Theologenblog: Het is niet de kerk die een te dikke vinger in de pap heeft bij de GTU

<p>Barend Kamphuis</p> Theologenblog

Barend Kamphuis

| beeld nd

Het probleem van de Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU)  is niet dat de kerk een te dikke vinger in de pap heeft. Het probleem is helaas nog steeds de verdeeldheid van de kerk, schrijft Barend Kamphuis.

Van wie is een theologische universiteit? In ieder geval niet van de kerk, zo bleek uit een artikel in het Nederlands Dagblad van Henk de Vries, werkzaam aan de Rotterdam School of Management. Binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) benoemt de Generale Synode de Raad van Toezicht en ook een curatorium. Zo heeft de synode het laatste woord. Maar dit is, volgens De Vries ‘een rooms-katholieke constructie, met de kerk als hogere instantie, of zelfs vertegenwoordiger van God op aarde’. Met een beroep op de leer van de soevereiniteit in eigen kring van Abraham Kuyper wijst hij deze constructie af.

Het feit dat de universiteit predikanten opleidt voor de kerken verandert daaraan niets, zo schrijft De Vries. Ook zijn faculteit is opgericht op initiatief van een aantal grote bedrijven die managers nodig hadden. Maar die bedrijfsmensen hebben niet het laatste woord. Naar zijn mening is ook in de voorgestelde opzet van de Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU), waarin de kerken op iets grotere afstand zouden komen te staan, de binding met de kerken nog altijd te groot.

Het beroep op Abraham Kuyper is terecht. Kuyper richtte niet voor niets een ‘Vrije Universiteit’ op. Waarom ‘vrij’? Natuurlijk in de eerste plaats van de Staat. Kuyper streed voor het recht van bijzonder onderwijs op alle niveaus, ook het academische niveau. Maar de Vrije Universiteit was ook vrij van de kerk. Inderdaad, soevereiniteit in eigen kring, de kring van de kerk en die van de universiteit zijn onafhankelijk van elkaar.

Deze ideeën zijn echter niet onweersproken gebleven. Met name in de kringen van de voormalige afgescheidenen werd tegen deze gedachten van Kuyper scherp positie gekozen. In de dissertatie van R.H. Bremmer, Herman Bavinck als dogmaticus, is een fascinerende briefwisseling te vinden, die helemaal om dit thema draait. Het gaat om brieven uit 1895 tussen Bavinck en zijn vroegere studiegenoot F.M. ten Hoor. Bavinck verdedigt in deze brieven, in de lijn van Kuyper, dat hij niet als kerkelijk ambtsdrager theologie doceert. Ten Hoor stelt ‘de opleiding tot het leeraarsambt behoort wezenlijk tot het ambt des leeraars’. Bavinck liet zich in elk geval deels overtuigen. In 1899 stelde hij zelfs voor, zo liet George Harinck afgelopen december in zijn Kamper diesrede zien, ook de theologische faculteit van de Vrije Universiteit te laten opgaan in een door de kerken onderhouden en bestuurde Theologische School.

Dit heeft niets te maken met de idee van de kerk als Gods vertegenwoordiger op aarde. Het gaat om de uitwerking van een tekst als 2 Timotheüs 2: 2: ‘Geef wat je … van mij hebt gehoord door aan betrouwbare mensen die ook geschikt zijn om anderen te onderwijzen’. Het is niet de taak van bedrijven om managers op te leiden. Het is wel de taak van de kerk en van kerkelijke ambtsdragers om predikanten op te leiden. In ieder geval volgens de visie van Ten Hoor en Bavinck.

De universiteiten van Kampen en van Apeldoorn zijn op deze overtuiging gebaseerd. Kampen is alleen daardoor blijven bestaan, los van de VU. De CGK hebben nooit iets van Kuypers constructie willen weten. Logisch dat ook de GTU deze koers wil varen.

Het probleem van de GTU is niet dat de kerk een te dikke vinger in de pap heeft. Het probleem van de GTU is helaas nog steeds de verdeeldheid van de kerk.

Barend Kamphuis is  emeritus hoogleraar Systematische Theologie. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?

Nieuws