Kamelen

Luister naar mij, mijn pas geborene, mijn evenbeeld: het was een lange reis van ginds, ver achter de einder, naar hier waar wij, zo waar ik leef, als goden zijn. Wij zijn van zand en droegen steeds de mens die, nietig stof en ijdel als de vogels, zijn weg zoekt naar een land dat niet bestaat, waarop hij al zijn zinnen heeft gezet: een last die hij liet drukken op het ras dat jij vertegenwoordigt dag aan dag. Wees daarom niet te dartel en aanvaard dit paradijs voor hen die om een droom veel moeten lijden dwars door de woestijn. Gedenk hen als je herkau …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?