*

aangepast op 27 maart 2021 om 09:18

Dit artikel is geschreven door een van onze partners. Daarmee valt het buiten de verantwoordelijkheid van de ND-redactie.

Partnercontent

Zij gaan altijd dóór

De strijd tegen onrecht, dichtbij en ver weg, lijkt geen einde te hebben. Toch staan er elke dag weer mensen op tegen onrecht.
Vier strijders vertellen hoe zij de moed erin houden.

Yetnebersh Nigussie groeide op in een dorpje op het platteland van Ethiopië. Ze werd blind toen ze vijf jaar was. ‘Dat was een enorme kans’, zegt ze. ‘Alle meisjes in het dorp trouwden vroeg en verdwenen op die manier uit het maatschappelijk leven. Ik mocht naar een speciale school en daarna naar een gewone. Uiteindelijk heb ik zelfs rechten gestudeerd aan de universiteit van Addis Abeba.’

Niet dat haar levenspad sindsdien over rozen ging. Discriminatie en uitsluiting waren, onder andere tijdens haar school- en studietijd, aan de orde van de dag. Toch kroop ze ook toen niet in de slachtofferrol. ‘Ik besloot dat al die barrières er waren om mij sterker te maken, een beter mens te maken.’


Yetnebresh Nigussie - Studio Casagrande

En daar begon haar strijd tegen de discriminatie en uitsluiting van mensen met een handicap in Ethiopië. In 2005 richtte ze het Ethiopian Centre for Disability and Development op, dat partnerorganisatie van SeeYou werd, en nu werkt ze als senior manager voor de International Disability Alliance. Nigussie doet onderzoek, zoekt voortdurend media-aandacht om misstanden aan het licht te brengen, geeft begeleiding en adviseert regeringen en VN-agentschappen hoe ze de inclusie kunnen vergroten. Ook biedt ze rechtsbijstand aan mensen met een handicap en brengt ze namens hen zaken voor de rechter. ‘We hebben belangrijke mijlpalen bereikt, zoals in 2010 de ratificatie door Ethiopië van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. In 2009 werd het eerste nationale actieplan van kracht waarmee de regering de inclusie van gehandicapten beoogde te vergroten.’

De goede ontwikkelingen ten spijt, maakte de coronapandemie schrijnend duidelijk hoe kwetsbaar mensen met een handicap nog altijd zijn. ‘Ze worden soms achtergelaten en sterven in eenzaamheid.’

Hoe houdt Nigussie toch vol? ‘We strijden een strijd die de eeuwen door duurt. Misschien zal het mijn generatie zijn die het systematisch onrecht voorgoed mag ontmantelen …’

Bij hoe dat verwezenlijkt kan worden, heeft ze duidelijke ideeën. ‘Alle kunstmatige muren die zijn gebouwd rondom mensen met een handicap, om ze aan het zicht van de samenleving te onttrekken, konden er komen dankzij twee factoren: de tijd en het systeem. De bestrijding van dit onrecht moet dus ook op deze fronten worden gevoerd.’

Henno Couprie is sinds zeventien jaar directeur van Leprazending, een internationale christelijke organisatie die zich richt op mensen die lijden door lepra of leven met een handicap. Elke twee minuten krijgt iemand de diagnose lepra. De ziekte komt met name voor in delen van Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Omdat het geen wijdverbreide ziekte is waar miljoenen mensen aan sterven, is er relatief weinig aandacht en geld voor, zegt Couprie. En dat maakt de positie van leprapatiënten er niet beter op. ‘Ze behoren tot de kwetsbaarsten van de wereld. Waar ze ten diepste mee te kampen hebben, zijn de culturele en religieuze opvattingen over mensen met lepra. Nog steeds denken velen dat het een straf van God is. Leprapatiënten vallen buiten alle kasten. Er heerst angst en ze worden om die reden ernstig gediscrimineerd, tot in de wetgeving toe.’

Leprazending werkt de ziekte op twee fronten tegen. Allereerst door mensen met lepra te genezen en in de tweede plaats door lepra ‘voorgoed te verslaan’. Dat laatste betekent meer dan de infectieziekte met medicijnen uitbannen, legt Couprie uit. ‘Veel mensen sjorren ongelofelijke trauma’s mee van hun verstoting en de armoede waarin ze vaak nog leven. Vijftig procent van hen heeft gedachten aan zelfdoding. We schenken daarom veel aandacht aan het traject na de genezing. Door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat mensen die werden buitengesloten nu een opleiding en een baan en inkomsten krijgen. Dat ze een volwaardig hersteld leven kunnen leiden.’

‘Als je de Bijbel leest’, zegt Couprie, ‘weet je dat het onrecht pas werkelijk verdwijnt wanneer Jezus terugkomt. Maar dat vergezicht biedt hoop en moed om nu al trouw onze plicht te doen. Want, zegt Jezus, wat je voor de minste van mijn broeders hebt gedaan, heb je voor mij gedaan. Niks van wat wij nu doen, geloof ik, is zinloos. Statistieken bevestigen dat ook. Het aantal mensen met honger of in extreme armoede is de afgelopen twintig jaar verminderd.’

Couprie is er zeker van dat met lepra een soortgelijke beweging gemaakt kan worden. Sterker: ‘Het is mogelijk om lepra geschiedenis te maken. Het is niet eenvoudig, maar het kan. Als internationale Leprazending dromen we ervan dat leprabesmetting in 2035 voorgoed is verslagen. Dat is heel ambitieus, maar we zijn al heel goed op weg.’

Richard Bradbury is al enkele jaren operationeel verantwoor-delijk voor het werk van het Leger des Heils in Bangladesh. Op zijn reizen over de wereld zag hij ‘veel mensen buitengesloten en gemarginaliseerd worden’. Mensen in armoede, vrouwen die dagelijks werden misbruikt en uitgebuit, kinderen met een handicap, mensen in een ongelukkig kastenstelsel, en zoveel meer. ‘Al deze mensen zijn het slachtoffer van menselijk onrecht en falende systemen. Ik zie het als mijn roeping om mijn stem en vaardigheden te gebruiken tegen dit onrecht en tegen deze systemen. Ik wil pleitbezorger zijn van mensen in de marge.’

Sinds Bangladesh in 1971 onafhankelijk werd, is het Leger des Heils er aanwezig. ‘Het bekendst zijn we denk ik van ons werk met kwetsbare vrouwen. Als een van de weinige organisaties hebben wij directe toegang tot de bordelen in hoofdstad Dhaka en het district Jessore. We werken samen met prostituees en vrouwen die het risico lopen op mensenhandel of gedwongen huwelijken. Wij bieden hun, met een breed ondersteuningsplan, andere mogelijkheden om in hun levensonderhoud te voorzien. Dat plan voorziet erin dat vrouwen onopgeloste trauma’s of gezondheidsproblemen kunnen aanpakken, beroepsopleidingen volgen, leren lezen en rekenen, en persoonlijke en zakelijke vaardigheden ontwikkelen. Daarnaast krijgen ze financiële steun om in hun gemeenschap een nieuw leven te beginnen.’

En heeft dat allemaal zin? Wel degelijk, zegt Bradbury. ‘We bieden vrouwen in Bangladesh een eerlijk loon en bevestigen daarmee de waardigheid van vrouwen. Maar het is natuurlijk meer dan dat. We bieden ze kracht en hoop en perspectief.’

‘Een van de slogans van het Leger des Heils is ‘geloof in actie’. Ik probeer mensen hier niet te overtuigen van het evangelie, maar te leven wat ik geloof. Door voor ‘de minsten’ op te komen, zegt Jezus, laten we zien dat onze God ook een God van ‘de minsten’ is. Zolang het onrecht heerst, is er voor ons werk aan de winkel. ‘Ik zal vechten, ik zal vechten tot het einde’, zeg ik met woorden van de oprichter van het Leger des Heils.’

Vusimuzi Nyirenda werkt als projectmedewerker aan de bestrijding van kindhuwelijken in Malawi. Het land staat op de negende plaats van landen met het hoogste aantal kindhuwelijken ter wereld. Van de jonge vrouwen in Malawi is de helft als jong kind (tussen hun vijftiende en achttiende) getrouwd. Nyirenda: ‘Ik heb van heel dichtbij meegemaakt hoe een jong meisje stierf aan complicaties tijdens haar bevalling. Haar lichaam was simpelweg niet volgroeid genoeg om een kind te baren. Ik wil alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat dit nooit meer gebeurt.’

Dat begint bij bewustwording over kindhuwelijken, legt Nyirenda uit. ‘Dat doen we door voorlichting te geven op scholen, zodat kinderen weten wat hun rechten zijn en ook waar ze de schending ervan kunnen melden. ‘Ook voor ouders organiseert hij campagnes om hen ervan te doordringen welke risico’s kindhuwelijken met zich meebrengen. Zodat ouders hun kinderen niet uithuwelijken of handvatten hebben om tienerdochters te begeleiden die zelf aangeven te willen trouwen.’

In de campagnes participeren ook de politie, het ministerie van volksgezondheid en het kinderbeschermingscomité dat hij in het projectgebied van Red een Kind samen met zijn collega’s heeft opgericht. Tot nog toe zijn Nyirenda cum suis erin geslaagd 23 kinderen voor een vroeg huwelijk te behoeden. ‘Sinds we dit werk doen, zien we een enorme vooruitgang als het gaat om de bescherming van kinderrechten.’


Maar toen kwam corona, gingen de scholen op slot en laaide het misbruik thuis weer op. Dat is verschrikkelijk, zegt Nyirenda. ‘En het onderwijs is juist ook zo belangrijk. Als meisjes de mogelijkheid hebben om een opleiding te volgen, biedt dat perspectief. Dan is de kans veel minder groot dat ze zich genoodzaakt voelen om op jonge leeftijd te trouwen.’

Door de ontwikkelingen rondom corona kan Nyirenda zich gemakkelijk laten ontmoedigen. ‘Zie je, het is allemaal voor niks geweest.’ Maar zo denkt hij niet. ‘Voor ons werk moet je een lange adem hebben. We proberen een mentaliteitsverandering teweeg te brengen. Dat kost tijd, het gaat stapje voor stapje. Om het met schrijver Maria Robinson te zeggen: ‘Niemand kan terug in de tijd om een nieuw begin te maken, maar iedereen kan vandaag beginnen een nieuw einde te maken.’

www.prismaweb.org

Partnercontent

meer ‘Partnercontent’

advertentie