VVD'er vanaf zijn dertiende

Politiek
beeld Sjoerd Mouissie
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Han ten Broeke was als scholier vóór de kruisraketten. Zo kwam hij bij de VVD. Hij is christelijk maar het ‘moraliserende gepraat’ van kleine christelijke partijen vindt hij soms wat leeg. Het zou leuker zijn, zegt Ten Broeke, als hij zijn leven met iemand kan delen.

‘Ik noem dit mijn black and white series.’ Han ten Broeke is een prominent Tweede Kamerlid van de VVD, met internationale zaken in zijn portefeuille, en hij wijst op de muur van zijn werkkamer. Daar hangen zes zware, houten lijsten met foto’s van onder anderen Martin Luther King, president Kennedy, Abraham Lincoln, Nelson Mandela en, als laatste, president Obama. ‘Dit is de evolutie van een idee, van de kracht van het woord’, zegt Ten Broeke over de serie. ‘Dit inspireert me.’

Het is een rijtje portretten dat menig rechts Kamerlid schrik zou aanjagen. ‘Soms hoor ik inderdaad van collega’s dat ze dit eerder bij van iemand bij de PvdA verwachten.’

De lijsten komen uit een herenmodezaak. ‘Van de pakkenverkoper mocht ik ze alleen hebben als ik ze alle zes meenam’, lacht Ten Broeke. ‘In de winkel zaten er portretten van Amerikaanse presidenten in. Maar het ging me wat ver om die hier allemaal op te hangen. Er komen hier ook nog weleens Arabische ambassadeurs …’

Ten Broeke vertelt enthousiast over president Kennedy, die in het Witte Huis de speech beluisterde van Martin Luther King, leider van de zwarte burgerrechtenbeweging – via de televisie die hij uitgerekend door zijn zwarte bediende naar boven had laten sjouwen. ‘Vervolgens besloot Kennedy de beweging uit te nodigen op het Witte Huis. Bracht dat echte verandering voor de burgerrechtenbeweging? Nee, nog niet. Maar het was zijn erkenning van de grootsheid van de toespraak en van de man, die er voor zorgde dat er iets in werking werd gezet.’

Europese vlag

Maar hoe zit het dan met de collega’s die zich laten afschrikken door deze ‘linkse’ fotoserie? De VVD is vanouds niet erg gericht op buitenlandse politiek. ‘Als ik wijs op de NAVO-vlag die ernaast staat, komt alles weer goed’, lacht Ten Broeke. ‘Dat is de enige militaire samenwerking die zich echt bewezen heeft. Nee, ik ben niet exclusief op zoek naar mensen die mijn wereldbeeld bevestigen, maar naar mensen die mij uitdagen mijn wereldbeeld te verbeteren. Ik snap niet wat je anders in de politiek doet.’

Is Ten Broeke een linkse VVD’er? ‘Eigenlijk zou je dat aan Fred moeten vragen’, zegt hij, wijzend naar de kamer naast de zijne, waar VVD-Kamerlid Fred Teeven zetelt. ‘Die zegt altijd grappend’, en nu imiteert Ten Broeke een zwaar Amsterdams accent: ‘Maatje, we zijn het zelden of nooit over iets eens. Maar ik mag je wel, we vertrouwen elkaar.’

‘Maar ja, ik ben inderdaad een internationaal ingestelde VVD’er. En ja, ik geloof hartgrondig in de Europese samenwerking. Naast de NAVO-vlag staat ook de Europese vlag. Daar schaam ik me niet voor. Dat betekent wel dat ik af en toe moet knokken in mijn partij. Maar: maakt een internationale oriëntatie je ‘links’? Nee, want ik heb een hekel aan dat linkse, moraliserende vingertje. Het verschil tussen mij en “links” is: links kijkt naar de wereld zoals hij zou moeten zijn. Ik begin met de wereld zoals hij is.’

Ten Broeke meldde zich in 1982 voor een lidmaatschap van de VVD. Hij was dertien jaar. ‘Het is een beetje gênant, dat geef ik toe, en eigenlijk ook niet gezond.’

Maar toch, in de tweede klas van de middelbare school vlamde het debat over de kruisraketten op. ‘Voor mij was dat een vorm van politieke bewustwording. Anders dan veel klasgenoten en veel van mijn linkse leraren was ik wel van mening dat Amerikanen een punt hadden door die wapens te willen plaatsen. En als je dat laat blijken, kom je in een politiek debat terecht.’

De zoektocht naar medestanders leidde naar de VVD – ook doordat Ten Broeke ironisch genoeg te jong was om lid te mogen worden van de jongerenorganisatie van de partij, de JOVD; bij de VVD zelf was dit geen probleem. Die partij sprak zich duidelijk uit voor de kernwapens. ‘Het werd dus de politiek. Ik had geen talent om op straat te gaan demonstreren. Als je wat wilt, moet je niet staan roepen, maar echt wat gaan doen.’

‘De jonge politieke carrière heeft geen nerd van mij gemaakt’, bezweert Ten Broeke. ‘Ik was geen buitenbeentje. Ik kon goed voetballen, en ik had genoeg vriendjes en vriendinnetjes. Ik ging op vrijdagavond net als iedereen op de fiets naar Silver Shadow, een disco in de buurt.’

Zijn ouders vonden het wel best. ‘Ze zagen dat ik een goede balans probeerde te houden. En dus gebeurde het dat ik op vrijdag zelf naar de disco ging, en dat mijn vader me de volgende dag naar een politiek congres bracht. Mijn ouders toonden zich in die zin verstandige liberalen.’

Liberaal zijn vader en moeder Ten Broeke van huis uit niet. De Katholieke Volkspartij, later opgegaan in het CDA – dat was het politieke thuis van de familie. ‘Ik kom niet uit een nest waar veel over politiek gesproken werd. Het gebeurde wel, maar nooit met het mes op tafel, geen scherp intellectueel debat, waarbij er iets van je verwacht werd.’ Maar waarom koos de tiener van destijds niet voor de vertrouwde partij van zijn ouders? ‘Nee, ik heb het CDA altijd een heel saaie club gevonden. Ongedefinieerd ook, en dat vind ik nog steeds. Ik vraag me soms af waarom CDA’ers in de politiek zitten, los van een soort gewoonte.’

de andere wang toekeren

Hoewel hij ze wel kent, en ze regelmatig met een knipoog citeert, zul je in debatten weinig Bijbelteksten van Ten Broeke horen. ‘Nee, ik ben er voorzichtig mee. Mensen weten dat ik katholiek ben, ik maak daar geen geheim van. Maar ik giet geen religieus of christelijk sausje over mijn teksten.’

‘Ik denk dat ik de christelijke begrippen waarmee ik opgegroeid ben, zoals naastenliefde en de andere wang toekeren, laat zien in mijn politieke handelen.’ De tegenwerping dat veel christenen het standpunt van de VVD in het vluchtelingendebat niet met barmhartigheid associëren, begrijpt Ten Broeke. ‘Er zijn momenten geweest waarop ik in de fractie heb gezegd dat de toon anders zou hebben gekund of gemoeten. Soms heb ik succes, soms niet. Maar er is tegelijkertijd niet zoiets als onbegrensde naastenliefde, dat heeft Christus ook nooit gepredikt. Bij sommige christelijke partijen denk ik: het is wel te zien dat jullie je geen zorgen hoeven te maken over waar het allemaal vandaan moet komen.’

Want waar christelijke partijen regelmatig Kamervragen stellen of acties voeren voor vervolgde christenen, ziet Ten Broeke zijn positie als lid van een grote coalitiepartij anders. Het verschil? Serieuze invloed en macht. ‘Principes verkondigen kan iedereen, maar daarvoor ben ik niet de politiek in gegaan.’

‘Elke dag kan ik mijn naam wel toevoegen aan Kamervragen over bijvoorbeeld christenvervolging, iets waarover ik me enorm zorgen maak. Soms doe ik dat ook. Maar ik zit niet in de politiek om elke dag vragen te stellen. Met vragen kun je niet zo verrekte veel.’

En dus onderhandelde Ten Broeke twee maanden lang met zijn PvdA-collega Michiel Servaes over de begroting van Buitenlandse Zaken. ‘Dat ging er best stevig aan toe. We wilden laten zien dat we over onze eigen schaduw konden springen, om opvang in de regio mogelijk te maken. Het is gelukt een bedrag van 35 miljoen euro vrij te maken – als het aan mij had gelegen, was het 50 miljoen geweest. Dat is serieus geld. Daar is nauwelijks aandacht voor geweest, maar dit is hoe ik het verschil kan maken.’

‘Zo combineer je principes met macht. Ik wil kleinere partijen niets verwijten, maar het moraliserende gepraat is mij soms wat te leeg, te gratuit. We voelen ons aan het einde van de dag weer goed, omdat we “het gezegd hebben”. Van de confessionele partijen snap ik dat wel, die hebben een achterban die dat vaak ook voldoende vindt, zeker gezien hun beperkte omvang.’

Desondanks laat Ten Broeke zijn christelijke achtergrond niet helemaal thuis. Op sommige momenten worstelt hij, vooral als het over christenvervolging gaat. ‘Het Midden-Oosten was al ontdaan van Joden, en nu wordt het ontdaan van christenen. Dan vraag ik me af: moeten we die groep dan toch niet meer gaan helpen? Een elementair uitgangspunt van ons humanitaire beleid is echter dat we geen onderscheid maken tussen overtuigingen van vluchtelingen. Maar wie objectief naar de cijfers kijkt, ziet dat christenen extreem vervolgd worden. Daar worstel ik mee. Gelukkig doet Nederland al veel om te helpen. Als dat niet zo was, zou mijn worsteling nog veel groter geweest zijn.’

Ook op andere fronten speelt zijn achtergrond een rol. Zo pleit Ten Broeke voor ‘meer katholicisme in de politiek’. Nee, niet de kerk, maar de ontspannenheid die bij die levensovertuiging hoort, en die hij spottend ook wel ‘de ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ noemt.

‘In het katholicisme zit ontspanning. Een beetje zoals ik mijn buitenlands beleid probeer te voeren, serieus waar. Een deel van onze aversie tegen Europa verklaar ik uit het feit dat Europa, zoals Willem Drees al vermoedde, toch een redelijk katholiek project is. Daar heersen het gelijk van de veemarkt, handjeklap, deals. Het electoraat van katholieke landen is niet teleurgesteld als een president of premier met 80 procent van de inzet thuiskomt, omdat hij veel heeft bereikt. In Nederland geldt: wat geschreven staat, moet eruit komen. Nergens anders worden bewindslieden van tevoren zo vastgelegd op hun inzet bij onderhandelingen. Als je dat doet, weet je dat je eigenlijk iemand wegstuurt die met niets anders dan een zeperd kan terugkomen. Of die zijn best gaat doen om álles als een overwinning uit te leggen, wat hier dus gebeurt. Nee, als je effectief wilt zijn in Europa, zul je katholiek moeten zijn in je politiek.’

‘Ja, ik kom nog weleens in de kerk. En nee, niet alleen om mijn moeder een plezier te doen.’ En dan, grappend: ‘En ik ben ook niet een keer extra gegaan omdat ik wist dat jullie kwamen.’

Sommigen stellen wel in hun eentje te geloven. Volgens Ten Broeke is dat echter ‘te makkelijk’. ‘Geloof is in belangrijke mate troost. Daarom is een viering in de kerk zo goed: je wordt gedwongen om te luisteren, en de telefoon gaat uit – heel goed voor een politicus.’

‘Het kunnen geloven betekent ook dat je genoegen kunt nemen met dat je niet alles hoeft te weten. Ik heb ook wel een fase gehad, waarin ik godsbewijzen wilde zien. Maar uiteindelijk is de essentie van geloven het woord, dat je gelóóft, en dat is per definitie géén zeker weten. Wat een ellende als je in deze wereld moet staan, en je overal zeker van moet zijn …’

traumatisch

Ten Broeke scheidde in 2011 van zijn vrouw Cecilia. Hij noemt deze beslissing ‘traumatisch’ en ‘een nederlaag’. ‘Je breekt bovendien het oervertrouwen van een kind dat ouders niet uit elkaar gaan. Ook zonder de politiek zouden we gescheiden zijn, maar de politiek is daarin wel een absolute versneller geweest.’ De rare werktijden en permanente beschikbaarheid eisten hun tol. ‘Er wordt wel gezegd dat politiek de meest gulzige minnaar is, en daar zit een hoop waarheid in. Ik doe dit vak met passie, omdat ik op dit moment niets mooiers weet. Politiek is het mooiste en meest eervolle dat je kunt doen, maar het is geen duurzame echtgenoot. Ik vraag me soms af hoeveel persoonlijk geluk je kunt hebben náást het politicus zijn. Terwijl het omgekeerde het geval zou moeten zijn: je moet persoonlijk gelukkig zijn, om een succesvol politicus te kunnen zijn.’

‘Als je de teleurstelling van de nederlaag na jaren voorbij bent, en je het met je dochter toch weer goed hebt, en tegelijkertijd hier in de Kamer je beste beentje voor moet zetten omdat dit ook je passie is, dan is het leven nog niet af. Het zou leuker zijn op een gegeven moment iemand tegen te komen, met wie je dat leven kunt delen.’

iets heel persoonlijks

Hoewel ze bijna de leeftijd heeft waarop hij toetrad tot de VVD, zal Ten Broeke zijn dochter niet inschrijven als lid. Hij lacht bij de suggestie. Die keuze zal ze zelf moeten maken, benadrukt hij, evenals die voor het geloof. ‘Precies twee weken geleden zei Eleonore tegen mij: “Papa, volgens mij ben ik niet gelovig”. Toen besefte ik dat het heel bepalend was wat ik zou zeggen. Direct gaan argumenteren, zou niet goed zijn. Dus zei ik: “Dat vind ik heel interessant.” Ik wacht nu op de tweede keer dat ze erover begint, en er iets meer over zegt. Ze is tien jaar, ik moet geduld hebben.’

‘Geloof is uiteindelijk iets heel persoonlijks, en daarom heb ik het er in de politiek ook niet veel over. Het gaat om jouw relatie met de Schepper, met God, met Jezus; hoe je dat ook wilt noemen. Vieringen zijn mooi en belangrijk, maar geloof is een persoonlijke ervaring en afweging. Dat geloof gun ik mijn dochter ook. Ik denk dat als zij zelf die afweging kan maken, zij zal zien dat dit de beste keuze is. Maar ze hoeft hem van mij niet te maken. Net zoals ze niet voor de VVD hoeft te kiezen. Want ze zegt vaak: “Ja pap, luister, ik ben natuurlijk óók voor de Partij voor de Dieren”.’ ◆

gestudeerd in Leiden

Johannes Hermanus ten Broeke werd op 2 maart 1969 geboren in Haaksbergen.

Hij studeerde tussen 1988 en 1998 politicologie (richting: internationale betrekkingen) aan de Rijksuniversiteit Leiden.

In 1992 begon zijn politieke carrière, als assistent van Tweede Kamerlid (en later minister) Annemarie Jorritsma. Daarna vervulde hij diverse functies in het bedrijfsleven, hij was onder meer speechwriter bij KPN.

In 2006 werd hij gekozen als Tweede Kamerlid voor de VVD. Ten Broeke is alleenstaand, heeft een dochter en woont in Delden.

 

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's
PDF Print Stuur door