Samen naar de mest kijken

Op 3 januari 1889 loopt Friedrich Nietzsche in Turijn op Piazza Carlo Alberto. Hij ziet hoe een koetsier het magere paard, dat voor zijn rijtuig staat ingespannen, hevig slaat. Nietzsche wordt overweldigd door medelijden.

Zoals een offerdier zich moet verbinden met degenen voor wie hij geofferd wordt, zo spoedt Nietzsche zich naar het gemartelde dier. Hij slaat de armen om het gekwelde paard en weent hevig. Hij vangt de slagen op. Zo verbindt hij zich met alle lijden en alle smart. Dat is ook het ogenblik dat hij neerstort in de afgrond van de waanzin. Johannes de bultrug is dood en wij hebben hem gedood. Wij zijn de gekken. De afgelopen dagen heeft zich niemand gemeld die uit de ingewanden van de vis is gekomen, om ons het naderende oordeel aan te zeggen. Of heeft God, omdat we niet luisteren naar zijn …
Dit is 11% van het artikel.

Wil je doorlezen?

24 uur nd.nl voor maar € 2,-

Paywall
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?