Theologenblog: (Ir-)relevant onderzoek?

Theologenblog

De vraag op een verjaardagsfeestje naar de zin van theologisch onderzoek is een zeer terechte, vindt Henk de Waard.

Op verjaardagen, recepties en andere bijeenkomsten in christelijke kring heeft een theoloog doorgaans niet te klagen over belangstelling voor zijn werk. Veel medegelovigen zijn, vanuit hun eigen betrokkenheid op God en Zijn Woord, benieuwd naar waar je mee bezig bent. Soms wordt daarbij ook de vraag opgeworpen hoe relevant het nu eigenlijk is voor de kerk en voor gewone christenen. Zijn theologen niet vaak bezig met discussies die ver af staan van de dagelijkse praktijk van leven en geloven?

Misschien is dat laatste wel zo. Zelf heb ik de afgelopen tijd veel nagedacht over de vraag of in enkele middeleeuwse, Latijnse Bijbelhandschriften misschien een heel oude versie van Jeremia 52 te vinden is. Niet echt een onderwerp dat van direct belang is voor kerk en samenleving. Waarom besteed ik daar dan toch zoveel tijd aan?

Het begin van een antwoord op die vraag ligt in het belang van degelijk theologisch onderwijs. Op een conferentie ontmoette ik kort geleden een Bijbelwetenschapper uit India. Hij vertelde me dat er in Chennai, de miljoenenstad waar hij woont en werkt, honderden christelijke gemeenten zijn, maar dat veruit de meeste voorgangers nauwelijks enige theologische training hebben gehad. Daardoor is de prediking in veel gemeenten oppervlakkig en vindt allerlei wind van leer gemakkelijk ingang. Om hier iets aan te doen heeft deze collega, samen met enkele anderen, onlangs een Bible College opgericht. Voorgangers uit de stad worden uitgenodigd daar hun kennis te verdiepen, zodat ze beter in staat zijn Gods kudde te weiden.

Degelijk theologisch onderwijs kan echter niet zonder diepgaand theologisch onderzoek. Voldoen de gegeven antwoorden op oude vragen? Hoe geven we een bevredigend antwoord op nieuwe vragen? Onderwijs moet gevoed worden en komt zonder onderzoek al snel droog te staan. Naar mijn overtuiging is hiermee een belangrijke taak van theologisch onderzoek gegeven. Het moet het theologisch onderwijs en daarmee Gods gemeente dienen, en dus ook bezig zijn met vragen die in dat licht relevant zijn. De vraag op het verjaardagsfeestje is dan ook zeer terecht.

Onvermijdelijk stuit je bij zulk onderzoek ook op vragen die verder afstaan van de dagelijkse geloofspraktijk. De discussie over de Latijnse Bijbelhandschriften is daar een voorbeeld van. Toch zijn die vragen niet onbelangrijk. Zonder een visie op de - soms misschien irrelevant aandoende - details, loop je het risico dat je hele verhaal wankel wordt. Door stappen over te slaan, ben je wel eerder bij het eindpunt van je zoektocht naar antwoorden, maar of je antwoord ook houdbaar is, blijft zeer de vraag. Uiteindelijk beweegt zo’n benadering in de richting van de situatie in Chennai.

Het gesprek met de broeder uit India maakte me dankbaar voor de lange traditie van gereformeerd theologisch onderwijs én onderzoek, zoals we die in Nederland mogen hebben. Het wees me ook op de gezamenlijke verantwoordelijkheid die we als gereformeerde gezindte, in zijn volle breedte, hebben om die traditie voort te zetten.

De auteur is wetenschappelijk medewerker Oude Testament aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?

Nieuws