*

aangepast op 1 juni 2022 om 12:16

Dit artikel is geschreven door een van onze partners. Daarmee valt het buiten de verantwoordelijkheid van de ND-redactie.

Partnercontent

‘Wil je bidden dat ik het volhoud?’

Altijd al een initiatief van Open Doors, maar dit jaar wordt de Zondag voor de Vervolgde Kerk – op 12 juni, de eerste zondag na 
Pinksteren – ook gedragen door Stichting Hulp Vervolgde Christenen (HVC), SDOK en Friedensstimme. Wat kunnen wij leren van vervolgde christenen? ‘Hun geloof heeft geen tierelantijntjes meer.’

Jullie hebben als organisaties de handen ineengeslagen voor de jaarlijkse Zondag voor de Vervolgde Kerk. Waarom?

Geert-Jan Noorman, Friedensstimme: ‘Het is een initiatief van Open Doors, maar toch was ieder van ons op zijn eigen manier met de Zondag voor de Vervolgde Kerk bezig, of soms niet. Dat wij nu samenwerken, geeft er meer body aan en vergroot hopelijk de impact van deze dag.’ 

‘Vervolging stopt niet, dat is een
bijbels gegeven.’

Wimco Ester, Open Doors: ‘We voerden in het verleden al wel gezamenlijk handtekeningenacties, maar dat was ad hoc. De andere organisaties toonden belangstelling voor de Zondag voor de Vervolgde Kerk, en toen hebben we gezegd: waarom doen jullie niet mee? Juist in gezamenlijkheid kunnen we meer betekenen. Dat is mooi, helemaal in deze tijden van polarisatie.’

Wat kunnen we als Nederlandse gelovigen van vervolgde christenen leren? 

Noorman: ‘Hoe je staande blijft, namelijk door een innige omgang met God. Maar tegelijk: het is niet iets is wat wij bewerken, maar wat God geeft. Niet wij houden God vast, Hij houdt ons vast. Het is bemoedigend en op een vreemde manier haast jaloersmakend dat mensen die in de cel zitten of de dood in de ogen kijken, God zo dichtbij ervaren. Er zit iets geheimzinnigs in de relatie tussen een vervolgde christen en God, en dat bewerkt God zelf.’

Jan Dirk van Nifterik, Hulp Vervolgde Christenen: ‘Binnen de vervolgde kerk zie ik dat God ons geen makkelijk leven belooft, maar dat Hij er wel altijd bij is, dwars door het lijden heen. ‘Suffering with God is a good suffering,’ zei een kromgebogen man ooit tegen mij. Lijden met God is een goed lijden. De tweede les leerde ik van Shagufta Kausar, een vrouw in Pakistan die zeven jaar onterecht gevangen zat: vertrouw op God en heb geduld. En misschien een derde les, namelijk: alles op aarde is relatief. Wat wij bezitten, kunnen wij vandaag nog kwijtraken.’

Ester: ‘Wij moeten er wel voor waken vervolgde christenen als helden te zien. Het zijn gewoon mensen van vlees en bloed die zich zorgen maken en sappelen om de huur te betalen. En sommigen haken ook af. Dus we moeten ze vooral niet op een voetstuk plaatsen, en ze zijn ook niet zielig. Maar tegelijk kunnen we inderdaad van ze leren, want hun geloof is doorleefd, er zitten geen tierelantijntjes meer aan. Het komt erop aan: geloof je of geloof je niet? Daar zit schoonheid in. Wat we van hen kunnen leren? Bijvoorbeeld dat lijden erbij hoort, en dat we moeten volharden.’

Richard Groenenboom, SDOK: ‘Bij ons in Nederland zijn veel kerken nu een stuk leger dan vóór corona. Vervolgde christenen houden ons een spiegel voor. Je geloof hangt niet zozeer af van je kerk, maar vraagt wel toewijding aan God. Wie ben jij als de kerk wegvalt? Waar besteed jij je tijd aan? Stille tijd schiet er heel makkelijk bij in als je het druk hebt. Dus ja, volharding. Een andere les: de bereidheid het evangelie te delen. Wij zijn geneigd ons geloof te reserveren voor de zondag, en eventueel nog voor een kerkelijke activiteit doordeweeks. Maar ik kom mensen tegen die zó vervuld zijn van het geloof dat ze het goede nieuws willen delen, ook al worden ze met de dood bedreigd. Van die drive zouden wij wel wat meer mogen hebben.’

Wat willen jullie bereiken met de Zondag voor de Vervolgde Kerk? 

Ester: ‘Betrokkenheid. Dat mensen trouw gaan bidden voor de vervolgde kerk. Als één lid lijdt, lijden alle leden mee, staat er in de Bijbel. We zijn verbonden met elkaar, laten we dat dan ook handen en voeten geven. Ik blijf me verbazen dat sommige christenen er geen benul van hebben dat er ook buiten Noord-Korea medegelovigen worden vervolgd.’ 

Groenenboom: ‘Wij willen er voor vervolgde christenen zijn met praktische steun en gebed, maar aan de andere kant willen wij gelovigen hier ook toerusten met de lessen van vervolgde christenen. Wij hopen dat de verhalen binnenkomen bij christenen in Nederland en hen aansporen om toegewijd Jezus te volgen.’

Van Nifterik: ‘Ik hoop dat we de vervolgde kerk dichterbij kunnen brengen, zodat mensen gaan meeleven. Achter krantenkoppen zit een verhaal, zitten mensen. Dat besef zou ik willen meegeven: dat de vervolgde kerk niet een abstract begrip is, maar dat het om mensen gaat.’

Maar hoeveel er ook wordt gebeden, het aantal vervolgde christenen neemt alleen maar toe …

Van Nifterik: ‘Wij bidden niet dat de vervolging zal stoppen, wij bidden om nabijheid. Want wij weten dat vervolging niet stopt, dat is een bijbels gegeven. Ik zou het willen omdraaien. Als de vervolging groeit, betekent het misschien ook wel dat de kerk groeit, of in elk geval de relevantie van de kerk. In individuele zaken bidden wij trouwens wel dat martelingen mogen stoppen en dat mensen vrijgelaten mogen worden.’

Groenenboom: ‘Ik vind het soms wel pijnlijk. Het feit dat het in de Bijbel staat dat we vervolgd zullen worden, wil niet zeggen dat het makkelijk is. Soms weet je het zelf ook even niet meer, en dat mag. Maar God wil zichzelf ook in het lijden laten zien – daar moeten we ons aan vasthouden. Hij is overwinnaar. Het is een weg door het lijden heen naar de heerlijkheid. Die weg heeft Jezus zelf ook afgelegd.

We mogen dankbaar zijn dat wij geen fysieke vervolging kennen. Tegelijk is het belangrijk te beseffen dat we met een geestelijke strijd te maken hebben. Het is de Boze erom te doen dat we niet aan God toegewijd zijn. Vanuit geestelijk perspectief heeft de Boze hier succes, omdat mensen afhaken en verder van God af komen te staan. In Iran groeit de kerk juist als kool en vertellen mensen over bijzondere geloofservaringen, en daar zie je heel veel vervolging.’

Noorman: ‘Vervolgde christenen kijken eigenlijk nooit met jaloersheid naar ons in het Westen. Zij vragen: hoe doen jullie dat, met God leven, Hem vasthouden, te midden van zo veel voorspoed en welvaart en vrijheid? Zij vinden onze omstandigheden vaak moeilijker dan die van hen. Door vervolging worden ze in de armen van God gedreven. En luxe en vrede kunnen juist het effect hebben ons bij God vandaan te drijven.’

Welke ontmoeting met een vervolgde christen staat u bij?

Groenenboom: ‘Vorige week sprak ik met Susanne Geske. Haar man werd in 2007 in Turkije vermoord. Hij werkte aan een nieuwe Turkse studiebijbel. Zij zei: ik bid nog elke dag dat de moordenaar van mijn man Jezus leert kennen. In zo’n getuigenis zijn Gods liefde en genade zó aanwezig.’

Van Nifterik: ‘De Pakistaanse evangelist Aster – een schuilnaam. Haar familie probeert haar tot op de dag van vandaag te vermoorden, maar ondanks alle tegenstand gaat zij door met evangeliseren. En niet eens altijd met woorden. Ondanks alle weerstand in haar dorp is ze een schooltje begonnen. Telkens terugkeren, blijven liefhebben, daar kunnen mensen niet omheen, vroeg of laat worden ze erdoor geraakt. Haar opofferingsgezindheid inspireert mij enorm.’

Noorman: ‘Ik herinner mij een ontmoeting met een broeder in Kazachstan die jaren gevangen had gezeten, Pjotr Zeminsk. Hij zei: die jaren in de cel, dat waren de beste jaren van mijn leven, God was toen zó dichtbij.’

Ester: ‘Je hoort inderdaad soms wonderlijke verhalen. Mensen vertellen dat ze juist in de gevangenis andere mensen met het evangelie konden bereiken. Ik krijg dat in mijn hoofd niet altijd even goed bij elkaar. Hoe zou ik het doen in zulke omstandigheden? Ik ben zelf helemaal niet zo’n held.

Mij blijven verhalen van vergeving altijd bij. Vergeving is niet makkelijk, daar gaan altijd woede, wanhoop, verdriet en liters tranen aan vooraf. Een vrouw uit Nigeria zei: ik heb de moordenaars van mijn man vergeven. Maar dat heeft wel jaren geduurd, jaren waarin ze een pistool kocht om de moordenaars van haar man af te schieten.

Ik herinner me ook een jonge man uit Kazachstan. Hij was getrouwd, had jonge kinderen. Ik vroeg: hoe kunnen wij nou voor jou bidden? En hij antwoordde: wil je bidden dat ik het volhoud, als ik gevangen wordt gezet? Een halfjaar later was hij opgepakt. En zijn vrouw zat thuis met de kleintjes, en zij moesten van adres naar adres. Daar krijg ik nog kippenvel van.’

tekst Helga van Kooten +++ beeld Open Doors

Partnercontent

meer ‘Partnercontent’

advertentie