Vrouwelijkeleiders in een gebroken wereld | Nederlands Dagblad

Dit artikel is geschreven door een van onze partners. Daarmee valt het buiten de verantwoordelijkheid van de ND-redactie.

Partnercontent

Vrouwelijkeleiders in een gebroken wereld

Als vrouw leiderschap tonen in een patriarchale samenleving, en dan ook nog onder armoedige of gevaarlijke omstandigheden: het is niet makkelijk. Vier vrouwen, in Syrië, Oekraïne, Irak en Uganda, vertellen hoe zij zich inzetten voor anderen.


Irak Mosul Esther Grisnich landen directeur ZOA 27-8-2019 foto Jaco Klamer - JACO KLAMER

‘Je gaat er toch geen juichverhaal van maken over vrouwelijk leiderschap?’ Esther Grisnich (31), landendirecteur in Irak voor de noodhulporganisatie ZOA, wil eerlijk kunnen zijn. Buiten haar woonplaats Erbil ‘zie je overal direct de gebrokenheid van de wereld’. Ook de andere vrouwen schetsen geen rooskleurig beeld. Grace Kabaale vecht met steun van Verre Naasten voor kansengelijkheid voor meisjes en vrouwen in Uganda, Irina Linnik werkt bij Het Anker, een partnerorganisatie van Kom over en help, met verslaafden en daklozen in Oekraïne en Najla Chahda zet zich in voor vrouwen en kinderen in Syrië en voor de Syrische vluchtelingen in buurland Libanon.


Grace Kabaale met haar moeder - Maaike Poelen

Najla Chahda (60), die nu in Beiroet woont, weet hoe het is om alles te verliezen: tijdens de oorlog moest zij met haar familie huis en haard achterlaten. Als directeur van Tabitha, onderdeel van Dorcas, heeft zij speciaal aandacht voor vrouwen en kinderen. Met maatschappelijk werk gericht op de gemeenschap probeert de organisatie het leven van de Syriërs te verbeteren. ‘Het opbouwen van een land begint bij de community. Wij helpen mensen het gemeenschapsgevoel terug te krijgen, een plek te bieden waar men kan samenkomen en kan werken aan oplossingen en plannen voor de toekomst. Die van henzelf en van de samenleving.’

Grisnich staat in Irak aan het hoofd van een team met lokaal personeel. De prioriteit ligt er bij noodhulp: onderdak regelen voor vluchtelingen. Daarnaast zijn er wederopbouwprojecten, gericht op werkgelegenheid, psychosociale traumahulp, vredesopbouw en voorkomen van radicalisering. De organisatie verzorgt catch-up education voor jongeren om achterstanden in te halen, en staat scholen bij om snel open te gaan.

toekomst

Vooruitkijken, dat is ook wat Irina Linnik (35) zo veel mogelijk doet met de bewoners van Het Anker. Ze is directeur van het christelijke opvangcentrum voor verslaafden, in een dorpje net buiten de Oekraïense stad Zjitomir. ‘Mensen die niks meer hebben, komen hier. We behandelen de trauma’s en de psychische problemen die er al waren of die ze hebben ontwikkeld op straat. Als er vrede met het verleden is gesloten, kunnen we voorzichtig naar de toekomst kijken. Daar helpt het geloof bij. De bewoners hoeven niet gelovig te zijn, maar we laten ze wel kennismaken met God. Sommigen vinden daar troost in. Het helpt ze ook weer in zichzelf te geloven.’

Samen dragen de bewoners zorg voor het werk in de kas, in de tuin, bij de verzorging van de dieren en in het huishouden. ‘Het leven is hier vredig. Sommigen zeggen dat ze het liefst nooit meer zouden vertrekken.’

Veel bewoners lukt het om na hun tijd in Het Anker weer een bestaan op te bouwen. Ze krijgen werk, een eigen huisje, en de banden met de familie worden hersteld. Linnik houdt met veel oud-bewoners contact. Met sommige raakte ze bevriend, sommige werden collega’s. Haar zus, die ook in het centrum werkt, is zelfs getrouwd met een oud-bewoner.


Najla Chahda - Dorcas

Grace Kabaale (38) vecht elke dag tegen de onderdrukking van vrouwen en meisjes in Uganda. Toen ze jong was, dacht ze nooit te zullen studeren. Maar haar moeder – haar vader was overleden – deed er alles aan om Grace en haar broers en zussen op school te houden. Nu is Kabaale lerares op de school van de Presbyterian Church Uganda (PCU) in Kampala, is ze ‘woman-leader’ in haar kerkgemeenschap én studeert ze theologie.

‘In onze cultuur worden meisjes onderdrukt. School is een uitweg uit de onderdrukking, maar veel meisjes gaan niet naar school. In arme gezinnen is er vaak niet genoeg schoolgeld voor alle kinderen, dus worden meisjes thuisgehouden – ze moeten maar trouwen. Die opvatting is gelukkig wel aan het veranderen. Wij leren hier meisjes voor zichzelf op te komen, stimuleren ze te blijven studeren en proberen ze te helpen met schoolgeld als ze door willen leren, zodat ze onafhankelijk kunnen zijn.’

Voor Grace is het een uitgemaakte zaak: God heeft jongens en meisjes gelijk geschapen, en ze verdienen dan ook gelijke kansen. ‘Meisjes zijn de leiders van morgen. Wij helpen ze om in zichzelf te geloven. Iedereen kan een leider zijn.’ In de kerk vinden meisjes steun bij elkaar en geven alle vrouwelijke leiders het goede voorbeeld: zij leiden het gebed en de zang en organiseren bijbelstudies en seminars.

In een samenleving met vooral mannen op leiderschapsposities, zijn die voorbeelden hard nodig, vindt Kabaale, niet in de laatste plaats voor haar drie dochters. ‘Mijn dochter zegt nu al dat ze later ook een woman-leader wil worden!’

Ondanks alle inspanningen zijn mooie resultaten niet gegarandeerd. Grisnich vertelt hoe dat gaat in Irak. ‘Mensen zijn zwaar getraumatiseerd door de oorlogsjaren. Veel mensen zijn hun huis kwijt en wonen in vluchtelingenkampen. Kinderen hebben leerachterstanden; sommige tieners hier zijn nog nooit naar school geweest. Er is weinig werk en mensen leven in armoede, soms op onveilige plekken. Dan is het niet gek dat ontwikkeling moeizaam gaat.’ Ze vertelt over haar laatste bezoek aan een vluchtelingenkamp. ‘We brachten een coronahygiënepakket aan een familie, waarop ik te horen kreeg dat ze eigenlijk een baan en voedsel nodig hebben. Dan breekt je hart. Er is altijd méér te doen.’

Chahda beaamt dit. ‘Soms kun je iemand niet helpen. Dan zijn de middelen er niet, of is er gewoon geen oplossing. Een tijdje terug kwam een gezin bij ons met een 5-jarige dochter, ze had een oog verloren bij een explosie. Ze had een operatie nodig, maar het was de vraag of ze wel geholpen kon worden – de gezondheidszorg in de regio is nog grotendeels disfunctioneel. Het gezin had geen geld om naar het buitenland te gaan voor een medische behandeling. Wij konden ze ook niet helpen. Dat is echt hartverscheurend. Inmiddels hebben ze de regio verlaten en weten we niet hoe het met ze gaat. Dat doet pijn.’
En zo lukt het in Het Anker niet om iederéén voorgoed van verslaving te genezen. Sommige oud-bewoners vallen terug. En dat is zwaar, zegt Linnik. ‘Soms zou je de moed bijna verliezen. Sowieso al van alle ellende die bewoners hebben meegemaakt. En als je iemand dan eerst zo vooruit ziet gaan, en daarna toch weer terug ziet vallen, dan doet dat veel pijn. Het is helaas de realiteit. Ik denk altijd maar: als je één verloren schaap redt, loont het al de moeite.’

hoge positie

Of ze er weleens last van hebben dat ze als vrouw een hoge positie bekleden? Oekraïne is een door mannen gedomineerde samenleving, vertelt Linnik. Het is ongebruikelijk dat mannen en vrouwen samenwerken, zoals in haar team. Ze is vanaf de opening van Het Anker in 2007 in dienst geweest. Tijdens haar werk behaalde ze nog een graad in psychologie. Toen ze in 2016 directeur werd, waardeerde niet iedereen dat - sommige mannelijke collega’s stapten zelfs op.

Ook Grisnich kreeg ermee te maken. ‘Natuurlijk loop je er in de Arabische wereld tegenaan. Zo zat ik in het vliegtuig onderweg naar Irak, en vroeg ik een medepassagier te blijven zitten: hij was, tijdens een heftige landing, voordat we goed en wel op de grond waren al opgestaan om zijn bagage te pakken. ‘Behave like a woman‘, kreeg ik te horen. Zo kan ik wel meer voorbeelden noemen. Ook sommige mannelijke collega’s líjken het te accepteren, maar vinden het eigenlijk toch lastig dat ze onder een vrouw werken.’

Ondanks tegenslagen en het soms moeten bevechten van je positie als vrouwelijk leider is er altijd kracht om door te gaan, zeggen Chahda, Grisnich, Kabaale en Linnik. Deels putten ze die kracht uit het geloof. Grisnich: ‘Alle tegenslagen, het lijden dat je elke dag om je heen ziet, het machteloze gevoel omdat je de problemen niet kunt wegnemen, de verantwoordelijkheid voor de projecten en je personeel: natuurlijk drukt dat allemaal zwaar op je schouders. Het geloof helpt bij de moeilijke momenten. En de keren dat je verschil kunt maken in iemands leven zorgen ervoor dat je doorgaat.’

www.prismaweb.org

Partnercontent

meer ‘Partnercontent’