Elbert Dijkgraaf: Met de ernst en humor van opa

Politiek
beeld Sjoerd Mouissie
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Toen Elbert Dijkgraaf werd gevraagd voor de Tweede Kamer, zei hij: ‘Dat doe ik graag, maar ik wil gewoon mijzelf kunnen zijn.’ Hij heeft de neiging dingen eruit te flappen, ‘hoewel dat soms ook strategie is’. Hij spreekt van ‘geloofszekerheid’, zonder te zeggen dat hij zo geweldig is. ‘Juist niet.’

Soms vragen mensen aan Elbert Dijkgraaf: ‘Hoe kan ik van mijn geloof getuigen op mijn werk?’ ‘Dan zeg ik: laat zien dat je betrouwbaar bent, en dat je overtuigd bent van waar je in gelooft. Wijs niet met het vingertje, maar leef mee met anderen. Je hoeft niet gelijk te beginnen met een ingewikkeld verhaal.’ Getuigen is op een bouwplaats moeilijker dan in de politiek, denkt Dijkgraaf. ‘Want in de politiek kom ik veelal hoogopgeleide mensen tegen, die ervan houden om van mening te verschillen en geïnteresseerd zijn in de beweegredenen van de ander.’

Het getuigen door de SGP is anders dan dertig jaar geleden, zegt Dijkgraaf. ‘Waar je toen nogal eens zag dat mensen gingen koffiedrinken als de SGP aan de beurt was, proberen we nu ons getuigenis te integreren in een verhaal waarvan mensen denken: dat is interessant. Als jouw bijdrage een afhaakmoment is, heb ik misschien een voor mijn achterban mooie tekst uitgesproken, maar wat heb je eraan als je collega-politici niet luisteren? M’n opa was ouderling in Elspeet. Dat was wel een baasje: voorzitter van de kerkenraad, van het schoolbestuur en van de lokale SGP. Dan had je elke functie te pakken die ertoe deed in reformatorische kring. Nu zou je zeggen: niet doen die dubbele petten, en dat was vroeger wellicht ook beter geweest.

Wat mijn opa kenmerkte, was dat hij zijn geestelijk leven verbond met het leven van alledag. Het was niet zo van: hij begint iets uit zijn geloofsleven te vertellen, en nu moeten we drie kwartier onze mond houden. Nee, het zat helemaal verweven in z’n andere verhalen. Hij was zakenman en handelde in slachtkuikens. Of het nu daarover ging, of over de kerkenraad of over het schoolbestuur: zijn leven was één geheel. Daar houd ik wel van. Het moeten niet allemaal partjes zijn, maar je moet laten zien hoe je integraal in het leven staat.’

Dat opdelen van het leven, is volgens Dijkgraaf wel wat de moderne samenleving van christenen vraagt. Geloven is prima, maar val anderen er niet mee lastig. ‘Scheiding van kerk en staat noemt men dat. Het rare is: toen ik in het programma Andries had verteld over hoe ik mijn geloof wil verbinden met de politiek, was D66’er Alexander Pechtold de eerste die daar iets over zei. We waren toen vooral op een zakelijke manier bezig om te kijken hoe we – ook samen met de ChristenUnie – het kabinetsbeleid konden bijsturen in een richting die wij wilden. Maar het ging ook weleens over dingen waar je anders niet over praat. Toen heb ik wel interesse zien ontstaan: wat beweegt die jongens nou écht? Dat vond ik mooi.’

Wat vindt u het lastigste als christen in de politiek?

‘Dat ze niet naar je luisteren als het gaat om wat je het belangrijkst vindt. Ik knok voor de landbouw, maar ik vind het belangrijker dat onze opvattingen over bescherming van het leven en bescherming van de zondag ter harte worden genomen.

Maar ook: hoe benut je de kansen om te getuigen van waar je in gelooft? Het is niet zo moeilijk om een speech voor te bereiden waar je een halve pagina met prachtige Bijbelse teksten in verpakt. Het is uitdagender – leuker ook – om spontane kansen te benutten. Soms ontstaat er een situatie waarin je denkt: zal ik het zeggen of niet? Bij een debat over defensie kreeg ik de vraag hoelang we ermee door zouden gaan om extra geld te vragen. Toen zei ik: “Tot de wederkomst, want dan hebben we geen defensie meer nodig. Christenen mogen uitzien naar een tijd waarin die investeringen niet meer nodig zijn. Ik hoop dat u dat uitzicht ook mag hebben.” Dat was niet voorbereid. Je zit dan heel snel af te wegen: doen of niet? Er zijn ook momenten dat ik me te onzeker voel. Want het kan verkeerd vallen. Betweterig overkomen is een groot risico. In dit geval ging het goed, en hadden we achteraf met een aantal Kamerleden nog een mooi gesprek. Als je vanuit jezelf kunt spreken, gaat het bijna altijd goed. Als ik met de gedachte speel om iets te zeggen omdat het goed zal vallen bij mijn achterban, doe ik het meestal niet. Dan wordt het een maniertje.’

Politiek Den Haag is een mengelmoes van mensen die soms op een heel andere manier hun leven inrichten. Doet dat ook iets met uw eigen opvattingen?

‘Je wordt altijd beïnvloed, waar je ook bent. Dat is niet exclusief in de politiek zo. Ik had op de Erasmus Universiteit ook pittige discussies met collega’s, en ik denk dat dat net zo goed geldt voor veel plekken waar christenen werken. Je wordt altijd uitgedaagd je eigen standpunten te relativeren, en de vraag te stellen: zijn er niet ook ándere waarheden? Maar van al die gesprekken ben ik niet relativistischer geworden. Het is een schitterend voorrecht om christen te mogen zijn. Daar ben ik alleen maar meer van overtuigd geraakt.’

Hoe komt dat?

‘Dat heeft te maken met persoonlijke ontwikkeling, in een traject waarin ik geregeld met dit soort vragen ben geconfronteerd. Maar uiteindelijk is het genade, denk ik. Wie ben ik nou om die zekerheid en die overtuiging te hebben, en te kunnen vasthouden? Ik ben er wel blij om. Het is niet handig om in de branding te staan, terwijl je over veel dingen onzeker bent. Natuurlijk heb ook ik weleens mijn vraagtekens ...’

Waarover?

‘Tja ... waarover. Misschien is het een mooi excuus van de politicus in mij, om niet al te zeker over te willen komen. Het is meer in concrete situaties dat ik mij de vraag stel: waar doe je nou goed aan? Ik probeer altijd de deur open te houden. Voormalig D66-collega Boris van der Ham vertelde mij een aantal jaren geleden dat hij vader zou worden. Ik wist dat hij een mannelijke partner had. Dus flitste het door mij heen: dit is vast ingewikkeld. Ik stel dan eerst vragen. Het bleek dat hij twee lesbische vriendinnen had, van wie er eentje van zijn zaad een kind kreeg. Dat spoort inderdaad niet met hoe ik tegen het krijgen van kinderen aankijk. Heb je geregeld dat je ook echt een formele vaderrol kunt vervullen?, vroeg ik. Na een minuut of tien zei Boris: “Je vindt het helemaal niks, hè?”

In negen van de tien gevallen weten mensen al drommels goed wat ik ervan vind. Maar als je dat meteen aan de orde stelt, slaat de deur dicht. Ik merkte dat er bij Boris veel gevoeligheid zat, omdat hij – afkomstig uit een christelijke familie – lastige situaties rondom zijn homo-zijn heeft meegemaakt. Het mooie was dat we ook daarover konden praten. Dat is waarnaar ik op zoek ben, zonder de waarheid te verbloemen. Ik merk dat mensen het fijn vinden dat je gewoon je mening geeft, maar wel binnen de inbedding van een oprecht gesprek. Ik ga ook niet zeggen: je bent compleet fout bezig. Want mensen hebben er recht op om in hun identiteit en gedrag gerespecteerd te worden. Dat is voor mij een kwestie van je naaste liefhebben als jezelf.

Ik merk dat er bij D66’ers nog vaak een stuk pijn zit ten opzichte van christenen: het idee dat wij hen in een hoek willen drukken. Maar dat is natuurlijk niet onze motivatie. Daarom is het zo belangrijk met elkaar in gesprek te blijven. Dan ontstaat er aan beide kanten meer begrip.’

Want er is nog veel onbegrip?

‘Ja. Ik kom, als ik bij D66- of VVD-jongeren optreed, nog heel vaak deze aanname tegen: “Dingen die wij willen, wil de SGP ons ontnemen”.’

Is dat niet zo dan?

‘Feitelijk is dat waar. Dat is waar politiek heel vaak over gaat: het stellen van grenzen aan het gedrag van mensen. Je ontmoet alleen veel meer begrip wanneer je uitlegt waarom je iets wilt: niet om mensen dwars te zitten, maar omdat jij in iets hogers gelooft waarvan je vindt dat het voor de hele samenleving van belang is.’

Elbert Dijkgraaf is behalve politicus ook bijzonder hoogleraar in Rotterdam, een functie die hij al had voordat hij Kamerlid werd. Hij is nog steeds verbonden aan de universiteit, geeft soms colleges en kan verder zijn tijd als wetenschapper vrij indelen. ‘Dat is het dubbele in mijn persoonlijkheid: ik heb één deel dat graag de dingen tot op de bodem uitzoekt en dan een conclusie trekt, maar een ander deel dat graag concreet iets wil doen om de samenleving te verbeteren. Ik vind het heerlijk om na een hectische Kamerperiode de wetenschap in te duiken. Maar het nadeel van de wetenschap is dat het op korte termijn betrekkelijk weinig invloed heeft. Ik ben ongeduldig. Je hebt in de politiek meer mogelijkheden om dingen te veranderen dan in de wetenschap. Dus doe ik ze maar allebei.’

Dijkgraaf is bij jongeren die houden van weblogs als Powned en Geenstijl, bekend van de filmpjes waarin hij vragen van brutale verslaggevers beantwoordt. ‘Mijn eerste optreden bij Pownews wordt trouwens in cursussen gebruikt, als voorbeeld hoe je het níét moet doen.’

‘Ik ging volledig onderuit. Inmiddels vind ik het niet lastig meer. Voor veel jongeren zijn dit soort filmpjes de enige manier waarop ze worden geconfronteerd met wat wij vinden. Soms hoor ik dat ze de SGP een goede partij vinden. Dan vraag ik: waarom? “U doet het goed bij Pownews”, zeggen ze dan. Natuurlijk vraag ik me ook af wat je daar aan hebt. Maar het eerste dat nodig is om een boodschap te laten landen, is dat mensen een positief gevoel bij je hebben.’

U bent lid van de Gereformeerde Gemeenten, een kerkverband dat wordt gekenmerkt door ernst – zeker met het oog op de eeuwigheid. Tegelijk is uw uitstraling ontspannen. Klopt dat ook met wie u van binnen bent?

‘Toen ik ben gevraagd voor de Tweede Kamer, zei ik: “Dat doe ik graag, maar ik wil gewoon mijzelf kunnen zijn. Anders kan ik niet functioneren.”

Ik lijk op mijn opa: hij had ook een combinatie van ernst en humor in zich. Dat is een combinatie waar ik zelf ook in geloof. Ik denk dat het leven in zekere zin zeer ernstig is, wat betreft ons eeuwig heil, maar ook als je kijkt naar het kwaad in de samenleving.

Mijn ontspannenheid komt – denk ik – doordat onze eigen, menselijke rol beperkt is. We moeten ons best doen en werken op de fractie hard, want onze verantwoordelijkheid blijft recht overeind. Maar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden niet door christenen, laat staan door de SGP of Elbert Dijkgraaf gerealiseerd. God regeert, en het kwaad is al overwonnen. Dat geeft mij een enorm stuk relaxedheid.’

Die ontspannenheid komt dus voort uit uw geloof.

‘Ja, ik heb geloofszekerheid mogen ontvangen. Zonder nou te zeggen dat ik zo’n geweldig mens ben. Juist niet. Het is genade.’

Die zekerheid is in de Gereformeerde Gemeenten geen gemeengoed.

‘Dat is per mens, en van tijd tot tijd verschillend. In de bevindelijke wereld word je uitgedaagd jezelf te onderzoeken, en het wat je bekering betreft niet op een ‘misschientje’ aan te laten komen. Als ik met mijn geloof in de knoei zit, komt dat meestal doordat ik het te veel van Elbert Dijkgraaf verwacht. Als je het van jezelf verwacht, zit je altijd met het zweet in de handen. Ik ben ook in mijn geloof meer ontspannen, als ik mijn eigen rol relativeer en kleiner maak. Dat heb ik heel erg moeten leren: afhankelijk zijn, en met lege handen staan. Dat is een proces van jaren geweest, en het blijft een dagelijkse worsteling. Eerder speelde de wetenschappelijke geest in mij nog weleens op: is mijn bekering niet gewoon een redenering, bedacht door mijzelf? Maar dat heb ik een paar jaar geleden los mogen laten, ook omdat het daar in essentie niet om gaat. Het moet gaan om de vraag: mag je geloven dat Christus je zonden weggedragen heeft? Daar zeg ik ja op.’

Dijkgraaf heeft zich beschikbaar gesteld voor een nieuwe periode als Tweede Kamerlid. ‘Ik denk dat de versplintering van het politieke landschap ertoe leidt dat ook toekomstige kabinetten zuinig zullen zijn op constructieve partijen. Zelf aan een kabinet deelnemen, heeft niet mijn voorkeur. Een kleine partij wordt vaak gemangeld.’

Nu christelijke partijen weer even minder nodig zijn, zijn er gelijk weer meer voorstellen die u tot verdriet stemmen.

‘Dat is de realiteit, zolang er zo’n grote seculiere meerderheid is als nu. Er is geen knop waaraan we kunnen draaien, om dat te voorkomen. Als je de mogelijkheid hebt om dingen de goede kant op te duwen, moet je dat niet nalaten. Maar het mooiste is als je mensen kunt overtuigen.’

Dat is lastig in een samenleving waar 82 procent van de mensen nooit of bijna nooit in de kerk komt.

‘Ik ben niet zo heel pessimistisch. Dan zeg ik opnieuw: God regeert. Ik ben niet van de afdeling die zegt dat het altijd alleen maar de verkeerde kant opgaat. Dat is te menselijk geredeneerd. Als je kijkt naar de wereld, zie je dat het christendom snel groeit. Waarom zou dat over tien of twintig jaar niet ook in Nederland kunnen gebeuren?’

Houdt u het voor mogelijk dat u in de komende jaren wordt gevraagd Kees van der Staaij op te volgen?

‘Ik zit er niet op te wachten. De positie als nummer twee past mij goed. Ik heb de neiging dingen eruit te flappen, hoewel dat soms ook strategie is. Kees is beredeneerder, ook omdat er meer druk op hem ligt.

Maar je kunt natuurlijk nooit helemaal uitsluiten dat de vraag om fractievoorzitter te worden, aan je wordt gesteld. We zijn een klein team, en dan kun je niet zeggen: never, nooit.’

Kees van der Staaij heeft weleens gezegd dat hij in z’n tweede helft zit.

‘Aan het begin van de tweede helft, denk ik dan. En hij zit nu achttien jaar in de Kamer. De SGP zit zo in elkaar, dat als politici fris zijn en hun team goed functioneert, er geen behoefte is om mensen aan de kant te schuiven.’ ◆

politieke belangstelling kwam pas tijdens studententijd

Elbert Dijkgraaf (1970) studeerde algemene economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, en promoveerde in 2004 op een onderzoek naar de regulering van de Nederlandse afvalmarkt. Sinds 2009 is hij bijzonder hoogleraar empirische economie van de publieke sector.

Zijn politieke belangstelling ontwikkelde Dijkgraaf in zijn studententijd. Dat resulteerde erin dat hij op niet heel jeugdige leeftijd nog voorzitter werd van de SGP-jongeren, van 1999 tot 2003.

In 2010 belandde hij naast Kees van der Staaij in de bankjes van de Tweede Kamer, na het afscheid van Bas van der Vlies. Naast zijn werk als Kamerlid is hij actief op de Erasmus Universiteit.

Dijkgraaf is getrouwd en heeft drie kinderen. Hij woont in Zevenhuizen.

 

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief