*

Dit artikel is geschreven door een van onze partners. Daarmee valt het buiten de verantwoordelijkheid van de ND-redactie.

Partnercontent

Klein kind, groot effect

Wie een kind sponsort, helpt niet alleen dat ene kind. Hele gemeenschappen kunnen zich ontwikkelen door kindsponsoring. ‘We zien dat gezinnen weer durven te gaan dromen.’

Vóór 2006 ging het sponsorgeld van Red een Kind direct naar de sponsorkinderen. Het werd onder meer gebruikt om kleding en schoolkosten van te betalen. ‘Maar we realiseerden ons op een gegeven moment dat de impact kleiner was dan wanneer het sponsorgeld naar de hele gemeenschap zou gaan’, vertelt Claire Mukosh (40) vanuit Kenia. ‘En ook dat we te weinig deden aan andere factoren die bijdroegen aan het welzijn van het kind.’ Mukosh werkt voor Help a Child Africa, het landenkantoor van Red een Kind in Kenia. 

Sinds 2006 werkt Red een Kind daarom met kindambassadeurs. Dat houdt in dat het sponsorgeld niet meer alleen naar de gesponsorde kinderen gaat, maar ook naar hun familie en gemeenschap. Alleen al Kenia telt drieduizend kindambassadeurs. ‘We ontplooien initiatieven om de hele gemeenschap tot bloei te laten komen, en het kind is de ambassadeur, de vertegenwoordiger van die gemeenschap. Als een moeder tien kinderen had, kon vroeger maar een van die kinderen van het sponsorschap profiteren. Nu profiteert het hele gezin ervan.’

Vooral de sociaal-economische initiatieven hebben effect. Zo worden er zelfhulpgroepen opgezet, waarin de deelnemers met elkaar geld opzijleggen. Vanuit de gezamenlijke spaarpot worden vervolgens kleine leningen aan elkaar verstrekt met een flexibel terugbetaalplan. Dat creëert allerlei mogelijkheden die er anders niet zouden zijn, omdat banken aan deze mensen doorgaans geen leningen verstrekken.

Mukosh: ‘Die zelfhulpgroepen hebben direct invloed op kinderen. Kindermisbruik wordt erdoor teruggebracht, want een van de wortels van kindermisbruik en kinderarbeid is economisch. Ouders in de zelfhulpgroepen kunnen nu zelf het schoolgeld opbrengen en dus hun kinderen naar school sturen. En ze kunnen voedselzekerheid bieden – drie maaltijden per dag – waardoor hun kinderen niet meer met honger naar bed gaan.’

Kindermisbruik wordt ook direct aangekaart. Kinderen wordt onderwezen wat hun rechten zijn en waar ze terechtkunnen als die worden geschonden. ‘En ouders leren we wat de effecten van kinderarbeid en -misbruik zijn, en hoe ze positief moeten opvoeden,’ zegt Mukosh. ‘We kunnen niet zeggen dat we dit soort issues naar nul brengen, maar we zetten wel een verandering in gang.’


voor de webcam

Ook op de Filipijnen is kindermisbruik een issue. Zo zijn er ouders die hun kinderen voor de webcam zetten om ze seksueel te exploiteren, vertelt Janice Flordelyn Dagaduga (32). ‘Het is wel te verklaren: het komt mede doordat zij geen stabiel inkomen hebben. Maar het breekt wel je hart dat het juist de ouders of familieleden zijn die kinderen op deze manier misbruiken.’

Dagaduga werkt voor het kindercentrum van de Holistic International Assembly for Love and Share Ministries op het Filipijnse eiland Cebu, sinds 2001 een partnerorganisatie van Compassion. De kerk telt driehonderd leden, waarvan een deel bestaat uit families van het kindercentrum. Het centrum ondersteunt 543 kinderen, van 1 tot 20 jaar.

‘Ik heb een uitdagende baan, want ons doel is om levens echt te veranderen’, zegt Dagaduga. ‘En tegelijk is het ook een erg bevredigende baan, want ik zie het inderdaad gebeuren, ik zie echt levens veranderen. Sinds we zijn gaan wijzen op de rechten van kinderen, zijn er bijvoorbeeld ouders die aangeven dat een kind wordt misbruikt in de gemeenschap, ook als dat kind niet naar ons centrum komt. We zien dat families weer durven te gaan dromen en zichzelf weer doelen stellen, niet alleen voor de eigen familie, maar ook voor de gemeenschap.’

Eerst lag de focus op de kinderen, en op de kinderen alleen. ‘Maar inmiddels zien we dat we de ouders ook moeten onderwijzen’, vertelt Dagaduga. ‘Het is ons doel dat alle kinderen in ons centrum naar school gaan, maar sommige kinderen moeten werken, omdat ze moeten helpen voorzien voor hun familie. We moedigen de ouders wel aan hun kinderen naar school te sturen, en zo nodig voorzien we ze van spullen. We helpen met huiswerk, leggen schoolbezoeken af en bekijken de rapporten van de kinderen. We vergoeden onder meer een deel van de medische zorg en verzorgen een hygiënetraining. Het doel is altijd een holistische ontwikkeling. Daarom leren we kinderen ook over Jezus en de Bijbel.’

Behalve van de coronapandemie hebben de mensen op de Filipijnen last van natuurgeweld. Per jaar wordt de eilandengroep getroffen door gemiddeld twintig tropische stormen. Half april richtte storm Megi enorme schade aan, met als gevolg een paar honderd dodelijke slachtoffers. In december trok er een supertyfoon over Cebu. ‘Voor mij persoonlijk was het de eerste keer dat ik zo’n tyfoon meemaakte. Het was erg traumatiserend, voor iedereen. Voor de internetverbinding helemaal wegviel, kreeg ik allemaal berichtjes binnen van kinderen die vertelden dat het dak van hun huis was weggewaaid, of dat er een muur was ingestort. Door de tyfoon zijn gezinnen in ons programma hun huis kwijtgeraakt. Sommige gezinnen verblijven nu bij familie of in een noodopvang. En veel vaders en moeders zijn hun werk kwijtgeraakt.’

Bij kindsponsoring is behalve het geld nog iets anders belangrijk: het contact. ‘Wij proberen sponsoren te stimuleren de extra mijl te gaan en hun sponsorkind te schrijven’, vertelt Missy Christie de Acosta (51) van Conviventia in Colombia, een christelijke partnerorganisatie van Woord en Daad. Aan het sponsorprogramma van Conviventia nemen per jaar 3600 kinderen deel. ‘Als er een band ontstaat, merken sponsorkinderen dat er een echt persoon is die aan hen denkt, in hen investeert en voor hen bidt. Dat kan voor hen een groot verschil maken. Vaak hebben de kinderen geen liefdevol figuur in hun leven. Hun ouders zijn al vroeg de deur uit naar hun werk, en na school komen ze thuis in een leeg huis. Een brief van een sponsor kan dan een zonnestraal zijn op een donkere dag.’

Ook in Colombia is kindermisbruik een groot thema. De Acosta: ‘Wij horen verhalen van meisjes van 7 of 8 jaar die zijn misbruikt door de vriend van hun moeder en die uiteindelijk het huis uit worden geschopt, omdat zo’n man de moeder voor de keuze stelt – ik of je kinderen – en de moeder dan de voorkeur geeft aan haar vriend.’

Conviventia heeft een school, vanwaaruit ouders worden gesteund hun rol op een liefdevolle manier in te vullen. Er worden trainingen gegeven en er zijn daarnaast ook individuele sessies. ‘Dat doen we om zowel de kinderen als de familie om hen heen weerbaarder te maken. God heeft het gezin als een instituut neergezet. In een gezin leren we de vaardigheden die we later nodig hebben om in de maatschappij te functioneren. Het effect van kindsponsoring breidt zich uit naar de gezinnen, en via versterkte gezinnen oefen je invloed uit op de gemeenschap. Maar we werken wel in gecompliceerde gemeenschappen, dus we zijn ook duidelijk; we maken ouders bewust van de juridische gevolgen als ze hun kind verwaarlozen of misbruiken.’ 

‘Als in een gemeenschap veertig kinderen worden gesponsord, profiteren daar misschien wel vijfhonderd kinderen van’, zegt Charles Kaboggoza (52) van World Vision vanuit Oeganda. Op drie gebieden worden hoofddoelen nagestreefd: gezondheid, onderwijs en zelfhulpgroepen. De gemeenschap bepaalt zelf waaraan het geld wordt besteed. 

Een prioriteit kan bijvoorbeeld het bouwen van huizen voor leraren zijn, zodat die niet meer elke dag heel ver hoeven te lopen naar school toe. ‘We hebben voor negen scholen huizen gebouwd’, vertelt Kaboggoza. ‘In elk huis wonen vier onderwijzers. Dat betekent dat meer dan tweeduizend kinderen onderwijs kunnen volgen. De sponsorbijdrage creëert dus voor kinderen de mogelijkheid om onderwijs te volgen. En vervolgens verandert de hele gemeenschap door het onderwijs.’

tienermoeders

Ook in Oeganda heeft het onderwijs zwaar te lijden gehad onder de coronapandemie. In januari hebben de scholen de deuren weer geopend, na een lockdown die twee jaar heeft geduurd. Tijdens de lockdown werd er wel onderwijs aan huis gegeven, maar dat kon niet voorkomen dat de kinderen achterstanden opliepen.

Een ander gevolg van de lockdown was een enorme stijging van het aantal tienerzwangerschappen. Kaboggoza: ‘In onze regio waren dat er 287, terwijl het er normaal twintig tot dertig per jaar zijn.’ De regels stonden niet toe dat jonge moeders na de lockdown terugkwamen naar school. ‘De overheid moest met richtlijnen komen, zodat deze jonge moeders weer onderwijs kunnen volgen. Er moesten faciliteiten worden opgezet, en scholen moesten daarbij ondersteund worden. Er moet nu bijvoorbeeld op school kinderopvang worden geregeld en er moeten ruimtes zijn waar de moeders hun kinderen kunnen voeden.’ Sommige tienermoeders zitten inmiddels weer in de schoolbanken, maar nog niet allemaal. ‘Wij kijken hoe we de drop-outs kunnen ondersteunen, zodat zij hoop houden. Ze moeten vaardigheden leren, waarmee zij zichzelf en hun baby kunnen onderhouden.’

tekst Helga van Kooten +++ beeld Serrah Galos

Partnercontent

meer ‘Partnercontent’

advertentie