Nederlands Dagblad en EO zijn steeds meer op elkaar gaan lijken

Opinie
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Krant en omroep waren lange tijd gescheiden werelden, met weinig begrip voor elkaars werk- en bestaanswijze. Nu ze qua identiteit naar elkaar toegegroeid zijn, en elkaar in het digitale domein ontmoeten, kan samenwerken vruchtbaar zijn.

Het Nederlands Dagblad en de EO beginnen samen een christelijke journalistieke onderneming. Wat die onderneming gaat produceren, blijft nog even in het vage. Waarom dan wel deze week al een bericht hierover in de krant? Omdat samenwerking tussen een landelijk dagblad en een publieke omroep op zich al iets nieuws is. Iets dat alleen van de grond kan komen na goedkeuring van de plannen door het Commissariaat voor de Media. En als het commissariaat die toestemming na lang wikken en wegen eenmaal heeft verleend, wordt dat al snel openbaar – en dus: nieuws.

vernieuwend

De bemoeienis van het Commissariaat voor de Media, als toezichthouder op de Mediawet, onderstreept het vernieuwende van de onderneming die EO en ND samen aangaan. Ze markeert ook de totaal verschillende achtergrond van beide christelijke organisaties. Het Nederlands Dagblad is een krant die al ruim zeventig jaar wordt uitgegeven door een zelfstandige uitgeverij, die eigendom is van een stichting met een ideëel oogmerk: het bedrijven en verspreiden van christelijke journalistiek. Daar heeft de overheid niks over te zeggen. De enigen die we daarvoor verantwoording schuldig zijn, zijn onze ‘klanten’ – lezers dus, abonnees. Van wie velen zich overigens liever ‘lid’ noemen, en dat vinden we een mooie uitdrukking van betrokkenheid.

geldschieter

De EO daarentegen is in 1967 als publieke omroeporganisatie opgericht binnen de kaders van de Mediawet. Zij is verantwoording verschuldigd aan haar leden, maar ook aan de overheid, die haar onder voorwaarden toegang verleent tot radio- en televisiekanalen én die (naast de contribuerende leden) haar belangrijkste geldschieter is. Die overheid houdt wel, via het Commissariaat voor de Media, nauwlettend in de gaten dat met inzet van belastinggeld niet via een ommetje de winst wordt verhoogd van een private onderneming – zoals het Nederlands Dagblad.

onverwisselbaar

Bij de start van de EO, toen het Gereformeerd Gezinsblad net omgedoopt was tot Nederlands Dagblad, hadden die twee weinig met elkaar te schaften. Hoewel er vanaf het begin wel overlap van achterban geweest is: christenen die de EO steunden én het Nederlands Dagblad lazen. Maar behalve een radicaal verschillende organisatievorm, hadden de twee ook totaal onverwisselbare bezigheden. Een krant vullen met journalistieke verhalen (en die vervolgens drukken, verkopen en distribueren) is iets wezenlijk anders dan verkondigende radio- en televisieprogramma’s maken (en die vervolgens uitzenden, gratis, in de toegewezen zendtijd). Daar kwam nog bij dat de identiteit (of noem het theologische, kerkelijke en geestelijke ‘ligging’) van beide organisaties duidelijk verschilde.

Veranderingen in het medialandschap, als gevolg van politieke beslissingen maar vooral ook door technische ontwikkelingen, maakten dat de krant en de omroep na verloop van bijna een halve eeuw in elkaars vaarwater konden komen. Bedrukt papier en welluidende ethersignalen hadden niets gemeen – in het digitale domein echter ontmoetten we elkaar ineens: kranten én omroepen verspreidden de afgelopen tien jaar steeds meer tekst en beeld via internet. Maar wel vanuit uiteenlopende motieven, en op basis van een verschillend ‘businessmodel’.

Het Nederlands Dagblad probeerde (als eerste krantenuitgever) ook inkomsten te halen uit de losse artikelen en digitale kranten die we online publiceren; die professionele redactie moet tenslotte wel ergens van betaald worden. De omroepen daarentegen, gesubsidieerd door de overheid en door hun honderdduizenden leden, gingen op internet doen wat ze in de ether ook altijd al deden: gewoon zo veel mogelijk publiek bereiken.

Qua identiteit zijn Nederlands Dagblad en EO steeds meer overeenkomst gaan vertonen: onomwonden christelijk, zonder theologische of kerkelijke gebiedsafbakening; gericht op iedere Nederlander die in Jezus Christus gelooft en Hem wil navolgen. Daarin herkennen we elkaar, en het is daarom bijvoorbeeld niet vreemd dat de EO mensen in dienst heeft die eerder bij het Nederlands Dagblad werkten, en andersom. We herkennen elkaars geloofsovertuiging, professionaliteit en gedrevenheid.

irritaties

Tegelijk zouden we ons door zakelijke positieverschillen steeds verder uit elkaar kunnen laten drijven. Redenen voor irritaties over en weer liggen voor het opscheppen. De krant schrijft geregeld kritisch over programma’s van de omroep – dat mag, maar we kunnen daarbij weleens over het hoofd zien binnen welke strakke kaders en voor welke doelgroep die omroep haar missie uitoefent. Wat weten wij achter onze toetsenborden nu van televisiemaken in de 21e eeuw?

En andersom: hier op de redactie lopen we soms rood aan als we weer een EO-journalist horen schamperen over het feit dat wij geld durven te vragen voor een krant, en zelfs voor een los artikel op internet. Hoezo betaalmuur, wat weten die Hilversumse omroepambtenaren nu van écht onafhankelijke, door de lezer bekostigde journalistiek?

vijand

Voor veel krantencollega’s, die van de ‘rechtse’ media voorop, is de publieke omroep niet alleen de concurrent maar zelfs de vijand. Want omroepers eten uit de staatsruif, en met hun gratis programma’s én advertentieloze websites dragen ze bij aan het publieke misverstand dat journalistiek geen geld kost. Je hoeft er in ieder geval niet voor te betalen, dat regelen we wel via de belastingen (waar kranten echter geen cent van krijgen).

Een halfjaar geleden ging ik met een select groepje schrijvende hoofdredacteuren en uitgevers op bezoek bij staatssecretaris Dekker, om onze zorgen kenbaar te maken over het ‘ongelijke speelveld’ waarop publieke omroepen en private uitgevers elkaar ontmoeten. De collega’s klaagden over die geweldige staatsnieuwswebsite van de NOS, waarmee niet alleen NU.nl maar ook grote krantensites uit de markt worden gedrukt. De meeste collegiale compassie was er echter met ons van het ND, die relatief kleine krant die binnen de christelijke nichemarkt op eigen kosten moet opboksen tegen een heel koppeltje web-portals van onze geloofsgenoten bij de EO. Wij hebben ons in dat gesprek niet al te veel in de slachtofferrol verlustigd, maar wel aangedrongen op een eerlijker speelveld (kan de staatssecretaris echt niks voor de kranten doen?) én op mogelijkheden om publiek-­private samenwerking aan te gaan tussen krant en omroep. Zoals dat in Limburg al op regionale schaal gebeurt, tussen omroep L1 en de twee Limburgse krantentitels.

vleespotten

Liever dan vanuit kinnesinne naar de vleespotten van Hilversum te staren, zoeken wij dus de samenwerking met onze evangelisch bevlogen collega’s daar, die al jaren proberen een breed publiek te bereiken met christelijke programma’s. Samen met hen gaan we proberen om met nieuwe producten een publiek te bereiken dat nu nog nauwelijks kennis neemt van christelijke jour­nalistiek. Want dat er ook in de toekomst behoefte blijft aan degelijke, onafhankelijk en vanuit gelovig engagement geschreven nieuwsverhalen – daar geloven we in. Dat die verhalen altijd op papier blijven verschijnen, is minder zeker. Het Nederlands Dagblad is echter niet op aarde om papier te bedrukken, maar om christelijke journalistiek te bedrijven.

Grijpen we hiermee vooruit op een toekomstig einde van het Nederlands Dagblad als papieren krant? Allerminst! De ondergang van gedrukte dagbladen werd ons al jaren geleden aangezegd, maar nog steeds is de krant voor een aanzienlijke doelgroep een zeer gewaardeerde, dagelijkse bezoeker aan huis. Vroeger was het een ordinair massaproduct, misschien wordt het wel steeds onderscheidender, rebelser en chiquer om dagelijks een courant in huis te ontvangen. Hoe dan ook: wij proberen de krant steeds beter te maken; inhoudelijk, maar ook in z’n verschijningsvorm. Daarom investeren we bijvoorbeeld in drukkwaliteit en in de omvang van de krant. Met de onderneming die EO en ND nu samen beginnen, proberen we juist doelgroepen (en generaties) te bereiken die zich niet meer op een krant abonneren, en die ook steeds minder televisie kijken volgens de gids van Hilversum. Zij kiezen hun eigen momenten en eigen kanalen om het nieuws te volgen en verhalen te lezen, waar en wanneer het hun uitkomt. Wij geloven dat ook die doelgroepen wel degelijk behoefte hebben aan christelijke journalistiek, maar dan op een manier die aansluit bij hun mediagebruik. Dat is níét: een bundel papier die voor het ontbijt op de mat ligt en waar je vervolgens weer een dag mee toe kunt.

overwegend blij

Uit ieder lezersonderzoek blijkt dat abonnees overwegend blij zijn met het Nederlands Dagblad: met de inhoud, de koers, het concept, de smaak, het ‘dagmenu’. We proberen de krant nog steeds beter te maken en een steeds bredere christelijke doelgroep te bereiken. Maar het zou zonde zijn de receptuur totaal om te gooien in de ijdele hoop daarmee die ándere doelgroep te bereiken, die nu helemaal geen krant leest.

Het heeft geen zin, krampachtig te proberen om de krant hét nieuwsproduct voor iedere christen te laten zijn – terwijl voorkeuren voor nieuwsconsumptie nu eenmaal verschillen.

Door samen met de EO nieuwe media te creëren – deels voor de (klein)kinderen van onze abonnees – kan de krant juist blijven doen waar ze goed in is. Die nieuwe media krijgen niet alleen hun eigen technische verschijningsvorm, maar ook hun eigen geur en kleur: niet ND, niet EO, maar wél christelijk, bovenop het nieuws en met degelijke achtergrondinformatie.

nieuwe middelen

Ooit zal de gedrukte krant misschien vervangen worden als middel voor massacommunicatie, profeteerde Volkskrant-collega Philippe ­Remarque deze week in zijn Machiavelli-lezing, ‘maar dat duurt veel langer dan gedacht’.

De enige gezonde manier om met zo’n onvoorspelbare transitie om te gaan, is: met overtuiging blijven doen waar je goed in bent, en tegelijk nieuwe wegen verkennen en nieuwe middelen beproeven. Dat is waarin ND en EO elkaar gevonden hebben, en waarin ze tegelijk helemaal zichzelf kunnen blijven: ieder met z’n eigen ervaring, deskundigheid en specialiteit. <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief