Tijd voor bouwstop in het groen

Nu wordt vaak ad hoc gereageerd als ergens een bouwmarkt of uitlet komt, of een bouwrijp bedrijventerrein langs de snelweg vooral onkruid produceert. Opinie
Nu wordt vaak ad hoc gereageerd als ergens een bouwmarkt of uitlet komt, of een bouwrijp bedrijventerrein langs de snelweg vooral onkruid produceert. | beeld anp / Koen van Weel
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De ruimtelijke ordening in ons land loopt vast. Iemand moet verrommeling, leegstand en het te snel bouwen in het groen een halt toeroepen. Tijd voor een bezinningsmoment: een bouwstop in het groen.

In de ruimtelijke ordening is een cultuurverandering hard nodig. Er lijkt nu sprake van incidentenplanologie en er wordt gedicussieerd over wie wat beslist. We reageren ad hoc als een winkelketen omvalt of ergens een bouwmarkt of outlet komt; of weer een relatief nieuw kantoor zomaar leegstaat, een bouwrijp gemaakt bedrijventerrein langs een snelweg vooral onkruid produceert, er – bizar genoeg – toch wordt gebouwd langs de kust, en de laatste tijd opeens enorme woningnood dreigt.

Het tempo van duurzame verstedelijking (beter en anders benutten van bestaande gebouwde omgeving) moet echt fors omhoog. Bij de aanpak van leegstand en het tempo van transformatie en herbestemming moet de lat hoger. We moeten af van kortzichtig en gemakzuchtig nieuwbouw plegen in het groen. Dit vereist een enorme cultuurverandering.

Je hoort bouwers al bij voorbaat zuchten en kreunen dat verduurzaming en transformatie complex zijn en lang duren.

roep om centralisatie

De markt en lokale overheden doen hun werk onvoldoende en de wantrouwende Tweede Kamer roept steeds vaker om centralisatie: zie het kustdebat, de crisis in winkelstraten, de woningnood. Typerend is dat de laatste tijd haast paniekerig wordt gepleit voor een minister van Ruimtelijke Ordening en voor ingrijpen van het Rijk. Dit terwijl het Rijk zijn rol een aantal jaren geleden dacht te kunnen decentraliseren naar provincies en gemeenten.

Het ongeduld en de kritiek op de visie van het Rijk zijn overigens wel terecht. Er zijn gewoon zaken, zoals kustbebouwing, die het niveau van lagere overheden overstijgen. Hier moet het Rijk wat van vinden.

We mogen van geluk spreken dat de snode plannen van minister Plasterk voor een provinciale herindeling van tafel zijn. Provincies pakken – hoe voorzichtig ook en voor iemand die zo ongeduldig is als ik, natuurlijk te langzaam – eindelijk de regie. Wen er maar aan: dit betekent ook gewoon nee zeggen. Dit doen provincies niet alleen langs de kust; ze zeggen ook vaker nee als gebouwd wordt voor leegstand of kortetermijngewin. Ze benadrukken steeds meer dat de winkel-, kantoren- en bedrijventerreinmarkt van ‘meer’ naar ‘beter’ moet.

Grote winst is dat provincies steeds meer een baken van rust lijken in de zoekende wereld van de ruimtelijke ordening. Ze werpen zich op als leverancier van objectieve vastgoed- en ruimtedata. Een nuchtere blik op deze data leert gewoon dat we van meer naar beter moeten. Daar begint de noodzakelijke cultuurverandering. Onderdeel hiervan is een krachtige provincie.

kaders

De markt en lokale en regionale overheden vragen ook steeds vaker om een duidelijke overheid en klip en klare kaders. Ik zou in de aanloop naar de Kamerverkiezingen van maart 2017 willen pleiten voor een tijdelijke bouwstop om een nieuwe visie op de rol van de overheid in de ruimtelijke ordening scherper te krijgen.

Maar daarmee zet je alle vernieuwing natuurlijk op slot. Laten we minimaal per direct een moratorium invoeren op bouwen in het groen, zeker langs de kust, totdat de overheid de ruimtelijke ordening op orde heeft. Dit overstijgt het belang van individuele provincies.

De ruimtelijke ordening op rijksniveau bevindt zich in een inhoudelijke en leiderschapscrisis. Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur, heeft al gepleit voor rijksregie, net als de Vereniging van projectontwikkelaars Neprom. Ook de Neprom beseft dat het roer om moet. Zij bepleit ondanks de gevoeligheden in haar achterban, bouwen en inbreiden in bestaande stedelijke gebieden.

kuststrook

Maatschappelijk zie je eenzelfde tendens. Kijk naar het door Natuurmonumenten aangejaagde maatschappelijke protest beschermdekust.nl, tegen de maar voortgaande verrommeling van de kuststrook. Meer dan honderdduizend baywatchers vertrouwden de rijksoverheid en lagere overheden niet wat betreft de zorg voor en het tegengaan van de verrommeling van de kust. De bescherming van landschap en open ruimte zijn niet op orde.

Het Rijk werkt nu met de kustprovincies en andere betrokkenen aan een nationaal Kustpact, al mogen ze er wat mij betreft ook een soort nationaal landschap van maken. Vergelijk dit met de terecht afgeschoten plannen van minister Schultz, eerder dit jaar, om juist flexibeler om te gaan met bouwen langs de kust.

De zoekende rol van het Rijk blijkt ook uit stevige uitspraken van minister Henk Kamp. Formeel vindt het Rijk nog steeds dat lagere overheden aan zet zijn, maar als je zijn ongenoegen hoort over de overbewinkeling en nieuwe plannenmakerij, dan weet je genoeg. Kamp pleit voor 20 tot 30 procent minder winkels, en hij gebruikt noodzakelijke termen als sloop, schrappen en ingrijpen.

Tweede Kamerfracties van D66, SP en PvdA spreken richting de verkiezingen al met zoveel woorden over een grotere rol van het Rijk. Ook andere fracties beraden zich op het vastlopende systeem.

Ik roep betrokkenen die in paniek pleiten voor een minister van Ruimtelijke Ordening op om samen met de huidige minister antwoord te geven op de maatschappelijke onrust en te benoemen wie wat moet gaan doen.

kaders aangeven

Provincies zijn de partij om inhoudelijk en procesmatig in de ruimtelijke ordening de regie te pakken. Het Rijk zal duidelijker kaders moeten geven, hoe het wil omgaan met waardevol groen en landschap. Een groene omgeving en ons (kust)landschap zijn cruciaal voor onze (inter)nationale concurrentiepositie.

Ik hoop dat een ruimtelijk bezinningsmoment ook zorgt voor hogere ambities als het gaat om de noodzakelijke verduurzaming van de vastgoedmarkt. We moeten in het kader van het door het kabinet aangekondigde Nationaal Klimaatakkoord veel beter de bestaande gebouwde omgeving en de leegstaande gebouwen benutten. <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief