Theologenblog: 'Meer' weten dan Paulus is wat anders dan het 'beter' weten

<p>Wim de Bruin</p> Theologenblog

Wim de Bruin

| beeld nd

Op de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken komt de omstreden kwestie weer aan de orde, of de ambten opengesteld mogen worden voor vrouwen. Voorstanders van openstelling staan vaak onder verdenking van ontrouw aan de Schrift. Maar volgens Wim de Bruin wordt er dan slecht geluisterd.

Voorstanders van openstelling van ambten voor de zusters van de gemeente staan vaak onder verdenking van ontrouw aan de Schrift. Vorige week schreef ds. Pieter de Boer in het Reformatorisch Dagblad dat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) door een nieuwe hermeneutiek te aanvaarden van Gods Woord wegdrijven.

Op de ambtsdragersconferentie van de CGK zei hoogleraar Herman Selderhuis dat die nieuwe hermeneutiek niet gereformeerd is en dat het niet gereformeerd is om te zeggen dat wij het beter weten dan Paulus. Vermoedelijk verwijst Selderhuis hierbij naar de Kamper hoogleraar Ad de Bruijne, die in september 2017 zei dat we ‘meer weten dan Paulus’. De Bruijne bedoelde dat we op veel terreinen meer weten dan Paulus en dat dat gevolgen heeft voor de toepassing van de Bijbelse voorschriften. Maar ‘meer’ weten dan Paulus is wat anders dan het ‘beter’ weten.
 
In ‘beter weten’ zit een moreel oordeel: Paulus wist iets niet goed, wij weten het beter. De Bruijne bedoelde: we weten vandaag in sommige opzichten ‘meer’ dan Paulus en dat maakt dat we sommige keuzes ‘anders’ maken. De Bruijne tekende er meteen bij aan dat hij wakker kan liggen van het misbruik dat onze oude natuur van dit gegeven wil maken. Daarmee laat hij zien dat hij zich ervan bewust is dat wij zomaar kunnen gaan heersen over de Schrift. 

Helaas is de uitspraak van De Bruijne een eigen leven gaan leiden en wordt hij - vaak in combinatie met de term ‘nieuwe hermeneutiek’ - toegepast op hen die voor vrouwelijke ambtsdragers zijn. Daarmee wordt dan bedoeld dat we de culturele afstand tussen de tijd van de Bijbel en de onze gebruiken om de duidelijke Bijbeltekst buiten werking te stellen. 

Naar mijn overtuiging doet dit verwijt geen recht aan wat voorstanders van vrouwelijke ambtsdragers daadwerkelijk schrijven. Een grote groep voorstanders maakt in de discussie uitgebreid gebruik van exegetische argumenten. Ik denk aan de bundel Zonen en dochters profeteren, waaraan ik zelf meewerkte en waarin onder andere de ‘zwijgteksten’ minutieus worden uitgelegd en in een breder Bijbels kader aan de orde komen. Ik denk ook aan het GKv-rapport dat door de synode van 2017 aanvaard werd. Dat rapport poogt op zorgvuldige wijze vanuit de Bijbel te argumenteren. Er wordt expliciet voor gewaakt de Bijbel voor het eigen karretje te spannen door de tekst meer te laten zeggen dan er staat.
  
Verder denk ik aan de benadering van dr. Bert Loonstra in zijn boek Meedenken met Paulus. Loonstra luistert daarin zorgvuldig naar hoe Paulus in zijn brieven omgaat met de voorschriften uit het Oude Testament. Hij doet dat door de grondstructuur van Paulus’ denken over Geest, wet en christelijke vrijheid bloot te leggen.

Zijn conclusie is dat voor Paulus het tijdperk van de wet als uiterlijke knechtende instantie voorbij is. Paulus haalt daarom alleen concrete voorschriften uit het Oude Testament aan in zoverre die voorschriften een expressie vormen van Gods bevrijdende liefde. Inhoudelijk staan ze dus altijd in het kader van het evangelie. Hij doet vervolgens een voorstel om Paulus’ eigen concrete voorschriften op die paulinische manier te benaderen.
 
Natuurlijk is dat een spannend voorstel. Loonstra verwoordt dat zelf ook en je hoeft het er niet mee eens te zijn. Maar het gaat te ver om te zeggen dat hij en de andere auteurs van de genoemde boeken en rapporten zich niet willen onderwerpen aan de Schrift of dat ze het beter weten dan Paulus. Ze proberen juist in Paulus’ lijn te denken. De gedachte is niet dat we het vandaag dus beter weten en doen dan Paulus, maar hooguit anders.

Daarmee functioneren termen als ‘nieuwe hermeneutiek’ en het ‘beter weten dan Paulus’ op dit moment als te gemakkelijke negatieve labels die aan de opvatting van een ander worden gehangen. Diens opvatting wordt bij voorbaat als on-Bijbels gekwalificeerd en op de inhoud van wat de ander zegt wordt niet ingegaan. En dat is ernstig, want juist als kerkelijke discussies hoog oplopen zijn we geroepen ons best te doen om te horen wat de ander echt zegt. En die roeping geldt voor elke deelnemer aan de discussie.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?

Nieuws