Luister naar

Vicepremier Hugo de Jonge: 'Je bent niet alleen voor je eigen cluppie op aarde'

Nieuws
CDA-minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) wil na Rotterdam nu ook landelijk eenzaamheid onder ouderen te lijf gaan. ‘Niemand kan dé eenzaamheid oplossen. Maar íémands eenzaamheid oplossen, dat kunnen we allemaal.’
Gerard Beverdam
zaterdag 29 december 2018 om 03:00
Hugo de Jonge: ‘Zaterdagochtend sta ik langs de lijn, zondagochtend proberen we in de kerk in Rotterdam-Charlois te zitten. De rest van het weekeinde ben ik aan het werk.’
Hugo de Jonge: ‘Zaterdagochtend sta ik langs de lijn, zondagochtend proberen we in de kerk in Rotterdam-Charlois te zitten. De rest van het weekeinde ben ik aan het werk.’ Dick Vos

Toen Hugo de Jonge wethouder in Rotterdam was, werd in 2013 Bep de Bruin gevonden in haar woning aan de Jan Porcellisstraat. Ze was al in 2003 overleden. ‘Ik ben daar ontzettend van geschrokken. Een vrouw die tien jaar dood in huis ligt, zonder dat iemand haar mist. Ik denk dat veel mensen daarvan zijn geschrokken, en dachten: dat kán toch eigenlijk niet.

Toen ik in 2014 als wethouder ook verantwoordelijk werd voor de zorg, zag ik in het overdrachtsdossier cijfers van de GGD. Meer dan de helft van de 75-plussers in Rotterdam bleek zich eenzaam te voelen, en in sommige wijken had een op de drie ouderen niemand om op terug te vallen. Dan zijn we als samenleving ver van huis. Ik heb ouderen gesproken die dagenlang hun eigen stem niet hoorden, omdat ze gewoon niemand hadden om tegen te spreken. Dat vind ik zo schrijnend.

Vaak wordt gezegd: dat is iets wat bij deze tijd hoort, of wat bij de grote stad hoort. Maar dat is echt onzin. Het is geen natuurverschijnsel waar we ons maar bij hebben neer te leggen. Dat wilde ik in Rotterdam niet doen, en ook niet als minister.

We staan voor een enorme opdracht. We hebben nu 1,3 miljoen 75-plussers, in 2030 zijn dat er 2,1 miljoen. Als je die cijfers op je laat inwerken, zie je dat we onderweg zijn naar een ander soort samenleving. En als nu die eenzaamheidscijfers al zo hoog zijn, is dus onze opdracht heel groot om structureel iets aan die eenzaamheid te doen.’

Hoe kan de overheid eenzaamheid oplossen?

‘Ik krijg die vraag vaker. “Is dat wel een taak voor de overheid?” In elk geval kan de overheid niet schouderophalend voorbijgaan aan die cijfers. Natuurlijk moet de samenleving in de benen komen, maar de overheid kan daarbij wel een handje helpen. Dat is precies wat we aan het doen zijn. We zijn lokale coalities tegen eenzaamheid aan het smeden. Bijna 70 procent van de gemeenten heeft intussen de aanpak van eenzaamheid in het beleid staan. Ook is er een landelijke coalitie tegen eenzaamheid, waaraan inmiddels veel organisaties en bedrijven meedoen. De beweging tegen eenzaamheid is op gang aan het komen. Iedereen zou zich de vraag “wat kan ik doen?” moeten stellen. Want eenzaamheid is iets heel groots – niemand kan dé eenzaamheid oplossen, en ministers al helemaal niet – maar íémands eenzaamheid oplossen, dat kunnen we allemaal.’

Begin december bleek uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat juist de mensen die langer thuis blijven wonen als gevolg van overheidsbeleid, zich het meest eenzaam voelen. Moet dat geen spiegel voor de politiek zijn?

‘Dat laat zien dat we langer thuis wonen beter moeten organiseren, en mantelzorgers beter moeten ondersteunen. Daarnaast moeten we nieuwe initiatieven waarin wonen en zorg worden gecombineerd, stimuleren. Maar terug naar de verzorgingshuizen van vroeger? Nee. In de afgelopen decennia is het aantal 80-plussers verdubbeld, terwijl het aantal plekken in verpleeg- en verzorgingshuizen is gehalveerd. De meeste mensen willen – mits goed ondersteund – langer thuis wonen. Ik zie wel dat mensen op zoek zijn naar geborgenheid, die in nieuwe vormen van wonen en zorg kan worden geboden.

Uiteindelijk is voor iedereen maatwerk nodig. Mijn vraag is bij alles wat ik doe: werkt dit voor ménsen? Want wetten geven geen zorg, mensen doen dat. Daarom wil ik deze kabinetsperiode geen grote stelselwijzigingen meer.’

Gemeenten zijn bang dat ze vanaf 1 januari te maken krijgen met een hausse aan aanvragen voor ondersteuning of bijvoorbeeld trapliften, omdat de eigen bijdrage hiervoor omlaag gaat. Zijn gemeenten terecht bezorgd?

‘Nee. Zorgkosten behoren tot de belangrijkste zorgen van mensen. Vaak wordt gepleit voor het schrappen van de 385 euro eigen risico in de zorg. Dat kost vier miljard euro, terwijl die maatregel voor het gros van de mensen niet nodig is. Maar chronisch zieken, of mensen die een kind met een beperking verzorgen, hebben juist vaak te maken met een stapeling van zorgkosten. Behalve het eigen risico betalen zij eigen bijdragen. Voor díé groep willen we het beter maken. Dus is het eigen risico bevroren, en verlagen we hun eigen bijdragen. Voor de mensen met de meeste zorgkosten betekent dit een besparing van honderden tot duizenden euro’s per jaar.

Over de vrees dat nu meer mensen een beroep gaan doen op de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo), zeg ik: ik hóóp dat dit gebeurt. Juist uit angst voor de eigen bijdragen, vragen vooral mensen met lagere middeninkomens nu geen hulp aan. Dat is niet hoe we het willen. Want dan voelen mensen zich in de steek gelaten. Gemeenten zijn gecompenseerd voor het extra beroep op de Wmo, en natuurlijk gaan we goed in de gaten houden hoe zich dit ontwikkelt. Maar ik ben er niet bang voor dat iemand die z’n hele leven zelf z’n schoonmaakster heeft betaald, nu ineens bij de gemeente op de stoep staat. Gemeenten moeten daar ook niet bang voor zijn, want de Wmo zit zo in elkaar dat eerst wordt gevraagd wat mensen zelf kunnen doen.’

De kwestie is natuurlijk altijd: wie gaat dat betalen?

‘Als die angst telkens in je hoofd zit, houdt dat je af van de dingen die je gewoon hebt te doen.’

U hebt als minister ook medische ethiek in uw portefeuille. Een balanceeract?

‘Het zou de “achilleshiel van dit kabinet” zijn; er zijn kranten over volgeschreven. Maar zo heb ik het zelf nooit gezien, en zo is het ook nooit geworden. Je kunt op verschillende manieren naar dit kabinet kijken. Zo van: twee liberale en twee confessionele partijen, gaat dat wel samen? Wringt dat niet, bijvoorbeeld rond dit thema? Is deze coalitie wel opgewassen tegen dit soort vraagstukken?

Maar wat ik nou zo mooi vind, is dat deze partijen elkaar vinden in een gezamenlijke opdracht om vanuit het politieke midden het land te besturen. Ondanks dat je het op een aantal punten niet eens bent, of sterker nog: tegenover elkaar staat. Dat deze coalitiepartijen daarin niet de aanleiding hebben gevonden elkaar af te wijzen, dááraan ontleent dit kabinet zijn zeggingskracht.

Waarom werkt het? Waarom is medische ethiek geen voortdurende bron van twist? Omdat we elkaar opzoeken als het om dit soort thema’s gaat. We hebben leren luisteren naar elkaars drijfveren, bezwaren en rode lijnen. Als er een onderling gevoel van respect is, kun je met elkaar samenwerken.

Ik geloof heilig in het politieke midden. Veel nieuwe partijen lijken niet gericht op de vraag hoe je elkaar de hand kunt reiken, maar slechts op het zo goed mogelijk bedienen van de eigen achterban. Maar je bent niet alleen voor je eigen cluppie op aarde. Daarom proberen we met dit kabinet juist over scheidslijnen heen tot oplossingen te komen, en niet alleen waar het om medische ethiek gaat.’

Uw voorganger Edith Schippers wilde het aantal herhaalde abortussen terugdringen. U hebt dat pleidooi overgenomen. Is er al resultaat geboekt?

‘Het Nederlandse abortuscijfer is, in vergelijking met andere landen, niet hoog. Toch gaat het in ongeveer een derde van de gevallen om een herhaalde abortus. Maar het afbreken van een zwangerschap is een ingrijpende keuze, en kan niet als een soort verlate anticonceptie dienen. Daarom stellen we geld beschikbaar, zodat bijvoorbeeld het plaatsen van een spiraaltje in de abortuskliniek vergoed wordt. Verder willen we de rol van de huisarts vergroten. We moeten ervoor zorgen dat de vrouw en haar huisarts na een abortus in gesprek gaan, en dat anticonceptie indringend aan de orde komt. Zo willen we kijken of we het aantal herhaalde abortussen kunnen terugdringen. Want dat moet kunnen, denk ik.’

Wat was voor u hét politieke moment van het afgelopen jaar?

‘Het kabinetsbesluit om de gaskraan in Groningen dicht te draaien. Dat de mensen in Groningen misschien nog denken: “eerst zien, dan geloven”, begrijp ik. Maar dit is echt een keus voor de veiligheid van de Groningers.’

U bent ook vicepremier. U lijkt daar wel van te genieten.

‘Ik vind het vicepremierschap oprecht heel mooi, om mijn eigen politieke club binnen het kabinet aan te voeren, maar juist ook om binnen de coalitie met elkaar te zoeken naar oplossingen, naar de meest verstandige weg, ook los van mijn eigen portefeuille.

Voor het politieke midden is dit kabinet misschien wel de laatste kans. Het midden is voor mij geen keuze uit verlegenheid, maar uit overtuiging. Dáár worden de verschillen overbrugd. De boodschap van de flanken – “tegen!”, “schande!” – komt makkelijker over dan een afgewogen verhaal. Maar het gedachtegoed van mijn partij is veel rijker. En de werkelijkheid is niet zwart-wit, en daarom heb je er meer woorden voor nodig. Sorry, zou ik bijna zeggen.

Politiek bestuur is niet het maken van een filmpje, om aan je achterban te laten zien hoe onoversneden je hun geluid weer hebt laten horen in de landelijke arena. Voor mij is politiek bestuur dat je telkens het belang van het grotere geheel voor ogen houdt. Dat je met oplossingen komt die voor iedereen werken, en naast mensen gaat staan. Rekening houden met elkaar; we lijken het soms verleerd – zowel in de samenleving als in politiek Den Haag. Daarover maak ik mij weleens zorgen.’

Lukt het om op zaterdag langs het voetbal- en hockeyveld te staan?

‘Dat lukt nog wel. Laat ik heel eerlijk zijn: de combinatie van dit werk met thuis is niet ideaal. Ik zou veel vaker thuis willen zijn. Maar het gáát niet ... Ook door de keuze om veel in het land te willen zijn, zit de agenda bom- en bomvol.

(Lachend:) Ik heb met de directeur thuis een helder arrangement afgesproken. Doordeweeks één avond thuis eten; dat lukt meestal. Ik moet een klein slagje om de arm houden, want misschien leest ze mee. Zaterdagochtend sta ik langs de lijn, zondagochtend proberen we in de kerk in Rotterdam-Charlois te zitten. De rest van het weekeinde ben ik aan het werk. Meestal wel thuis, maar met de neus in de papieren. Want je krijgt altijd een paar tassen mee.’

Is dat het allemaal waard?

‘Dat moet u mij over tien jaar nog eens vragen. Maar ja, dit werk past mij wel.’ ?

lichtpunt 2019:

‘Ik kijk positief naar het komende jaar vanwege de enorme inzet van vrijwilligers. Kijk alleen al hoeveel mensen in beweging komen om eenzaamheid te lijf te gaan. De bereidheid van zo veel mensen om voor een ander van betekenis te zijn, is het beste tegengif tegen het cynisme en egoïsme van deze tijd.’

Mail de redactie
Mail de redactie
Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt.
Afbeelding

Adema overleeft motie van wantrouwen; veel irritatie in mestdebat tussen coalitiepartijen D66 en ChristenUnie

Minister Piet Adema (Landbouw) heeft een motie van wantrouwen vanuit de Tweede Kamer overleefd. In een afrondend Kamerdebat over Adema's mestbeleid kwamen D66 en ChristenUnie hard in aanvaring.

Afbeelding

Coalitie gefrustreerd over opstelling linkse partijen in salderingsdebat

In het debat over de salderingsregeling voor zonnepanelen staan de verhoudingen tussen de regeringspartijen en GroenLinks/PvdA op scherp. Met name het feit dat de linkse partijen hun steun koppelen aan ander kabinetsbeleid wekt wrevel.

Afbeelding

Adema diep door het stof. Maar hij weet niet zeker of boeren méér mest mogen blijven uitrijden

Mogen Nederlandse boeren de komende jaren nog méér mest blijven uitrijden? Ondanks alle tumult weet minister Adema dat nog steeds niet zeker. Woensdag ging hij diep door het stof in de Tweede Kamer.

Afbeelding

Wat volgt er na de komma van de excuses voor het slavernijverleden?

Een komma, geen punt, zei premier Mark Rutte over de excuses voor het slavernijverleden die hij 19 december aanbood. Maar wat volgt er precies na die komma, vroeg de Tweede Kamer zich woensdag af.

Afbeelding

Kabinet gokte en verloor in mestconflict met Brussel, maar gaat zelf over de handhaving

Het kabinet ging er voetstoots van uit dat het glasheldere afspraken met de Europese Commissie over het Nederlandse mestbeleid straffeloos kon negeren. Geen gekke gedachte, want lidstaten moeten die EU-wetten zélf handhaven.

Afbeelding

Het kabinet heeft het minimumloon flink verhoogd, 'maar dat is niet genoeg'

Dat zegt Peter Heijkoop namens alle wethouders Sociale Zaken. Heijkoop - die zelf wethouder is in Dordrecht - is vandaag één van de sprekers tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over rondkomen.