‘Je moet wel van mensen houden’

De kerk waar Wout Hazeleger koster is, biedt plaats aan 2600 mensen en bevat tien zalen voor vergaderingen en catechisatie.
De kerk waar Wout Hazeleger koster is, biedt plaats aan 2600 mensen en bevat tien zalen voor vergaderingen en catechisatie.
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Duizenden kosters zetten zich met hart en ziel in voor ‘hun’ kerk. Wie schuilt er achter deze dienstbare figuur op het kerkelijk erf? Deze zomer vertellen acht kosters over hun vak. Vandaag: Wout Hazeleger (47), koster van De Hoeksteen in Barneveld (Gereformeerde Gemeenten in Nederland).

Dankzij een uitgekiend systeem van klimaatbeheersing is het heerlijk koel in De Hoeksteen in Barneveld. Het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente in Nederland is met recht te omschrijven als een joekel, qua grootte de tweede van het kerkverband. De gemeente telt 3500 leden, de kerk biedt plaats aan 2600 mensen en bevat tien zalen voor vergaderingen en catechisatie. Hoewel het gebouw acht jaar geleden werd gebouwd, ziet het eruit alsof het gisteren werd geopend – keurig.

Wout Hazeleger, fulltime koster van deze kerk, geeft een korte rondleiding langs enkele kroonjuwelen: een kerkzaal met klassieke kerkbanken en smeedijzeren lampen die toch modern oogt; een grote keuken (voorzien van roestvrijstalen apparaten) die in een bedrijf niet zou misstaan; een drieklaviersorgel met aan de zijkant een computerschermpje, verbonden aan camera’s in de kerk, zodat de organist de verrichtingen van de predikant kan volgen. Hazeleger heeft een eigen ‘kosterskantoor’, dat de vergelijking met een directiekamer moeiteloos kan doorstaan. Op een van de computerschermen laat de koster zien hoe hij per ruimte het klimaat kan regelen. ‘Als de temperatuur in een vergadering wat al te hoog wordt, kan ik zo ingrijpen’, grapt hij.

soepel karakter

Hazeleger is een goedlachse man met een soepel karakter die goed met mensen om kan gaan. Dat moet ook wel, als je bedenkt dat hij honderd vrijwilligers uit de kerk – van schoonmakers tot technici – aanstuurt.

‘Je moet als koster wel een beetje van mensen houden. Ik vind het interessant om te weten wat mensen doen, waar ze wonen en in welke auto ze rijden. Ik ken ook bijna alle leden van de kerk.’

Hoe en waarom is hij koster geworden? Zijn voorganger overleed plotseling. Hij had toen nog een drukke baan als projectleider in de grond-, weg- en waterbouw.

‘Veel stress, en alles draait om de centen. Dan ga je toch eens nadenken of je dat heel je leven wilt blijven doen.’ Hij solliciteerde en kreeg de betaalde functie. Inmiddels is hij 12,5 jaar koster. Zijn kennis kwam goed te pas toen de ‘refodome’ werd gebouwd. ‘De werkdruk is minder hoog, wat niet betekent dat er niet genoeg te doen is.’

onderhoud en begroting

Dat laatste is een understatement. Doordeweeks is Hazeleger betrokken bij de organisatie van alle activiteiten. Hij zorgt ervoor dat zalen klaar zijn, plant het meerjarenonderhoud en helpt bij het opstellen van de begroting. Op zondag is hij als eerste in de kerk, alles moet gereed zijn voor de dienst. ‘Door de omvang van onze gemeente wordt de kerk bedrijfsmatig geleid. Je zou mij ook de facilitair manager kunnen noemen.’ De koster schat dat hij 45 uur per week werkt. ‘Ach, ik weet niet beter. De werkdagen zijn lang, maar je kunt je eigen tijd indelen. Ik eet elke dag tussen de middag thuis, dat is prettig.’ Dat is vlakbij – op het terrein van de kerk staat een fraaie vrijstaande woning.

Hazeleger haalt wel ‘een zekere geestelijke voldoening’ uit zijn werk, maar wil niet spreken van een roeping. In zijn bevindelijk-gereformeerde kerkverband wordt terughoudend gesproken over het persoonlijke geestelijke leven. ‘Een roeping is iets wat boven jezelf uitstijgt, die is voorbestemd voor predikanten. Mij past geen hoogdravende taal. Als koster ben je dienstbaar. Ik mag mijn werk tot eer van God doen.’

Het kosterschap geeft hem de meeste voldoening als er ‘geestelijk leven’ in de gemeente is. Daarmee doelt hij op mensen die door een diep doorleefd en door God bewerkt zondebesef tot bekering zijn gekomen – een kleine schare. ‘Wij hebben een prachtig kerkgebouw, maar uiteindelijk gaat het om ons geestelijk huis.’

geen water in doopvont

Welke herinnering blijft u altijd bij?

‘Het vijfentwintigjarig ambtsjubileum van onze dominee, drie jaar geleden (ds. Jochem Roos, red.). Nog nooit zat de kerk zo vol: meer dan drieduizend mensen. Alles liep op rolletjes – fijn.’

Wat is de grootste blunder die u begaan heeft?

‘Ik ben een keer het water in de doopvont vergeten. Gelukkig kon ik de fout tijdens de dienst nog herstellen.’

Wanneer bent u het gelukkigst als koster?

‘Als je merkt dat er geestelijk leven is in de gemeente, dat er mensen tot bekering komen.’

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief