijn positie herinnert, is het tegelijk een stil protest van jonge vrouwen tegen verkeerd mannelijk leiderschap en geweld.

Stel je voor: meisjes die elk jaar wegtrekken voor een vierdaagse rouwklacht. Dat is nog eens een hashtag.


PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?

Nieuws