Theologenblog: Met Baudet en Houellebecq op zoek naar het goede leven

<p>Arnold Huijgen</p> Theologenblog

Arnold Huijgen

| beeld Dick Vos

Thierry Baudet publiceerde vorige week een lang essay over het oeuvre van de Franse literator Michel Houellebecq. Meer en meer mensen ontwaken met Houellebecq uit de illusie van individuele vrijheid als aanjager van geluk, schrijft Arnold Huijgen.

Critici gingen direct af op Baudets toespelingen op de huidige abortuspraktijk en euthanasie. Zou de politicus deze geloofsartikelen van de hedendaagse liberale orde niet meer belijden? Voorbij dit politiek gekrakeel is het echter het de moeite waard om alsnog te luisteren naar wat Houellebecq te zeggen heeft. Terecht vraagt Baudet namelijk aandacht voor diens kritiek op de moderniteit. Genadeloos ontmaskert Houellebecqs oeuvre de gedachte dat individuele autonomie ons geluk brengt. In zijn laatste roman, Serotonine (2019), wordt die kritiek wel bijzonder scherp. De hoofdpersoon heeft aan tijd en geld geen gebrek, twee van de belangrijkste mogelijkheidsvoorwaarden voor het moderne geluk. Het grote probleem is echter dat deze 46-jarige Florent-Claude aan depressies lijdt. De moderniteit weet daar wel raad mee. Het tekort aan serotonine kan immers gemakkelijk worden aangevuld door medicatie. Die pillen kosten Florent-Claude echter zijn libido, en wie het oeuvre van Houellebecq een beetje kent, weet dat hoe erg dat is. Al zijn hoofdpersonen streven immers naar liefde, maar zoeken die vooral in seks.

Aan het eind van het verhaal maakt Florent-Claude de balans op. De witte tabletjes voorzien het bestaan tijdelijk van een nieuwe betekenis. Je blijft leven, of althans, je sterft nog niet. Hij overweegt dat hij een vrouw gelukkig had kunnen maken, maar dat is door de overgave aan de illusie van individuele vrijheid niet gelukt. Zal Florent-Claude zelfmoord plegen, net als zijn 'vriend', een Franse boer? Beide figuren staan model voor heel Frankrijk. De authenticiteit van de cultuur en het landleven worden vermarkt maar blijken daar niet rendabel te zijn. De vrije markt maakt het goede leven uiteindelijk stuk. Hier raakt Houellebecqs thematiek aan dat van een ander recent verschenen boek, Het goede leven en de vrije markt van Ad Verbrugge, Govert Buijs en Jelle van Baardewijk. Deze auteurs wijzen wel een weg vooruit. Volgens hen kan het leven wel degelijk ‘liefdevol worden geleefd' – als het begrip ‘vrijheid’ maar minder individueel en meer holistisch wordt ingevuld. 

Voor Houellebecq is de vraag of we in het Westen aan de ideologie van de vrije markt, aan de illusie van geluk door individuele vrijheid, kunnen ontkomen. Baudet wijst er terecht op dat Houellebecq in zijn vorige roman, Soumission (Onderwerping) met de christelijke geschiedenis van Europa en met de christelijke religie speelt. In Soumission lukt het François echter niet om tot een echte religieuze ervaring te komen. Oog in oog met een Mariabeeld glipt het hem door de vingers. Hij voelt zich 'definitief verlaten door de Geest, teruggebracht tot mijn beschadigde, vergankelijke lichaam'.

Het slot van Serotonine suggereert dat de oplossing ligt in de liefde van God: 'In werkelijkheid bekommert God zich om ons, Hij denkt elk moment aan ons en geeft ons aanwijzingen, soms heel nauwkeurige.' Blijkbaar overstijgt de liefde toch het louter biologische. Maar wat betekent dit? Ondanks hun verlangen naar liefde zitten veel van Houellebecqs hoofdpersonen vastgeklonken aan de wetten van individuele autonomie en markt. Dat lijkt me een treffende typering van onze Westerse cultuur. De klok eenvoudigweg terugdraaien kan niet. Hoe nu verder? Ook Baudet zelf belichaamt deze spagaat: hij flirt af en toe met de christelijke traditie, maar zoekt de oplossing voor de problemen van het individualisme uiteindelijk toch elders: in de natiestaat, die moderne uitvinding ten dienste van de technische beheersing van het leven. 

Meer en meer mensen ontwaken met Houellebecq uit de illusie van individuele vrijheid als aanjager van geluk. Maar daarmee is de weg vooruit nog allerminst gevonden. We moeten het over het goede leven hebben. Al hadden we dat niet gedacht, maar juist in de weg van Gods geboden ligt vreugde. Zoals Dietrich Bonhoeffer daarover in 1940 schreef: 'Zij maken onze treden zeker en onze weg vrolijk.'


De auteur is hoogleraar Systematische Theologie. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?

Nieuws