Ik kreeg een racefiets vol met spinnenwebben en was de koning te rijk

<p>Redacteur Harm Bosma als klein jongetje in de Zwitserse Alpen.</p> Opinie

Redacteur Harm Bosma als klein jongetje in de Zwitserse Alpen.

| beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De Tour de France. Als ik ergens van ga glimlachen, dan is het wel van de Tour. Die staat voor mij synoniem aan zomerse zorgeloosheid.

Al op m’n tiende werd ik gegrepen door de Tour en het circus eromheen. Die greep me drie weken per jaar bij mijn lurven, ik dacht nergens anders aan. Dat begon in 2000, het jaar dat Erik Dekker drie etappes won. Ik kon niet meer normaal op een fiets zitten.

Of ik nu naar school, de voetbal of de kerk fietste: in mijn hoofd beklom ik Alpe d’Huez of finishte ik op de Champs-Élysées. Vaak vermorzelde ik mijn vader in een tijdrit van huis naar kerk (hij had niet door dat hij meedeed) en demarreerde ik bij de tweede lantaarnpaal van de straat, vechtend voor het geel. Een oud geel T-shirt van mijn moeder, maatje XL, diende als gele trui.

Toen mijn vader een paar jaar later thuiskwam met een racefiets, zo eentje vol met spinnenwebben die tien jaar had stilgestaan op een boerenerf, was ik de koning te rijk. Met vriendjes verreed ik in het buitenveld onverantwoorde wedstrijdjes. Gevaren kenden we toen (nog) niet.

Nu ik dertig ben, ken ik die wel. Het leven is gecompliceerder, de kinderlijke zorgeloosheid ligt al jaren achter me. Stress genoeg. Maar wanneer ik de televisie aanzet en het peloton door Frankrijk zie razen, word ik weer even dat kleine jongetje. Dan droom ik van geel en pak ik de fiets.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?