Diederik Samsom blijft hoopvol in de Haagse jungle

Politiek
beeld Sjoerd Mouissie
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Hoop dooft nooit uit, zegt Diederik Samsom. De PvdA-leider heeft een onverwoestbaar geloof in de vooruitgang. Van acht zetels in de peilingen wordt hij niet wanhopig; desnoods stemmen de mensen hem in 2017 maar weg. ‘Ik zou alleen in de buurt van wanhoop komen, als we de vluchtelingencrisis niet weten te beheersen.’

‘De essentie van waarom je de politiek ingaat, is dat je de illusie hebt dat je mensen wat hoop kunt bieden’, zegt Diederik Samsom. Crises maken onzeker, weet ook de PvdA-frontman. Is het economische dal net achter de rug, komt er een enorme vluchtelingenstroom op gang, en zijn er aanslagen in Parijs. ‘Onzekerheid is de grootste vernietiger van hoop. Hoop loopt bijna parallel aan houvast. Onzekerheid slaat houvast weg, en ondermijnt hoop.’ Het ergste zou zijn wanneer ook politici dan maar bij de pakken gaan neerzitten, zegt hij. Daarom is Samsom ook aan het eind van 2015 hoopvol. Want de vooruitgang stopt niet. Nog even en elektrisch rijden is de norm, verwacht hij. Nog even en we kunnen in Europa de vluchtelingenstroom in elk geval beheersen. ‘Daar ben ik hoopvol over.’

slachtoffers

In de tussentijd moeten politici het perspectief blijven schetsen, en dat is niet altijd makkelijk. ‘Gaat het eindelijk wat beter, krijg je dit … Dat gevoel bekruipt mij ook weleens. Ik beschouw overigens de vluchtelingenstroom niet als dé crisis. De oorlog in Syrië, dát is de crisis. De grootste bedreiging die mensen ervaren door de vluchtelingenstroom, is de onbekende omvang ervan – het zijn niet zozeer de vluchtelingen zelf. Ik ben ervan overtuigd dat Nederland er meer ontspannen mee zou omgaan, als we zouden weten dat het stopt bij tweehonderdduizend vluchtelingen. Dat is vier keer zo veel als er dit jaar naar Nederland zijn gekomen.

Nederland kan zo veel vluchtelingen opvangen, is mijn overtuiging. Daar is draagvlak voor, maar níét als het er misschien driehonderdduizend worden. De vluchtelingenstroom beheersen is daarom de opdracht voor politici. Het liefst door de oorlog in Syrië te stoppen. Maar als dat niet lukt, moet je de gevolgen zo goed en zo eerlijk mogelijk beheersen. Die opdracht ligt op de route die de vluchtelingen afleggen.’

U denkt dat er voldoende draagvlak is voor de opvang van veel vluchtelingen. Nederland telt ook onzekere, werkloze mensen, van wie een deel zegt: besteed dat geld aan ons.

‘Vrijwel al het geld dat naar vluchtelingen gaat, was bestemd voor Afrika. De slachtoffers van onze uitgaven aan de vluchtelingenstroom, zitten in Ghana. Dat is de ongemakkelijke waarheid. Maar het gevoel begrijp ik. Het zijn lastige tijden, absoluut. Toch zijn de problemen niet onoplosbaar.’

Bent u ook hoopvol over de – tot nu toe beperkte – integratie van grote aantallen vluchtelingen?

‘Ja. Omdat ik weet wat wij kunnen als land. Wij kunnen dit. Het gaat om honderd-, honderdvijftig-, of misschien tweehonderdduizend vluchtelingen, waarop we in de komende jaren moeten rekenen. Dat is op een bevolking van zeventien miljoen mensen een overzichtelijke hoeveelheid. Er zitten veel kinderen bij die hier hun leven gaan opbouwen; over hen maak ik me niet zo veel zorgen. Er zitten volwassenen bij die diploma’s hebben, en die dus kansen hebben op de arbeidsmarkt. Er zitten ook volwassenen bij die nog niet gekwalificeerd zijn. De werkloosheid onder de volwassen allochtone bevolking is een stuk hoger dan onder de autochtone bevolking. Maar ook dat verschil is met hard werken en met nieuwe methodes overbrugbaar. We hebben dertig, veertig jaar ervaring met de opvang van asielzoekers. We weten hoe het niet moet. Natuurlijk is tweehonderdduizend mensen die zich in korte tijd melden veel. Maar er melden zich in Nederland jaarlijks veel meer gewone migranten dan asielzoekers, en dat is al jaren zo.’

Dus het protest en de opstootjes horen bij een fase waar we doorheen moeten?

‘Ja. We verkeerden in de illusie dat er een goed Europees asielsysteem was, tot het getest werd. Toen faalde het. Maar Europa valt niet om; Europa herstelt zich. We hebben nu afspraken met Turkije over betere opvang, over het terugbrengen van mensen naar Turkije, over het organiseren van legale migratie waarbij je het getal wél onder controle hebt. Het grote verschil is niet het aantal vluchtelingen. Dat zal niet heel snel afnemen, tenzij de oorlog in Syrië stopt. Het grote verschil is dat we een eind kunnen maken aan de onduidelijkheid en onzekerheid over het aantal vluchtelingen dat hier komt. De immigratie van 25.000 Syriërs in Canada verloopt soepel, ook al komen ze allemaal binnen twee maanden. Canada is een groot land, dat scheelt. Maar wat vooral uitmaakt, is dat ze het kunnen reguleren; een rubberboot haalt Canada niet. Daardoor zie je in Canada de ontspanning in het systeem komen. Dat maakt duidelijk dat het voor politici altijd de opdracht is het leven van mensen overzichtelijk te houden. Net als bij de financiële crisis is wanhoop niet nodig. Europa heeft er lang aan gewerkt om Griekenland weg te trekken bij de rand van de afgrond. En ik ben maanden bezig geweest met mijn Europese collega’s om elkaar zover te krijgen afspraken met Turkije te maken. Dat is gelukt. Straks komt er een goede registratie op de Griekse eilanden, en moeten we goede afspraken met Turkije over de legale migratiestroom maken. Het kán.’

We kijken even naar de peilingen: de manier waarop u dit perspectief schetst, slaat nog niet aan.

‘Wat mij overeind houdt, is dat ik weet waar ik naartoe wil. Ik ben een romanticus wat betreft de democratie, en dat geeft een zekere ontspanning. Als PvdA hebben we in 2012 een mandaat gekregen, na knotsgekke verkiezingen. Toen heb ik met de VVD afgesproken: dit kabinet moet de rit eens uitzitten. We hadden toen al de vijfde Kamerverkiezingen in tien jaar tijd. De kiezer werd daar chagrijnig van; en dat is hij nog steeds. De kiezer wil een politiek die dingen oplost, liefst in één dag. Dat laatste lukt alleen niet, vandaar dat de grondwet ons vier jaar de tijd geeft om op de top van ons vermogen aan de slag te gaan. Straks kijken we achter ons, en zien we: de werkloosheid daalt en de armoede eindelijk ook, de koopkracht neemt toe, de inkomensverdeling is eerlijker, en de vluchtelingenstroom – even afkloppen – is beheersbaar. Als de kiezers straks zeggen: “We vonden het niks” ... prima. Dan maak je een buiging, stap je van het podium, en gaat een ander het doen. De kiezer krijgt altijd gelijk.

Het enige slachtoffer zou ikzelf zijn, of een paar andere politici. Als dat het grootste offer is dat gebracht moet worden, dan is dat op te brengen. Ik zou alleen bij het stadium van wanhoop in de buurt komen, als we het tussen die Turkse en Griekse grens niet op orde krijgen. Ik ben hoopvol, maar we hebben niet alles in de hand. Er zijn zes miljoen Syriërs die niet meer in hun eigen huis wonen, maar nog wel in Syrië. Als ook zij besluiten hun heil elders te gaan zoeken, is elke beheersbaarheid verdwenen. Dan zou ik bij wanhoop in de buurt komen, maar niet als ik half januari een peiling bekijk waarin we acht zetels hebben. De optelsom van alle peilingen is honderdvijftig; het parlement zal niet verdwijnen. En ik geloof dat het ook anders zal uitpakken als we in 2017 met de bewijslast naar de kiezers stappen. En als dat niet zo is, ben ik niet de juiste man op de juiste plek. Als je de resultaten die we nu bereiken niet wilt, moet je op een ander stemmen. Ik wil die resultaten namelijk wel; dat lijkt me helder.’

Maar dan moet u wel heel bewust uw doel voor ogen houden. Gaat het in Den Haag ook niet vaak over politiek “gedoe”?

‘Dat gedoe wordt erger; daar maak ik me zorgen over. De Haagse sloopmachine slóópt mensen. Anouchka van Miltenburg is afgetreden als Kamervoorzitter, en dat vond ik begrijpelijk. Maar daarvóór werd ze al twee jaar lang gesloopt; door de media en door onszelf. Waarom moet dat? In de jungle zie je slechts afgetrainde beesten, omdat ze de hele dag op hun hoede moeten zijn. Maar als mens word je daar niet gelukkiger van, en je gaat er ook niet beter van presteren. Bijkomend nadeel is dat kiezers aan dat Haagse gedoe weinig hoop ontlenen. Er wordt zó veel stof opgeworpen, dat moeilijk te zien is wat er concreet gebeurt. Het politieke proces moet beter, omdat mensen anders ook de besluiten niet meer willen dragen.’

Er klinkt nu veel optimisme over het klimaatakkoord van Parijs. Terecht?

‘Parijs is één reden om hoopvol te zijn. Maar veel belangrijker is de wending die je ziet in de techniek en de investeringen. Wij gebruiken nu belachelijk veel olie. Dat moet echt anders.’

Dat wordt nou niet echt gestimuleerd met zo’n lage olieprijs als nu.

‘We kennen de perversiteit van de markt. Als de olieprijs laag is, ben je niet geneigd het te gaan zoeken in zonne-energie. Tegelijk is het ook de belangrijkste prikkel om géén nieuwe olie te zoeken. Het vervangen van onze fossiele energiebronnen is de moeilijkste opdracht die de mensheid heeft gehad, wordt wel gezegd. Nou, er is nog nooit zo’n slimme generatie geweest als deze, dus we zouden het moeten kunnen. De doorbraak van elektrisch rijden ligt om de hoek. Over twintig jaar verbazen we ons erover dat we in 2015 nog met diesels door de stad reden. De vooruitgang is niet te stoppen. Alleen: alle nieuwe technieken beginnen klein, en veel nederlagen maken één overwinning. We hebben briljante wetenschappers nodig, we hebben mensen nodig die durven te investeren, we hebben politici nodig die ruimte creëren, en we hebben uiteindelijk een samenleving nodig die nieuwe ontwikkelingen accepteert.’ Lachend: ‘En die niet op iemand anders gaat stemmen.’

De rode draad in dit gesprek – of het nou over de financiële crisis, de vluchtelingencrisis of het klimaat gaat – is dus dat hoop altijd een meerjarig perspectief is.

‘Ja. En je moet altijd het middel vinden om die paar jaar – of soms ook langer – door te komen. Er zijn wetenschappers die jarenlang bikkelen, en dan ineens lukt het! We winnen op de Afsluitdijk nu stroom uit contact tussen zoet en zout water; dat is in Leeuwarden uitgevonden. Ook op andere technologische terreinen én in de biogenetica zullen er nieuwe vondsten worden gedaan, en krijgen we de ethische discussies die daarbij horen. Maar als we het goed doen, zijn fantastische nieuwe dingen mogelijk.’

Toch maken veel mensen zich zorgen of hun kinderen het wel beter krijgen dan zij.

‘Dat is niet voor niks. Tot begin deze eeuw, was de groei decennialang geregeld 3 of 4 procent per jaar. Dan wordt een land in tien jaar tijd “automatisch” 30, 40 procent rijker. Die tijd is echter voorbij. Ik verwijt dat ook de sociaaldemocratie zelf; we zijn een tikje lui en eenzijdig geweest. We hebben ons altijd gericht op een sociale welvaartsstaat, die draaide op inkomensoverdracht en een goed sociaal stelsel. Dat betaalden we van die 3 procent economische groei per jaar. Dan kom je dus inderdaad met je handen in het haar te zitten, als die groei voor langere tijd wegvalt. We maken nu de slag naar een verzorgingsstaat die zich ent op een lagere groei, maar nog steeds prima houdbaar is als we het systeem rechtvaardiger en slimmer inrichten. Daarnaast moeten we grotere doelen nastreven: groei kan ook zitten in een zorgzamere, meer ontspannen, gelukkigere en duurzamere samenleving.’ ●

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief