Israël en de Palestijnen zijn niet gedoemd, maar bestemd om samen te leven

De Israëlische president Reuven Rivlin wil dat er in zijn land anders wordt gekeken naar de rechten voor de eigen Joodse staat én voor de Palestijnen. Opinie
De Israëlische president Reuven Rivlin wil dat er in zijn land anders wordt gekeken naar de rechten voor de eigen Joodse staat én voor de Palestijnen. | beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Israël beroept zich vanaf de eerste dag van zijn onafhankelijkheid op resolutie 181 van de Verenigde Naties – zijn ‘geboorteakte’. Daarin is sprake van een ‘Joodse staat’. Een ander bestaansrecht is er niet.
Zeventig jaar na dato is er een resolutie van de Verenigde Naties waar internationaal nog steeds – en volgens velen steeds heviger – tegenaan wordt geschopt. Resolutie 181 is een begrip geworden. Daarin spraken de VN op 29 november 1947 voor het eerst officieel – en maar liefst dertig keer achter elkaar – over een ‘Joodse staat’, naast een Arabische staat in Palestina. De naam Israël kwam pas zes maanden later, bij het uitroepen van de onafhankelijkheid. Deze resolutie vormt als het ware ‘het internationale geboorterecht’ van Israël, zoals VVD-buitenlandspecialist Han ten Broeke onlangs zei op …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?