Mijn kamer: Ajax- en PSV-fan op één kamer

Politiek
beeld Sjoerd Mouissie
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Iedereen kent de blauwe zetels in de Tweede Kamer. Deze zomer gunnen Kamerleden ons een blik in hun werkkamer aan het Binnenhof. Vandaag: ChristenUnie-Kamerlid Gert-Jan Segers

‘Dit is een mannenkamer. Ik deel mijn werkkamer met beleidsmedewerker Wouter Langendoen. In feite is dit nog meer zijn kamer dan de mijne, in die zin dat Wouter hier meer tijd doorbrengt dan ik. We praten over U2, over voetbal, over Leiden – waar ik heb gestudeerd en twaalf jaar gewoond, en waar Wouter nu woont – en over debatten en grote politieke ontwikkelingen. Wat betreft voetbal hebben we wel een probleempje: Wouter is Ajax-fan, en ik ben voor PSV.

Behalve onze gesprekken over belangrijke Kamerdebatten en dergelijke, delen we geen inhoudelijke portefeuilles. Wouter adviseert dus vooral andere ChristenUnie-Kamerleden. Dat betekent dat hier ook vaak mensen in- en uitlopen. Dat creëert soms leuke onrust, want juist in een spontane brainstorm ontstaan de beste ideeën.

Als werkkamers worden verdeeld, sta ik niet vooraan. Vandaar dat ik waarschijnlijk de laatste kamer in de ChristenUnie-gang heb gekregen, zeg ik met een knipoog. Een werkkamer moet vooral functioneel zijn, een plek waar ik mij kan terugtrekken tussen debatten door, of gesprekken kan voeren. Ik kan ook gewoon doorwerken als er rotzooi ligt of herrie is.

Op mijn bureau ligt een bijbel in de Herziene Statenvertaling. Die heb ik van mijn moeder gekregen toen ik Kamerlid werd. “Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Moeder Segers”, heeft ze er in geschreven. En ik heb de gele memootjes ingelijst, die mijn kinderen op het bureau hebben achtergelaten op de dag van mijn beëdiging. “Je kunt het!”, en “We staan achter je”; dat soort teksten. In een collage aan de wand hangen foto’s met hoogtepunten uit mijn leven: ons huwelijk, en onze jaren in Egypte en de Verenigde Staten. Uit het kunstdepot van de Tweede Kamer heb ik één schilderij geleend, waar vrouwen op staan die enigszins schaars gekleed lijken maar die tegelijkertijd treurigheid uitstralen. Het zijn voor mij vrouwen met een kras op de ziel, vrouwen aan “de achterkant” van de Wallen. Ik steek veel tijd in voorstellen om mensenhandel tegen te gaan.

Ik zit in een uithoek, beneden in het zogenoemde Justitiegebouw. Een kleinere fractie zoals de onze, moet weleens verhuizen. In 2012 is de fractie deze kant opgekomen, om aan de andere kant van het Binnenhofcomplex ruimte te maken voor de VVD. Nu zitten we met zo’n beetje alle constructieve oppositiepartijen in dit gedeelte. Om de hoek zit GroenLinks; boven ons het CDA; en daarboven D66. Af en toe is er zelfs een “Justitieborrel”.’

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?