Theologenblog: Excuses en een politiek wereldbeeld

Theologenblog
beeld nd

Dezer dagen klinkt het woord ‘sorry’ weer in de Haagse politiek. Koert van Bekkum over de theologische vragen die dan als vanzelf opkomen.

De publieke excuses van premier Mark Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom (ND 29 augustus) nodigen een theoloog als vanzelf uit dieper op deze bekentenissen in te gaan. Waren ze echt? En wat is eigenlijk het verschil tussen ‘excuses’ en ‘schuldbelijdenis’?

Elke politicus - zelfs Gert-Jan Segers of Kees van der Staaij - zegt dingen om de achterban te behagen. Dat hoort bij het métier, net als ergens op terugkomen. Omdat het zakelijk of in de beeldvorming nodig is. Veelal oprecht, soms onoprecht. Meer is het niet. Zou Rutte ooit hebben gedacht dat er geen cent meer naar de Grieken zou gaan? Geen seconde.

De echte pijn van dit politieke relletje bevindt zich elders. Het Hollandse pragmatisme ervan en het gedoe over de poppetjes staan in schril contrast met de onrustige tijden waarin we leven. Op veel plekken in de wereld neemt de spanning toe. Er zijn meer vluchtelingen dan ooit. En ondanks de economische voorspoed groeit de maatschappelijke kloof tussen bevoorrechten en achtergestelden.
Wat veranderen reparatie van koopkracht, kleinsteedse (on)eerlijkheid en warme woorden over solidariteit daaraan? Heel weinig. En al helemaal niet als de achterliggende, botsende politieke wereldbeelden niet op tafel komen. Hoe zie je de wereld? En vanuit welke waarden wil je daar wat aan doen?

In een recent overzicht van het opkomende populisme in de westerse wereld, gaf NRC-commentator Hubert Smeets onlangs een treffende typering van het politieke wereldbeeld van bijvoorbeeld Donald Trump, Marine le Pen en Geert Wilders.
Hun spreken over kwade machten die de wereld bedreigen, past beter bij de huidige realiteit dan het blind optimistische vertrouwen in het individu van de afgelopen dertig jaar.
Tegelijk worden ze worden gedreven door een ‘seculiere eindtijdideologie’. Alles wordt uitvergroot. Er is geen plaats voor grijstinten en zelfkritiek. En daarmee vormen hun oplossingen, die het zogenaamde einde van vrije Westerse samenleving moeten keren, in feite een aanval op duurbevochten (democratische) waarden.

Nu beïnvloeden deze populisten weliswaar het publieke debat, de macht hebben ze niet. Die berust nog steeds bij het pragmatische politieke midden. Valt het daarom nog wel mee?

Dat valt te bezien. De geschiedenis leert dat ook een pragmatische kat in het nauw rare sprongen kan maken. Een van de gruwelijkste voorbeelden daarvan in de Bijbel is de jonge koning Achaz van Juda. Kort na 740 voor Christus zocht hij, in de politieke turbulentie rond de opkomst van de Assyrische dreiging, koortsachtig naar de juiste coalities om dit grote gevaar te keren. Hij leek gematigd en nam ieders advies in overweging, zelfs dat van de profeet Jesaja. Hij móest iets doen, vond hij. Maar omdat hij niet wist waar hij voor stond, schrok hij – volstrekt tegen alles in waar Gods volk Israël voor stond – uiteindelijk er niet voor terug zijn zoon te offeren.

Ook vandaag zijn gezagsdragers niet te benijden. Maar wie onder hen geen helder politiek wereldbeeld heeft, zet onder druk van de omstandigheden zomaar fundamentele waarden aan de kant.
Hoeveel kinderen zijn sinds de Turkijedeal al buiten het zicht van de camera omgekomen op de Middellandse Zee? In welke mate zijn wij medeverantwoordelijk voor deze kinderoffers?
Die vraag is pijnlijker dan die naar onze koopkracht. Maar grondige bespreking ervan is broodnodig om volgend jaar 15 maart te weten waar het werkelijk om gaat.

Koert van Bekkum is universitair docent Oude Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

 

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief

Nieuws