Goed onderwijs is niet te meten. Een echte docent doet veel op intuïtie

Scholen hebben last van angst voor CITO-resultaten en de kramp om die omhoog te krijgen. Opinie
Scholen hebben last van angst voor CITO-resultaten en de kramp om die omhoog te krijgen. | beeld anp / Erik van ‘t Woud
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De werkdruk in het basisonderwijs stijgt, terwijl de resultaten dalen. Daar mag de politiek weleens wakker van schrikken.

Wie het nieuws de afgelopen dagen volgde, kon er niet omheen: de werkdruk in het basisonderwijs zou (te) groot zijn (ND 11 april). Het is helaas geen nieuwe discussie.

Zelf ben ik acht jaar werkzaam geweest als leerkracht in het basisonderwijs; twee jaar geleden heb ik de overstap gemaakt naar het voortgezet onderwijs.

Ik kwam als afgestudeerde leerkracht enthousiast van de opleiding en begon vol energie met mijn werk. De eerste jaren kon ik na schooltijd voldoende tijd en energie stoppen in nakijken en voorbereiden. Er was genoeg tijd om echt iets van de lessen te maken.

Langzamerhand merkte ik echter dat er een omslag kwam. Het nakijken gebeurde steeds vaker in de privé-uren. Het grondig voorbereiden en aanpakken van lessen kwam in de knel. Het geven van goede en aantrekkelijke lessen (waar het in het onderwijs eigenlijk om draait), kwam steeds meer op de achtergrond.

Aan mijn energie lag het niet; die was hetzelfde gebleven. Waar het dan wel aan lag?

doelen stellen

Waar eerst veel ruimte werd gelaten voor de eigen professionaliteit van de leerkracht, kwam er in de loop van de jaren steeds meer angst voor CITO-resultaten en de bijbehorende kramp om deze in een stijgende lijn te krijgen.

Bijna alle tijd werd opgeslokt door het volgen van de prestaties van elke leerling, het stellen van doelen voor de komende periode, het evalueren van de resultaten, het grondig analyseren wanneer leerlingen een vaardigheidsscore niet hadden gehaald, het vervolgens opnieuw stellen van doelen om deze leerlingen wel in de beoogde groei te krijgen – enzovoort.

En dat werd niet alleen met de zogenaamde zorgleerlingen gedaan, ook met de leerlingen met wie het prima ging, die goede resultaten haalden, lekker in hun vel zaten en niet méér uitdaging nodig hadden.

Daarbij heb ik nog niet genoemd dat alle maatschappelijke problemen steeds op het bordje van het onderwijs worden geschoven, of het nu gaat om radicalisering of seksuele geaardheid van jongeren.

managementcultuur

Het is daarom tijd dat we beseffen dat goed onderwijs niet te meten is. Een leerling is meer dan een vaardigheidsscore.

We leven in een cultuur waar alles aan cijfers wordt opgehangen. Deze managementcultuur is op veel fronten actief en helaas ook binnen het onderwijs. Het is logisch dat een schoolleider of politicus die gepokt en gemazeld is in het bedrijfsleven, en dus altijd met cijfermatige doelen daar succesvol heeft gewerkt, dit ook wil toepassen in het onderwijs.

Maar laten managers doen waar ze goed in zijn: het managen van het bedrijfsleven, maar niet van het onderwijs.

afgerekend

Wat cijfers wel laten zien: de werkdruk in het basisonderwijs stijgt en tegelijkertijd dalen de resultaten. De meeste leerkrachten voelen dit, maar de politiek komt niet met oplossingen.

De huidige aanpak van het onderwijs werkt niet; de vorming (Bildung) van onze leerlingen blijft fors achter.

Daarmee wil ik zeker niet zeggen dat het stellen van doelen en het bijhouden van de prestaties van leerlingen overbodig is. Maar leerlingen zijn geen machines. Misschien komt het door hun thuissituatie als ze de gestelde doelen niet halen, en kun je daar als leerkracht niets aan doen. Maar je wordt er wel op afgerekend. Het management of de intern begeleider spreekt je daarop aan.

Het gevolg is dat de professionaliteit van de leerkracht buitenspel is gezet. Je kunt minder zelfstandig je werk doen; je moet je steeds meer voor al je handelen verantwoorden. Alles moet op papier gezet worden, terwijl een goede leerkracht vaak heel veel intuïtief doet.

diep respect

Een van de belangrijkste redenen dat ik uit het basisonderwijs ben vertrokken, was inderdaad deze werkdruk. Is het in het voortgezet onderwijs dan beter? Ja(, nog wel); het is een verademing om naast de lessen die ik geef, weer voldoende tijd te kunnen geven om me in de lesstof te verdiepen, zodat de leerlingen weer die lessen krijgen waar ze recht op hebben. De vergaderingen, die ik bijna wekelijks had, zijn nu tot een minimum teruggebracht. Mijn professionaliteit als docent staat weer centraal. En daarbij komt dat de grotere mannelijke populatie een warm bad was.

Ik heb diep respect voor alle basisschoolleerkrachten die elke dag weer de energie opbrengen om alles wat van hen gevraagd wordt, uit te voeren. Als iemand loon naar werken verdient, dan zijn zij het. Laten we daarom ook direct een eind maken aan het onterechte salarisonderscheid tussen het voortgezet en het basisonderwijs. <

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?