Hier

Tien maanden hier. Misschien vindt vader ons vandaag terug. Ik houd mijn handen in de zakken van mijn winterjas. Ik had de modder niet zo erg gevonden als ik laarzen had. De dekens werden nat vannacht. De regen kwam met bakken uit de lucht. Het water liep in straaltjes naar beneden, langs de slappe wanden van de tent. Met al mijn kleren aan lag ik te staren naar het lichte dak. Ik blies mijn warme adem onder de rand van mijn dunne deken en luisterde, tussen het hoesten van mijn broertjes en de donderslagen door, naar moeders fluwelen gefluister. Ik droomde van …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?