Theologenblog: Je naam in de prullenbak

Theologenblog

Iemand is overleden. Zijn of haar naam moet uit allerlei bestanden worden verwijderd. Dan slik je wel even, beschrijft Eric Peels.

Elke dag worden miljoenen namen ingeschreven en uitgeschreven. Soms is dit een geladen handeling, vooral als het gaat om het definitief schrappen van iemands naam. Als een persoon wordt geroyeerd als lid van een vereniging, wordt afgevoerd van een kandidatenlijst of bewust niet meer wordt uitgenodigd voor een feestelijke reünie. Ingrijpend is het vooral als iemands naam na zijn of haar overlijden wordt verwijderd uit allerlei registers en bestanden: uit het bevolkingsregister van de levenden, uit het telefoonboek, uit het adressenbestand van energieleveranciers, uit de clientèlelijst van banken enzovoort. Keer op keer wordt dan een naam geschrapt, verwijderd, uitgewist.

Een naam is niet ‘slechts’ een naam, maar markeert een leven. Naam, persoon en persoonlijkheid zijn nauw verbonden. Aan een naam hangt een geschiedenis, rondom een naam een netwerk van relaties. Een naam roept emoties op en herinneringen. Het eren of het onteren van een naam heeft grote betekenis. Niet voor niets wordt bij het vervaardigen van een grafsteen bijzondere zorg besteed aan de notatie van de naam van de overledene.

Uit de oudheid zijn voorbeelden bekend van het bewust schrappen van iemands naam. Op sommige oud-Egyptische grafmonumenten en wandschilderingen is de naam van de farao weggehakt of onherkenbaar gemaakt, blijkbaar omdat hij later in ongenade was gevallen. De Romeinse senaat kon iemand postuum bestraffen met de damnatio memoriae (vervloeking van de nagedachtenis). De naam van de persoon werd dan verwijderd (nominem eradere) uit de archieven waarin de eretitels stonden die hij had bekleed. Zo onteerde men de dode door het wegnemen van die persoon uit de collectieve herinnering. Dit overkwam bijvoorbeeld de keizers Caligula, Nero en Domitianus. Manipuleren van het verleden door het schrappen van namen uit de geschiedenisboeken is overigens een techniek van alle tijden.

In ons digitale tijdperk kan het schrappen van een naam ook heel persoonlijk voor pijnlijke momenten zorgen. Vorig jaar verloren wij kort achter elkaar een zoon en een moeder. Na een overlijden of als iemand anderszins uit je leven verdwenen is, komt onvermijdelijk de dag dat je je adresbestanden moet opschonen. In Outlook klik je bij zijn of haar emailadres ‘verwijderen’ aan. Je slikt wel drie keer voordat je daarna de vraag ‘Weet u zeker dat u de geselecteerde gebruiker permanent uit uw adresboek wilt verwijderen?’ met ‘ja’ beantwoordt.

Erger nog kan je mobiel zijn, als je in de contactlijst bij die naam op ‘delete’ drukt. Op je beeldscherm verschijnt dan: ‘Delete ...?’ met de naam voluit erbij. Dat moment dat je dan op ‘ok’ klikt, vergeet je niet meer. En ook niet het afsluitende schermpje ‘deleted’, met daarbij het plaatje van een prullenbak waarvan het deksel even wordt opgetild en weer wordt neergelegd.

Ook in de Bijbel wordt gesproken van het uitwissen of schrappen van een naam, vooral in verband met ‘het boek van het leven’. Wat prachtig dat dit bij God mag bestaan: het boek van het leven. Zoals er registers van de burgers van Jeruzalem waren (Nehemia 7 vers 5-6), zo is er een register met de namen van de burgers van het hemelse Koninkrijk (Lucas 10 vers 20, Filippenzen 4 vers 3). Daar kan geen mens aankomen; God zelf houdt dit boek des levens bij. In dit boek staan de namen van allen die op Christus hun vertrouwen hebben gesteld. Zo iemand komt nooit beschaamd uit. ‘Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen’, zegt Christus (Openbaring 3 vers 5). Wat biedt het evangelie troost en uitzicht, in leven en in sterven.

 

De auteur is hoogleraar Oude Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

 

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief

Nieuws